Door: Manon Stravens
11 april 2018

Tags

Nederlandse hulporganisaties doen, ondanks hun mandaat, nog te weinig om mensen met een handicap te betrekken bij programma’s en besluitvorming. Maar er beweegt iets, nu Nederland het VN-Verdrag inzake de rechten van personen met een handicap in 2016 heeft geratificeerd. ‘Eenvoudige aanpassingen kunnen veel doen.’

Het kantoor van ZOA kent geen drempels, is rolstoeltoegankelijk en heeft een toilet voor mensen met een handicap. Maar in het ‘jaren vijftig’-kantoor van Partos moet men volgens directeur Bart Romijn ‘allerlei toeren uithalen’ om rolstoelgebruikers aan tafel te krijgen. ‘En met alle begrip voor dat prachtige koloniale pand waarin Vice Versa is gevestigd,’ zegt Dicky Nieuwenhuis, directeur van Light for the World, ‘maar onze collega – een rolstoelgebruiker en uitgenodigd spreker – kon er onlangs haar verhaal niet vertellen.’ Dat is volgens haar ‘met enige regelmaat’ het geval bij ontwikkelingsorganisaties.

Hulporganisaties zetten zich in voor de meest kwetsbaren in de wereld, maar zelfs met dat mandaat vallen er mensen buiten de boot. Nieuwenhuis, die met Light for the World organisaties begeleidt in het betrekken van mensen met een handicap bij hun organisaties en programma’s, was zelf verbaasd. ‘In de zestien jaar dat ik in deze sector meega, hoorde ik vrijwel nooit wat over beperkingen en armoede, en de sterke samenhang daartussen.’ Misschien niet heel gek, zegt ze. ‘Het concept van een inclusieve samenleving is nieuw. In Nederland werd je met een handicap, ongeacht je intelligentie, nog lang naar een speciale school gestuurd.’ Hulporganisaties willen extra kwetsbare groepen natuurlijk wel betrekken, zegt Nieuwenhuis, ‘maar er worden bar weinig maatregelen genomen om dit te realiseren’.

Mensen met een beperking worden niet bewust meegenomen in programma’s. Zo schrijft Both Ends in een reactie ‘daar nog niet expliciet mee bezig te zijn’. De organisatie werkt ‘vooral voor en met lokale gemeenschappen als geheel, met specifieke aandacht voor vrouwen. Ook bij het selecteren van onze partnerorganisaties kijken we tot nu toe vooral naar genderinclusiviteit.’ De focus ligt niet op mensen met een beperking, al ‘staan we daar open voor’. Wel werkt Both Ends al sinds bijna twintig jaar samen met Pantar, een organisatie die werkplekken regelt voor mensen met afstand tot de arbeidsmarkt vanwege een lichamelijke of geestelijke beperking. Eerder had Both Ends verschillende Maatwerkers en Wajongers in dienst.


Niet genoeg

ZOA (noodhulp en opbouw in conflictgebieden) zegt wel ‘standaard’ te zoeken naar de meest kwetsbaren, vertelt Annemieke van de Kerk, verantwoordelijk voor programma’s in Soedan, Oeganda, Irak en Afghanistan. ‘Dat zijn huishoudens met aan het hoofd een kind, een vrouw en/of mensen met een handicap.’ Huisjes, toiletten, scholen worden rolstoeltoegankelijk gemaakt.

Maar ZOA rapporteert niet specifiek op het bereiken van mensen met een handicap, op een paar specifieke projecten na. ‘Dat hangt af van de financiers.’ En die vragen niet altijd ernaar, zo blijkt ook uit een brief van minister Lilianne Ploumen, die ze vorig jaar maart aan de Tweede Kamer zond. In openbare aanbestedingen is het bereiken van mensen met een beperking geen vereiste. ‘Toch hebben interventies veelal wel invloed op de toegankelijkheid van dienstverlening, ook voor hen’, schreef de minister.

Niet genoeg, zegt Nieuwenhuis: ‘Concrete maatregelen zijn nodig, anders sluit je ze uit.’ Het gaat niet alleen over rolstoeltoegankelijkheid van scholen of klinieken. Bereik je ze ook?  ‘Ontvangen zij de informatie over jouw diensten, bijvoorbeeld in gebaren- of eenvoudige taal?’ Zelfuitsluiting speelt ook mee: ‘Zo’n jongere met een handicap denkt algauw dat een vakschool niet voor hem is bedoeld, dus meldt hij zich niet aan.’

Uitsluiting van mensen met een handicap kost een samenleving veel geld, aldus Nieuwenhuis. ‘Een economie kan één tot zeven procent groeien als barrières op de arbeidsmarkt worden weggenomen, volgens berekeningen van de Internationale Arbeidsorganisatie. Wereldwijd leeft vijftien procent van de mensheid met een handicap – in conflictgebieden en in extreme armoede is dat twintig procent. ‘Een grote groep en ook voor het bedrijfsleven een potentieel interessante markt.’

Het zijn cijfers die ook Nieuwenhuis aanvankelijk verbaasden. ‘Handicaps komen in ontwikkelingslanden veel vaker voor dan wordt gedacht, omdat we ze niet snel zien. In sommige landen worden die mensen gewoon niet meegeteld; bij nationale volkstellingen is dat vaak een grote kwestie.’ Pas toen een school in Oeganda gericht ging werven, liep het aantal kinderen met een handicap snel op. ‘Anders waren ze onzichtbaar gebleven.’ Begin met het inzichtelijk maken van deze groep, zegt Nieuwenhuis. Nationale en lokale gehandicaptenorganisaties kunnen daar goed bij helpen.


Duurzame doelen

Zo’n kwantitatieve verkenning zou in Nederland moeten gebeuren, vindt Bart Romijn van Partos. ‘Hoeveel mensen met een handicap zijn er in Nederland en in dienst bij hulporganisaties. Dat is noodzakelijk als je aandacht en betrokkenheid van deze groep urgent en concreet wil maken. Tot dusver was daar veel te weinig aandacht voor in programma’s en beleid.’

Met de duurzame ontwikkelingsdoelen, waarin inclusie prominent is opgenomen, is daar wel verandering in gekomen, zegt Romijn. De werkgroep Sociale inclusie, in 2015 door Partos opgericht, wil hulporganisaties, overheden, beleidsmakers, donoren en de private sector inspireren om aan inclusie van gemarginaliseerde groepen te werken. Ze publiceerde de gids Leave no one behind, ook gebruikt als lobbydocument. Romijn: ‘In Nepal zijn we samen met de Karuna Foundation bezig met een proefproject: de zogeheten exclusieradar, die inzichtelijk maakt wie wel en niet worden bereikt, geografisch en qua groepen.’

Romijn en Nieuwenhuis zien ‘een toenemende aandacht’ voor inclusie onder hulporganisaties. ‘De vraag naar onze diensten groeit hard’, zegt Nieuwenhuis. ‘Door onze training leren organisaties wat het concreet voor je programma’s en je medewerkers betekent om mensen met een handicap te betrekken. Hoe vertaal je dat naar de praktijk, van bijvoorbeeld een onderwijsprogramma in het noorden van Oeganda, waar nauwelijks middelen zijn. Hoe identificeer je gezinnen en hoe krijg je die kinderen mee.’

Light for the World gaat langdurige samenwerkingen aan met organisaties in Nederland en in het Zuiden. ‘Want één training verandert niet zoveel.’ Alleen de aantallen mensen met een handicap was al een eyeopener, vertelt Van de Kerk van ZOA, die zo’n training volgde.

Ook het ministerie van Buitenlandse Zaken krijgt meer oog voor mensen met een beperking in verschillende programma’s en partnerschappen, blijkt uit de Kamerbrief van Ploumen. Er zijn onderzoeken uitgevoerd en Nederland steunt programma’s van het VN-Bevolkingsfonds ter bevordering van de seksuele en reproductieve rechten van mensen met een beperking


Recht op werk in Mali

Ook stelde het ministerie vijftig miljoen euro beschikbaar voor Voice (2016-2021), een fonds om organisaties van de meest gemarginaliseerden en gediscrimineerden te ondersteunen. Het fonds, beheerd door een alliantie van Oxfam Novib en Hivos, is voor driekwart bestemd voor zuidelijke organisaties, maar ook voor internationale organisaties met een budget tot twee miljoen euro per jaar. ‘Voice mobiliseert onder meer nationale bewegingen van mensen met een handicap’, zegt programmamanager Marinke van Riet. Zo lobbyde de Malinese gehandicaptenfederatie met succes voor onder meer een wet die mensen met een handicap moet beschermen en hun recht op werk moeten garanderen.

‘Maar het geld moet vooral helpen nieuwe grenzen op te zoeken’, aldus Van Riet. ‘Waar mensen met een fysieke handicap al best wat voortgang hebben geboekt in veel landen, geldt dat niet voor mensen met een mentale handicap.’ Ook moet het fonds ‘nieuwe eilandjes van kwetsbare groepen’ vermijden. ‘Een jonge lesbische vrouw in een rolstoel is vaak het slachtoffer van dubbele discriminatie’, legt Van Riet uit.

‘Veel gehandicaptenorganisaties hebben vaak vooral mannen in de gelederen en op belangrijke posities. Hoe krijgen we ook vrouwen met een mentale handicap betrokken? Zonder ze te intimideren met allerlei eisen waaraan ze nog niet kunnen voldoen.’ Maar het belangrijkste principe is ‘nothing about us, without us’, aldus Van Riet. Ofwel: dat de mensen om wie het gaat niet op het menu staan, maar het diner mogen bepalen. ‘Zijn zij betrokken bij de planning en uitvoering, het personeel en de raden van bestuur en toezicht?’ Iedereen, dus niet alleen die man in een rolstoel, maar ook die vrouw.


Levensreddend

Gevraagd of mensen met een beperking worden betrokken bij de besluitvorming in ZOA-programma’s, verwijst Van de Kerk naar de Core Humanitarian Standard, waarvoor ZOA volgend jaar een certificering verwacht te krijgen. ‘Volgens die principes moeten we onze doelgroep betrekken bij alle fasen van de projectcyclus – dus ook mensen met een handicap, al wordt die groep niet specifiek genoemd. Dat vraagt extra expertise die we misschien niet hebben’, verwacht Van de Kerk. ‘En in noodsituaties lukt het gewoon niet altijd om iedereen te betrekken. Dan ben je levensreddend bezig en is er weinig tijd voor uitgebreide consultatiesessies.’

Mensen met een handicap laten meedenken, gebeurt nog ‘bedroevend weinig’, zegt Nieuwenhuis. ‘Terwijl dat erg belangrijk is, bijvoorbeeld in het ontwikkelen van een evaluatiesysteem. Zij kijken met een andere bril naar de interventies en kennen de indicatoren die het verschil maken.’

Toch ziet iedereen beweging in de sector. ‘Inclusie wordt het nieuwe gender’, zei vertrekkend directeur Kees van de Broek van het Liliane Fonds in een eerder interview. ‘Al maakt de diversiteit aan handicaps het wel een stukje complexer dan gender’, zegt Nieuwenhuis. ‘Als je de specifieke noden niet kent, wordt het al snel een loze kreet.’

Van Riet: ‘Elk land heeft ook zijn eigen definities van beperkingen. Hiv-aids, autisme en albinisme zijn in het ene land wel een beperking, maar elders niet. Dat bemoeilijkt de monitoring van “inclusiemarkers”. Maar daar moeten we wel naartoe. De gehandicaptenbeweging in die landen zou eigenlijk schaduwrapporten moeten maken. Zoals dat voor gender wordt gedaan.’

Maar het monitoren op inclusie gaat ook gebeuren, zegt Nieuwenhuis. Ze wijst op de conclusie van een rapport over inclusieve noodhulp, dat erop neerkwam dat de meeste noodhulporganisaties het betrekken van mensen met een handicap belangrijk vinden, maar daar geen prioriteit aan geven zolang het ministerie dat niet vereist. Maar Echo, de noodhulpinstantie van de Europese Unie, gaat monitoren op gender, leeftijd en beperking. En Nederland heeft zich er tijdens de World Humanitarian Summit in 2016 ook aan gecommitteerd. ‘Nederland kan een voortrekkersrol spelen door dat ook van noodhulpoperaties te eisen. Het is spannend wat Sigrid Kaag gaat doen.’

 

Taalgebruik

Alles staat of valt met goede wil en een open houding, maar eenvoudig is het niet, zegt Nieuwenhuis. ‘En zonder toewijding van het management qua tijd en geld – reken twee à vijf procent méér om een programma inclusief te maken – is het vechten tegen de bierkaai.’

Maar eenvoudige aanpassingen kunnen veel doen, zegt Nieuwenhuis. ‘Een blindenstok, een training in gebarentaal, bloemperken op het schoolplein die een looproute markeren, een opnameapparaatje voor blinde mensen of een doorverwijzing naar gehandicaptenorganisaties.’ Het gaat om kleine stapjes. Van Riet: ‘Organiseer de bijeenkomst op een toegankelijke plek. En denk ook aan het taalgebruik. Verwijs niet langer naar mensen met een handicap als “die andere” of “die kreupele”.’

Van de Kerk: ‘Je moet gewoon beginnen en je staf daarin meenemen. Dan groeit het bewustzijn spelenderwijs. Dat hoort bij het proces je mensen onderdeel te maken van het DNA van je organisatie. Met een aantal mensen zijn we nu erg bewust bezig met beperkingen. Er is nog veel te winnen, maar dat geldt in sommige landen ook nog voor gender.’

Wij leren zelf ook steeds weer, zegt Nieuwenhuis. In hoeverre kan onze blinde collega, die adviseur is, werken met ons nieuwe IT-systeem? ‘Dat zijn leuke uitdagingen. Data kunnen we wel inzichtelijk maken, maar wordt het te ingewikkeld, dan lossen we het klassiek op met de e-mail.’

Op donderdagmiddag 19 april organiseren Vice Versa en het Liliane Fonds het seminar ‘Lets talk about inclusion.’ Meld je aan via deze LINK

Manon Stravens

Manon Stravens (1977) is freelance journalist met een achtergrond in ontwikkelingssamenwerking. Ze schrijft voor diverse media, onder meer het Financieele Dagblad. In 2015 verscheen haar boek ‘De opstand van Boko Haram’. Eerder werkte ze voor ICS en regiokantoor ICCO West-Afrika in Mali.

Vrijdagmiddagborrel: Migratiebeleid met lef loont

Door Marc Broere | 20 april 2018

Een gedurfd beleid op het gebied van migratie en vluchtelingen loont wel degelijk, schrijft Marc Broere in zijn Vrijdagmiddagborrel naar aanleiding van een bezoek aan Palermo. Nederlandse politici zouden zich kunnen laten inspireren door burgemeester Leoluca Orlando.

Lees artikel

Asiel bied je niet alleen

Door Vice Versa | 20 april 2018

Stop met ‘Dublin’ en verdeel asielmigranten eerlijk over Europa. En zorg dat lidstaten hun verantwoordelijkheden nemen en niet afschuiven. Dat schrijft Marthe Hesselmans van het wetenschappelijk bureau van D66 in deze opiniebijdrage.

Lees artikel

De illusie van Afrikaanse grensbewaking

Door Joris Tielens | 18 april 2018

De EU-projecten voor grensbewaking in Afrika om migratie naar Europa te verkleinen, kunnen ook de regionale mobiliteit bìnnen Afrika beperken – die vele malen groter is. Sommige experts twijfelen aan het effect van de miljardenprojecten, anderen zien grenzen ontstaan die er nooit waren. Klein onderzoek naar een nog schimmig speelveld.

Lees artikel