Door: Ayaan Abukar
14 maart 2017

Tags

Idealen delen, daarom draait de serie dubbelinterviews van Vice Versa met bijzondere idealisten. In dit eerste gesprek treffen Jan Terlouw (85) en Liset Meddens (30) elkaar. Een duurzame wereld vàlt te realiseren, vinden ze, maar dan moet iedereen bij de missie aan boord – met name de multinationals. ‘De politiek is vergeten dat zij de baas is,’ zegt Terlouw, ‘die kan Shell en Exxon dwingen te verduurzamen.’ Aan de andere kant: ‘Vier vrijwilligers kregen het klimaat bij een groot pensioenfonds op de agenda’, zegt Meddens. Hoe dan ook: de hoop is hernieuwd.

Beeld: Selma Zijlstra

Midden in het bos verscholen, op een vredig landgoed, staat het huis van Jan Terlouw en zijn vrouw Alexandra van Hulst. Op een regenachtige maandagmiddag ontmoeten we hem hier, samen met Liset Meddens, coördinator van de beweging Fossielvrij. Voorbij de pianovleugel, de cello en de boekenkast, maken we het onszelf gemakkelijk op de comfortabele stoelen in de zithoek.

Een gesprek met Jan Terlouw kan tegenwoordig niet beginnen zonder te verwijzen naar zijn optreden in De Wereld Draait Door, in november. Toen ontroerde hij heel Nederland door te verwijzen naar de ‘touwtjes in de brievenbus’. Zijn appèl raakte, klaarblijkelijk, een diepe snaar. Zelf is hij er nog steeds verrast over. ‘Kennelijk denken mensen, bewust of onbewust, dat het vertrouwen ontbreekt: in de politiek, van de politiek in de mensen, mensen in elkaar. Dat is schadelijk. Mensen willen leven met vertrouwen, anders zijn ze ongelukkig en improductief. Zelf heb ik altijd mensen het volste vertrouwen gegeven en zo ook maximale verantwoordelijkheid. Er gaat weleens iets fout, je krijgt op je kop, maar je hebt het gevoel van: ja, ik kan het! Dat gevoel heb ik denk ik op het juiste moment aangesproken.’

Ook Liset Meddens was erdoor getroffen: ‘U sprak uit uw hart en keek recht in de camera. Ik denk dat mensen die oprechtheid missen.’

Terlouw knikt. ‘Ik heb geen belangen meer, dat weten de mensen – ik hoef het morgen niet in partijcompromissen waar te maken. En dat zo’n oude man nog uit zijn hoofd kan praten…’ zegt hij met zelfspot.

Hoe krijg je het vertrouwen tussen de mensen weer terug?

 

Meddens: ‘Ik denk dat Jan Terlouw een belangrijke stap zet door zelf het vertrouwen aan mensen te durven geven. Je moet je niet op de kop laten zitten door de kortetermijnbelangen van je bedrijf of partij, maar bereid zijn net een stapje meer te zetten, en richting jezelf eerlijk te zijn. Je geeft vertrouwen aan anderen en dan krijg je dat ook terug. Zoals de jongerenorganisaties van de politieke partijen die u heeft uitgenodigd.’

Terlouw: ‘Ja, dat was fantastisch. Ik had ze geschreven of ze zin hadden naar Twello te komen en te praten over wat hen verbindt, in plaats van wat hen scheidt. Allemaal gaven ze daaraan gehoor. Ze brachten hier een avond door, het was geweldig gezellig en ze hadden zin om het eens te worden.’

Wat verraste u het meest toen ze hier bij elkaar waren?

 

Terlouw: ‘Ik had de meeste zorgen over de wat rechtsere partijen, maar ze waren erg constructief. De jongerenvoorzitter van de VVD vindt dat de partij veel progressiever moet zijn op milieugebied.’

Op dat moment komt Terlouws vrouw Alexandra de thee en koekjes brengen. ‘Zij maakte het ook gezellig met de jongeren’, zegt Terlouw. ‘Ik heb een beetje mijn best gedaan’, glimlacht Alexandra. ‘Iemand voelde zich een beetje eenzaam, die heb ik opgefleurd.’ Terlouw: ‘En daarna dronken we met z’n allen een biertje.’

Een goede sfeer creëren waarin vertrouwen kan groeien: ook dat is essentieel?

 

Meddens: ‘Ik denk het wel. Dat is wat er tegenwoordig mist. We zijn zoveel online bezig, en we vergeten om met elkaar in de huiskamer te zitten en te praten over wat ons bindt. Daar hebben mensen behoefte aan, en het gebeurt te weinig. In onze beweging doen we dat wel. We beginnen een bijeenkomst altijd met een rondje: hoe gaat het? Wil je thee, koffie, een koekje? Daarna bespreken we wat we gezamenlijk kunnen doen.’

Het valt op dat de jongere generatie (de twintigers en dertigers van nu) en de oudere (de zeventigers en tachtigers) vaak een klik hebben. Kijk naar Bernie Sanders, of bijvoorbeeld Jan Pronk en natuurlijk uzelf, Jan Terlouw. Het lijkt alsof de tussenlaag minder idealen heeft. Hoe verklaart u dat?

 

Terlouw: ‘Misschien omdat de tussengeneratie, van de babyboomers, ontzettend druk bezig is geweest met de vergroting van de welvaart en het herstel van Nederland. Het is een mooie tijd geweest, hoor. De Koude Oorlog hield op, de globalisering kwam. Maar de jongste generatie moet een nieuw probleem onder ogen zien: dat we de aarde verwoesten, wat erg recent is. Vijftig jaar geleden konden we de wereld nog beter achterlaten dan dat we haar hadden aangetroffen. Er kwamen betere medicijnen, minder kindersterfte, meer onontgonnen landbouwgrond, mooie fabrieken, we konden intercontinentaal vliegen. Alles ging beter.

‘Pas de laatste halve eeuw lukt het niet meer. We zijn de wereld aan het uitwonen, de oceanen aan het overbevissen. Dat stelt de mensheid voor een gigantisch probleem, en daarom gaat het ook zo langzaam. Het zit niet in de hoofden van mensen. Laatst bleek uit een enquête dat slechts twee procent van de bevolking het klimaat het urgentste probleem vond. Ook bij de verkiezingsdebatten op televisie komt het niet aan de orde; het hoort domweg niet bij de onderwerpen. Ik begon mijn pleidooi in DWDD met de verwoesting van de aarde, maar slechts een enkeling pikte dat op. Het jongerenmanifest: nauwelijks komt ’t in het nieuws, terwijl ik hoopte dat het de toon zou zetten.’

In NRC Handelsblad stond er onlangs een interessante analyse over. Als er een meteoor op de aarde zou afstormen, die over een jaar alles zou vernietigen, dan zou iedereen direct mobiliseren. Maar ‘het klimaat’ is te vaag, er is geen duidelijke vijand, en het helpt ook niet dat er veel discussie is rondom de opwarming van de aarde. Hoe zien jullie dat?

 

Terlouw: ‘We hebben geen gen voor de lange termijn – geen enkel levend organisme heeft dat. De darwinistische wetmatigheid zegt: we moeten nu eten, nu voortplanten. Dus moeten we het hebben van een cerebrale redenering. En die verdwijnt meteen als de waan van de dag in de weg komt.’

Meddens: ‘Dat kortetermijndenken zit inderdaad in de aard van de mensheid. Maar daarnaast is er ook een fossiele-brandstoffenindustrie, die veel gespendeerd heeft om twijfels te zaaien, met als resultaat dat mensen nu zeggen: “Is het werkelijk zo erg?” Die bedrijven zijn zó verankerd in onze maatschappij – je ziet het op de universiteiten, bij de overheid – dat we niet beseffen hoeveel invloed ze hebben, ook op ons denken.’

Terlouw: ‘Ach, ze zijn zo machtig. En de politiek is helemaal vergeten dat zij de baas is. De fossiele industrie wordt nog steeds vijfmaal meer gesubsidieerd dan duurzame energie. De politiek realiseert zich niet dat ze dat kan veranderen.’

Is de politiek dat bewust vergeten?

 

Terlouw: ‘De politiek is innig verweven met het kapitalistisch systeem, zoals Liset aangeeft. Het komt niet bij haar op; de fossiele industrie tegenhouden is erg rigoureus.’ (Tekst loop door onder beeld)

Meddens: ‘Het is zo gegroeid, door de jaren heen, en nu zijn bedrijven machtiger dan de overheid. Je ziet het in Groningen: de Nederlandse Aardolie Maatschappij (Nam) is in feite Shell en Exxon, en onze overheid zit daar met tien vingers in. Die is bijna bang om iets te zeggen, want ze wil die bedrijven niet verliezen. Dat slaat nergens op, want ondertussen doet ze onze bevolking iets veel ergers aan dan wanneer ze die bedrijven in toom zou houden – het lukt de overheid niet langer om haar eigen burgers te beschermen.’

Terlouw: ‘Als na de Parijse Akkoorden de regeringen hadden gezegd: “Hebben jullie het goed gehoord, Shell en Exxon? We waren met 196 landen, die allemaal vinden dat de temperatuurstijging minder dan twee graden moet zijn in deze eeuw. Dan begrijpen jullie wat we moeten doen. We spreken iets af: volgend jaar doen jullie een kwart van je investeringen in duurzame energie. En het jaar daarop: 35 procent. En we spreken ook af dat wie dat niet doet, diens olie er bij ons niet meer in komt.” Die macht hééft de politiek, maar geen regering kwam op die gedachte.’

Is dat wel mogelijk in een democratie? U schrijft immers in uw boek Hoed u voor mensen die iets zeker weten dat de politiek luistert naar de bevolking. En zolang maar twee procent zich druk maakt over het klimaat…

 

Terlouw: ‘Dat is het probleem. In ons soort democratie kun je maar een half pasje voorlopen op wat mensen willen – en dus moeten de mensen het ook willen. Wat je zegt over die meteoriet: als die op ons af komt, dan willen we veranderen. Pearl Harbour was zo’n schok; Japanners bombardeerden de vloot kapot en de volgende dag zei president Roosevelt: “Morgen zijn wij een oorlogsindustrie. Dan maken we geen broodroosters meer, maar tanks.” De bevolking reageerde: “Natuurlijk”, die heeft het bombardement immers gezien.

‘Bij het klimaatprobleem is er niet zo’n verschijnsel. Ik ben bang dat er eerst een ramp moet plaatsvinden. Stel dat er in New Orleans geen zwarte mensen, maar blanken om waren gekomen. Reken maar dat dan de alarmbellen hadden geklonken. Of dat de overstromingen niet in Bangladesh, maar in Nederland gebeuren.’

De neoliberale economie brak door onder de paarse kabinetten, die veel overdroegen aan de markt. Is dat niet mede de oorzaak van alles wat er is gebeurd? Ook uw partij, D66, was deel van paars.

 

Terlouw: ‘De neoliberale economie is zeker de oorzaak van veel kwaad. In 1991, toen Francis Fukuyama zijn boek Het einde van de geschiedenis schreef, dachten we dat de wereld aan het eindpunt van haar ontwikkeling was gekomen. Het democratisch liberalisme had gewonnen en de globalisering barstte los. Regeringen dachten dat de markt het beter kon, zo ook in Nederland, zo ook bij paars. Ik heb me daar niet vreselijk tegen verzet. Misschien kàn de markt het ook wel beter, dacht ik. Maar daar kwam ik vrij snel op terug.

‘We leven nu in een neoliberale, puur op financiën gerichte samenleving. Daar gaat ook de Europese Unie aan kapot, als ze niet uitkijkt – terwijl de EU vroeger erg sociaal was. Als er ergens mijnen moesten sluiten, deed de EU iets voor de verloren gegane werkgelegenheid. Dat is ze nu vergeten; vandaag is het uitbreiding, marktvergroting, kapitaalstromen de grenzen over laat flitsen. Maar intussen begint ze het te begrijpen, met de Brexit, met Trump, en meer.’

Waarom leidt die onvrede van mensen tot steun voor Trump of Wilders, en niet voor de klimaatbeweging?

 

Meddens: ‘Je ziet beide gebeuren. Toen Trump werd verkozen, nam het aantal vrijwilligers in de klimaatbeweging enorm toe. Maar ik kan me voorstellen dat er ook een groep mensen is die in eerste instantie een snelle protestreactie heeft. Mijn idee bij Trump is: we moeten blijkbaar met z’n allen tegen de lamp lopen en zien dat dit óók niet werkt, en daarna kunnen we bouwen aan iets dat beter is. Ook in Nederland zorgde Trump voor een grote beweging van mensen die juist positieve verandering willen.’ (Tekst loopt door onder beeld)

Terlouw: ‘Het probleem is dat het alternatief niet deugde. Als Bernie Sanders kandidaat was geweest, had hij waarschijnlijk gewonnen, volgens opiniepeilingen. Maar de andere kant (Hillary Clinton, red.) heulde ook met Wall Street, dus kozen mensen degene die het beste voor hun eigen belang was – dat dachten ze, althans.’

Hoe kun je die onvrede van mensen omzetten in iets positiefs?

 

Een lange stilte, uiteindelijk onderbroken door Terlouw: ‘Ik vind dat de politiek moet beginnen’, zegt hij. ‘Net zoals ouders het goede voorbeeld moeten geven aan hun kinderen, moet de overheid dat doen voor de bevolking. Als de overheid zich aan de wet houdt, volstrekt integer is, geen financiële schandalen voedt, dan ben ik ervan overtuigd dat dat weerslag heeft op de bevolking. Als politici over normen en waarden praten, denk ik: je kunt het helemaal niet veranderen in de samenleving – je moet het zèlf doen.’

Meddens: ‘Daar ben ik het mee eens. In theorie moet de politiek het goede voorbeeld geven, maar ik ben het vertrouwen daarin volledig verloren. Ik denk dat de bevolking de leiding moet nemen om de politiek te dwingen die rol op zich te nemen. Ik ben zelf VN-jongerenvertegenwoordiger geweest en zat bij de klimaattoppen midden in het onderhandelingsproces, maar in Parijs – bij de Cop21 – was ik voor het eerst bij de mensen die op straat stonden. De verandering die we nodig hebben komt niet bij de onderhandelaars vandaan, maar bij die mensen op straat. Zij nemen de leiding, van het opzetten van energiecoöperaties tot luide acties die politici dwingen tot sneller handelen. Pas als de bevolking dat geluid laat horen, volgt de politiek.’

Terlouw: ‘Maar hoe krijg je de bevolking zover?’

Meddens: ‘Daar zijn we druk mee bezig. Met de Fossielvrij-beweging geven we concrete handvatten. We creëren groepen mensen, want juist door je te organiseren tegenover je pensioenfonds of gemeente kun je een instelling veranderen. Individueel gaat dat niet. Zo mobiliseerden vier vrijwilligers meer dan tienduizend mensen die een petitie ondertekenden over pensioenfonds ABP, een van ’s werelds grootste financiële instellingen. Klimaat stond voor ABP amper op de agenda, maar nu zal het vijfentwintig procent CO2 reduceren van zijn investeringsportfolio in 2020. Zo gaat 350 miljard euro op de schop, vanwege vier vrijwilligers, die op hun beurt “gewone” burgers beïnvloedden – dan heb je impact.’

Jan Terlouw, gelooft u ook in het mobiliserend vermogen van burgers en in hun tegenmacht?

 

Terlouw: ‘Ik ben verheugd te zien dat er bij de bevolking zoveel dingen ontstaan. Of dat met genoeg kracht is… Er is altijd weer de waan van de dag. Kijk maar naar de verkiezingsdebatten.’

Is er dan meer leiderschap nodig, zoals u dat bijvoorbeeld heeft laten zien? Er is veel energie, maar blijkbaar zijn er leiders nodig om het te bundelen.

 

Terlouw: ‘Absoluut. Mijn grootste bezwaar tegen de politiek, op dit moment, is gebrek aan leiderschap. Neem de stelling dat het midden- en kleinbedrijf niet méér belasting zou moeten betalen dan multinationals. Dat is een kwestie van rechtvaardigheid, dat zouden we moeten vinden. Maar minister Dijsselbloem zegt: “Als we multinationals zwaarder belasten, dan vertrekken ze naar België.” Spreek dan met zoveel mogelijk landen af dat zij óók meer belastingen heffen bij multinationals, denk ik dan. Wil een land niet, dan vertellen we het dat zijn producten er niet meer in komen. Dat kunnen we afdwingen, podverdorie. Dat is leiderschap. Maar ik hoor het niet…’ Terlouw zucht.

Bestaat het wel? Zag u het ooit in de geschiedenis, politiek leiderschap?

 

Terlouw: ‘Jazeker. Churchill. Roosevelt. Mandela. Lincoln, de afschaffing van de slavernij.’

 

Meddens: ‘Ik ben het eens dat het kabinet weinig leiderschap toont. Wie toont dat wel? Jesse Klaver doet ’t goed, hij blaast zijn partij weer nieuw leven in. Dat bewijst ook dat de politiek weer een nieuwe generatie nodig heeft. Als je kijkt naar wie er bij de lijsttrekkersdebatten staat: allemaal vijftig-plus, blanke mannen. De diversiteit is ver te zoeken. Misschien is dat ook een reden waarom dit soort onderwerpen zo weinig aan bod komt.’

Onder de mensen die voor het eerst gaan stemmen, kiest 28 procent voor GroenLinks.

 

Terlouw: ‘Het groene programma spreekt veel jongeren aan. Ook onder mijn kleinkinderen zie ik dat.’

Meddens: ‘Onder mijn generatie is duurzaamheid veel vanzelfsprekender. Het is niet links of groen. Het plaatst zich niet in een hokje, maar is maatschappijbreed.’

Mag er dan niet meer aandacht komen voor jonge mensen in de politiek?

 

Terlouw: ‘De toekomst is voor jonge mensen, en zij moeten erover meepraten. Vanochtend hoorde ik op de radio dat oudere mensen een plekje aan tafel willen bij de Sociaal Economische Raad als het om onderwerpen draait die ouderen aangaan. Dat is prima, maar voor jongeren geldt dat ook.’

Meddens: ‘En blijkbaar moeten wij toch meer ons best doen om een plek aan tafel te krijgen, om serieus te worden genomen. Daaraan erger ik me weleens. Men kan best meer ruimte vrijmaken.’

Jan Terlouw, in uw kinderboeken komt de verandering juist vanuit de jeugd. Is zij de sleutel tot verandering?

 

Terlouw: ‘Het mooie van de jeugd is dat ze nog anders kan denken, daarom schreef ik graag voor dertien- en veertienjarigen. Vroeger gingen de kinderboeken over ondeugende kinderen, en als ze alles goed doen, worden ze net als wij, de ouderen. Maar mijn boeken hadden een andere boodschap: jullie zijn jong en op weg naar een zeer boosaardige samenleving – let op, dit zijn de problemen. Alleen Lemniscaat durfde het destijds aan mijn boek uit te geven. Tegenwoordig zijn er gelukkig veel schrijvers die de slechtigheid van de samenleving laten zien aan kinderen.’

Jullie zetten allebei in op systeemverandering. Is de duurzaamheidsbeweging tot nu toe te veel gericht geweest op het individu?

 

Terlouw: ‘Als ik een toespraak houd over duurzaamheid, krijg ik altijd de vraag: “En wat kan ik doen?” Er is duurzame energie in overvloed. We zouden er verspillend mee mogen omgaan als we die energie eerst beschikbaar maken. Dat kan, als we maar willen. Ik zeg dan wel: douche korter, maar je kunt ook stemmen op de groenste kandidaat binnen de partij van je keuze. Dat zal opvallen in Den Haag.’

Meddens: ‘Met korter douchen redden we het niet, nee. En ik vind het inderdaad kwalijk dat er zoveel nadruk is gelegd op wat je zelf moet doen als individu. Daarmee speel je de fossiele industrie in de kaart, als je voortdurend de schuld bij jezelf legt. Dat is precies wat Shell wil. Je wilt toch een warm huis, dus je wilt gas? Nee, we willen wel een warm huis, maar géén gas! En dat is ook niet nodig. De manier waarop het wordt geregeld in het systeem, heeft vele malen meer effect dan wat je als individu voor acties onderneemt. Soms krijg ik te horen op een feestje, als ik vertel wat ik doe: “O, sorry, ik ben met de auto gekomen.” Ik vind het vervelend dat het klimaat op die manier een negatieve boodschap is geworden.’

We hebben het veel gehad over bedrijven, de politiek laat veel ruimte aan hun welwillendheid: ze zouden de noodzaak van duurzaamheid zien en vanzelf veranderen. Klopt dat? Ook Unilever ging recentelijk om.

 

Terlouw: ‘Unilever deed ’t goed, maar nu staat het onder druk en dreigt ook daar het rendement weer voorrang te krijgen. Sommige bedrijven zullen zeker duurzaamheid serieus nemen, maar de overheid kan het ook afdwingen, leiderschap tonen. Ik kan er ontzettend kwaad over worden. Dat je het durft om dat na te laten voor het nageslacht’, voegt hij met lichte stemverheffing toe, haalt diep adem en vervolgt: ‘Het is geen technisch probleem. Het is doodsimpel om duurzame energie om te zetten in elektriciteit. Doodsimpel! En ook economisch is het geen probleem, want je schept veel werkgelegenheid. Het probleem is: je moet het willen – de politiek en de mensen samen. En als we het willen, is het binnen een paar jaar voor elkaar. Dat is gewoon de werkelijkheid, zeg ik als natuurkundige.’

Meddens kijkt enigszins vertwijfeld. ‘Het is een kwestie van willen, inderdaad, maar omdat er zóveel geld mee gemoeid is, van bedrijven die zóveel invloed hebben op onze publieke instellingen, maken we die omslag niet. Als je het hebt over leiderschap is Paul Polman (de Unilever-topman, red.) precies zo iemand met visie. Maar bedrijven als Shell en Exxon zijn afhankelijk van de fossiele industrie. Ze zeggen wel dat duurzame energie belangrijk is, ze houden complete festivals waar ze kinderen windmolentjes laten bouwen, maar minder dan één procent van hun investeringen gaat naar duurzame energie.’

Het vertrouwen in de samenleving, in het klimaat: Terlouw en Meddens géven erom. De opwinding, zo is duidelijk te merken, komt uit het hart, is oprecht. Maar wat drijft hen precies? Verrassend genoeg geven ze een eenduidig antwoord: de dankbaarheid voor het goede leven dat ze hebben gehad – waarbij Terlouw uiteraard op een groter aantal jaren kan bogen dan Meddens.

Terlouw: ‘Weliswaar is mijn kindertijd overheerst door de oorlog, maar daarna heb ik een ontzettend mooi leven gehad. Ik heb mogen reizen, heb in Parijs gewoond, in de Verenigde Staten, aan het Massachusetts Institute of Technology mogen lesgeven, in Stockholm gewerkt… Ik heb een fantastische vrouw en vier fantastische kinderen. Ik heb boeken geschreven die gelezen worden, ook al was ik dat nooit van plan. Dus voel ik me schatplichtig aan de samenleving en wil ik iets terugdoen. Dat is misschien mijn diepste drijfveer. Ik ben nu 85. Ik heb het goed gehad; en waarom de jeugd dan niet? Terwijl we een prachtige wereld hebben, een prachtige aarde.’  (Tekst loopt door onder beeld)

Meddens knikt. ‘Mijn leven is een stukje korter, maar ik herken er veel in. Ik heb een mooie jeugd gehad en dacht tijdens mijn middelbare-schoolperiode in Limburg heel naïef, alles is perfect, niets aan de hand. Maar toen sloeg ik tijdens mijn studie een boek open over de verdeling tussen rijk en arm, en de enorme CO2-uitstoot, waarvan ik erg schrok. Ik ben voor mijn studie naar Madagaskar gereisd en heb er prachtige dingen gezien. Maar ik voelde me ook verantwoordelijk, omdat ik weet dat er mensen zijn die zich iedere dag zorgen maken over voedsel en water of veiligheid, die kunnen zich niet inzetten voor de langere termijn. Ik heb de mogelijkheid gekregen om te studeren en wil alles op alles zetten voor een rechtvaardiger wereld. Dat is een voorrecht, en tegelijkertijd urgenter dan ooit.’

Terlouw wijst erop dat het bijna donker wordt en hij zijn schapen, kippen, koeien nog moet voeren. Er is tijd voor één vraag:

Wat zouden jullie als eerste doen als jullie premier waren?

 

Terlouw: ‘In een van de stellingen die ik aan de jongeren heb voorgelegd, staat: de vervuiler betaalt. Waarom? Omdat het bedrijfsleven dan de kans ziet om te innoveren op het gebied van duurzaamheid. Ik geloof in het bedrijfsleven zolang je een gelijk speelveld creëert, en een omgeving waarin het kan experimenteren. In subsidies geloof ik niet. Je moet gewoon beprijzen wat er beprijsd moet worden.’

Meddens: ‘Ik zou direct de kolencentrales sluiten. En het energiesysteem decentraliseren. Laat de mensen zelf, in groepjes, hun energie opwekken via zon of wind. Dan breng je energie ook weer dichter bij de burger en betrek je die beter bij het energievraagstuk. Mijn generatie doet de cv aan, de lampen aan, maar kent de verbinding niet meer. Als je ze zelf energie laat opwekken, begrijpen ze het systeem en wordt het ook leuk om te besparen – en je krijgt contact met de buren. Dan komt dat touwtje uit de brievenbus vanzelf terug.’

Jan Terlouw (1931, Kamperveen)  begon in 1948 aan zijn studie wis– en natuurkunde aan de Universiteit Utrecht. Hij promoveerde in 1964 op onderzoek naar kernfusie aan het FOM-Instituut voor Plasmafysica Rijnhuizen. Van 1960 tot 1962 deed Terlouw onderzoek aan het MIT in Cambridge en van 1965 tot 1966 aan het KTH in Stockholm. Daarna was hij onder meer fractievoorzitter van D66, Minister van Economische Zaken, vice-premier, Commissaris der Koningin in Gelderland en senator van de Eerste Kamer. Tegelijkertijd debuteerde hij als kinderboekenschrijver met Pjotr en Oom Willibrord. Zijn bekendste boeken zijn Koning van Katoren (bekroond met een Gouden Griffel en verfilmd in 2012) en Oorlogswinter (naar de verfilming in 2008 kwamen bijna een miljoen bezoekers). Hij ging in 1983 in Parijs werken, als secretaris-generaal van de Conferentie van Europese transportministers. In 1991 werd hij benoemd tot Commissaris van de Koningin in Gelderland. Eind 1996 ging hij met pensioen. In 1999 werd Terlouw senator in de Eerste Kamer. In 2011 verscheen bij Lemniscaat Hoed u voor mensen die iets zeker weten, en recentelijk kwamen Hebzuchtgas en Kop in ’t Zand uit.

Liset Meddens is vooral bekend door haar werk voor de nieuwe stichting Fossielvrij NL. Ze was eerder VN jongerenvertegenwoordiger Duurzame Ontwikkeling. Ze nam deel aan de VN-conferenties Rio+20, en de klimaattoppen in Durban en Doha. Vorig jaar werkte ze intensief mee aan de grootste klimaatactie ooit in aanloop naar de VN-klimaattop in Parijs. Ze mobiliseerde in Nederland meer dan 7000 mensen voor een Klimaat Parade aan de vooravond van de Parijse conferentie. Met anderen kreeg ze afgelopen mei drie bussen vol met actievoerders, die meededen aan een drie dagen durende belegering van een Duitse bruinkoolmijn. Meddens is nauw betrokken bij acties zoals ABP Fossielvrij -waarbij het grootste pensioenfonds van Nederland wordt aangezet beleggingen in fossiele brandstoffen terug te trekken.

 

Idealen Delen is een online debat van de Leprastichting en Vice Versa. Drie weken lang publiceren we inspirerende verhalen over wat mensen drijft, maar ook hoe ontwikkelingsorganisaties anders kunnen communiceren om de maatschappelijke relevantie van hun werk beter over het voetlicht te brengen. Jan van Berkel, voorzitter van Goede Doelen Nederland -de brancheorganisatie van 130 erkende goede doelen in Nederland- en directeur van de Leprastichting: ‘De Goede doelensector moet weer een beweging moet worden van mensen met wie je een ideaal deelt: met wie je onrecht aanpakt. Gedreven door gedeelde idealen komen we vaak tot innovatieve oplossingen, die een enorme maatschappelijke meerwaarde hebben. Dat is wat mensen verbindt: idealen en echte oplossingen die idealen werkelijkheid maken.’ Wilt u ook uw ideaal met ons delen? Laat het ons dan weten via info@viceversaonline.nl

Marc Broere

Marc Broere is hoofdredacteur van Vice Versa. Daarnaast is hij auteur van een aantal boeken waaronder De Bewogen Beweging -50 jaar mondiale solidariteit (met Hans Beereends), Berichten over Armoede -een journalistieke kijk op ontwikkelingssamenwerking, en Minder Hypes, Meer Hippocrates -een positieve injectie voor de ontwikkelingssector (met Ellen Mangnus).

Selma Zijlstra

Selma Zijlstra is redacteur en journalist bij Vice Versa. Ze studeerde Internationale Betrekkingen aan de Rijksuniversiteit Groningen (BA) en haalde haar master in Conflict Studies and Human Rights (cum laude) aan de Universiteit Utrecht. Haar specifieke interesses zijn: geweldloos verzet, handel(spolitiek), arbeidsomstandigheden, gender, conflict, landrechten en wetenschappelijke evaluaties (en voor zover mogelijk de combinaties daartussen).

 

‘Beter één geweldige publicatie dan tien middelmatige’

Door Selma Zijlstra | 18 juli 2017

Hoe zorg je ervoor dat wetenschappers meer doen aan de maatschappelijke bijdrage van hun onderzoek, zonder dat ze bezwijken onder de werkdruk? Vice Versa spreekt erover met Rianne Letschert, rector aan de Universiteit Maastricht.

Lees artikel

Vice Versa Masterclass: Leiderschap in een veranderende wereld

Door Vice Versa | 13 juli 2017

Vice Versa presenteer Masterclass: Leiderschap in een veranderende wereld

Lees artikel

Brief aan de lezer

Door Marc Broere | 07 juli 2017

Brief aan de lezer -Marc Broere’s laatste column voor de zomervakantie

Lees artikel