Door: Jan Pronk
4 juli 2018

Tags

De oproep van VVD-leider Klaas Dijkhoff om een politieke bijeenkomst over vluchtelingen bij te wonen waar ook gelachen zou worden, was voor oud-minister Jan  Pronk een aanval op al zijn zintuigen. Dat zei hij vorige week in zijn keynote speech tijdens de ID Leaks Awards. Vice Versa drukt zijn bijdrage integraal af.

De inzendingstermijn voor nominaties voor de Vlieg in het Oog Award, voor de slechtste communicatie uiting over ontwikkelingsbeleid in 2017/2018 is al gesloten. Maar ik wil toch een poging wagen een recente communicatie uiting alsnog onder de aandacht te brengen van de jury. In de afgelopen week konden we op You Tube kijken naar een video waarop Klaas Dijkhoff, fractievoorzitter van de VVD in de Tweede Kamer, iedereen uitnodigde om een politieke bijeenkomst bij te wonen in Veldhoven. Het ging om een politiek café, waarin met Klaas Dijkhoff van gedachten kon worden gewisseld over politiek. In de toelichting op zijn uitnodiging sprak Dijkhoff niet over politiek, maar over vluchtelingen. Daarover zou het in Veldhoven gaan. Hij gaf alvast als zijn mening ten beste dat oorlogsvluchtelingen alleen tijdelijk mogen worden opgevangen en dat vluchtelingen die de Nederlandse normen en waarden niet onderschrijven moeten vertrekken. “Kom allemaal op 25 juni naar Café D’n Burgemister in Veldhoven”, zei Dijkhoff.“Je gaat so wie so lachen. Ik heb Rob Schepers, een cabaretier uit Brabant, uitgenodigd. Hij maakt er iets grappigs van. En natuurlijk praten we daarna verder aan de bar.”

Dat is meer dan een vlieg in het oog. Het is een aanval op al mijn zintuigen: ik hoor de zelfgenoegzame tekst van een politicus die pretendeert te staan voor Vrijheid en Democratie, maar de daarmee verbonden normen en waarden ter zijde schuift. Ik krijg een vieze smaak in de mond. Ik ruik de geur van ‘Eigen volk eerst’en voel de rillingen over mijn huid lopen. Dat soort uitingen gaat verder dan zintuiglijk geweld. Ze zijn een aanval op hart en hoofd. Iedere compassie met slachtoffers van oorlog en onderdrukking ontbreekt. Bovendien, wat is de ratio achter deze voorstellen? En: wat is de ratio achter de combinatie vluchteling, grappen maken, lachen en bier drinken aan de bar? Het is de zelfgenoegzaamheid ten top: geen enkele vluchteling komt aan het woord, alleen autochtone witte Brabantse mannen, die zich wentelen in hun comfort.

Misleidende titel

Kort geleden verschenen twee nota’s van de Nederlandse regering: de migratienota en de nota over het toekomstige ontwikkelingsbeleid: “Investeren in perspectief. Goed voor de wereld. Goed voor Nederland”. Ook al zo’n misleidende titel die in aanmerking komt voor de Vlieg in het Oog Award. In beide nota’s wordt breed uitgeweid over ontwikkeling en migratie. Concrete beleidsvoorstellen ontbreken, maar alle mogelijke aspecten en factoren passeren de revue. De lezer moet wel denken dat de regering van goede wil is en de achterliggende problematiek diepgaand heeft geanalyseerd. Ik zou daar veel over kunnen zeggen, maar dat doe ik niet, omdat het probleem niet ligt bij de beleidsnota’s, maar bij de politieke praktijk daarachter en daar omheen.

Vergis je niet. De macht ligt bij de politici die het beleid naar hun eigen hand kunnen zetten: Dijkhoff en Buma, de twee onwrikbare pijlers van het kabinet Rutte. Over Dijkhoff had ik het al. De Christen-Democraat Buma denkt er net zo over als hij. In de NRC van 16 juni jl. – de dag waarop Dijkhoff ons via You Tubeuitnodigde om te komen lachen in Café D’n Burgemister  –  liet hij optekenen: “Migratie is voor mensen een meer existentiële zorg dan bijvoorbeeld Rusland.” Dat dacht ik ook, toen ik de verhalen hoorde van de mensen die onderweg vanuit Afrika naar Europa terecht waren gekomen in existentiële noodsituaties, eerst in de Sahara en daarna op de Middellandse Zee.

Maar wie dacht dat Buma met ‘mensen’ de bevolking van Afrika bedoelt, vergist zich, want, aldus Buma: “Als je niet in staat bent om je grenzen te beschermen tegen illegale migranten, zelfs in vredestijd, dan denken burgers in Europa: wat hebben we aan deze EU”. Spreek voor jezelf, Buma: ook ik ben burger van Europa, en ik denk niet dat Europa faalt, wanneer mensen daar naar toe vluchten. Het is omgekeerd. Integendeel, Europa faalt wanneer het Europese waarden verloochent en mensen buitensluit en terugdrijft naar de kust van Libië, waar ze in handen vallen van bendes die hen gijzelen, martelen en verkrachten. Maar Buma vindt dat Europa harder moet worden tegenover Afrikaanse landen. “We maken geen afspraken met jullie als jullie geen mensen terugnemen. En waarom komen die boten? Omdat mensen uiteindelijk nog steeds een kans hebben in Europa te blijven.”Je hoort het hem zeggen. Stel je voor dat mensen een kans zouden hebben in Europa te blijven! En dan komt de aap uit de mouw, want, aldus weer Buma: “Dan heb je het niet over vluchtelingen, maar over Afrika dat in de komende decennia nog een miljard mensen erbij krijgt en geen eten heeft.”

Dat is geen vlieg in het oog, maar een stomp in het gezicht. Buma roept een spookbeeld op: heel Afrika heeft geen eten en maakt zich op om zich in te schepen naar Europa. Het is een veel ernstiger voorbeeld van een negatieve communicatie uiting over ontwikkelingsprocessen dan die waarover ID Leaks zich buigt. Hier gaat het om een bewuste vertekening van de werkelijkheid, om opzettelijke bangmakerij van burgers in Europa en het kwalificeren van medemensen aan de andere kant van de Europese grens als een zwerm sprinkhanen. Ik herhaal nog maar eens: dit zijn geen beelden die opgeroepen worden door naïeve commentatoren aan de zijlijn. Het zijn ook geen plotselinge opwellingen of versprekingen. Nee, het gaat om bewust gekozen en wijd en zijd uitgedragen posities van de twee machtigste politici in ons land.

Pantser van zelfgenoegzaamheid

Enkele jaren geleden schreef ik een boek met essays onder de titel: ‘Het pantser afleggen’. Het ging om het pantser van zelfgenoegzaamheid, vooringenomenheid en onverschilligheid dat in Nederland en Europa sinds de eeuwwisseling steeds harder was geworden. Oorspronkelijk wilde ik als titel kiezen: ‘Het pantser doorbreken’. Ik zag daarvan af om niet de indruk te wekken dat het mij er om ging andermans pantser af te breken. Nee, het gaat om je eigen pantser van zelfgenoegzaamheid. Dat kun je niet doorbreken. Dat moet je zelf afleggen, zachtmoedig en met compassie.

Misschien had ik toch die andere titel moeten kiezen. Het eigen pantser afleggen is niet genoeg. Daarna moet je in verzet komen, de drogredenen van zelfgenoegzaamheid blootleggen en de onverschilligheid en vooringenomenheid van opinieleiders, politieke leidslieden en andere machthebbers aan de kaak stellen. Breek door alle pantsers heen, met harde hand.

Zelfgenoegzaamheid is het tegenovergestelde van medemenselijkheid.  Zelfgenoegzaamheid is afkeer. Niet de afkeer van onrecht en onvrijheid, maar afkeer van de slachtoffers daarvan.

Laat toch, het is niet onze zaak. Het raakt ons niet. Het is ver weg.”

Zo’n uitspraak getuigt van onverschilligheid. Onverschilligheid kent geen pretenties, ook niet de pretentie van rechtvaardiging van zelfgenoegzaamheid. Wie behoefte heeft zijn zelfgenoegzaamheid te rechtvaardigen, gaat argumenten zoeken, bijvoorbeeld dat hulp bieden of recht verschaffen niet mogelijk is. En we zijn heel inventief in het aanvoeren van redenen waarom iets niet kan. Bijvoorbeeld:

“Het probleem is ingewikkeld. De oplossing ligt buiten ons bereik. We missen de capaciteit om doeltreffend te helpen.”

Of: “We kunnen het ons niet veroorloven. Hulp is kostbaar, er zijn nog zoveel andere dingen die vóórgaan. We moeten aan onze eigen mensen denken.”

Of: “Europa is vol. Nederland is nu al vol. We kunnen ons in 2060 geen bevolkingsomvang van 20 miljoen mensen veroorloven.”

Drogredenen van zelfgenoegzaamheid

Het zijn drogredenen van zelfgenoegzaamheid. Hoe welvarender we worden, hoe eerder we zegen dat we ergens het geld niet voor hebben. Hoe rijker en knapper de Westerse wereld geworden is, hoe kwetsbaarder zij zich zelf acht. Hoe meer we technisch kunnen, hoe terughoudender we worden om die technische hulpmiddelen in te zetten voor anderen, in plaats van alleen onszelf. Hoe sterker we zijn, hoe meer we onszelf een gevoel van onveiligheid aanpraten.

Er zijn nog andere drogredenen van zelfgenoegzaamheid waarmee we de medemenselijkheid buiten de orde plaatsen. Een zo’n drogreden is fatalisme:

“Het is daar altijd al oorlog geweest”

Of: “De dingen lopen nu eenmaal zo. Je doet er niets aan”

Dat argument is modieus. De samenleving is niet maakbaar, zeggen we. Daarom kun je de dingen beter op hun beloop laten, zeker overzee. Maar wie zich overal bij neerlegt geeft alle ruimte aan de mechanismen van het kwaad, de krachten van de markt en de macht van het geld. Dan krijgt het geweld vrij spel. Fatalisme is gemakzuchtig. We vinden het erg wanneer mensenrechten worden geschonden, maar er valt niets tegen te doen, denken we, want tegen de schendende krachten kunnen we nu eenmaal niet op en daarom proberen we het niet eens. Maar die gemakzucht wringt, want we weten best dat dit soort beweringen haaks staan op de normen en waarden waar we de mond vol van hebben. En daarom is een listiger redenering noodzakelijk om zelfgenoegzaam te kunnen blijven. Die is voorhanden: Je geeft de schuld aan anderen, bijvoorbeeld aan de slachtoffers zelf. Dat is de vierde zelfrechtvaardiging: de blamage, na de onverschilligheid, de vermeende onmogelijkheid en het fatalisme.

“De oorlog is hun eigen schuld. Ze doen het zich zelf aan. Je zou er eigenlijk het beste een hek omheen kunnen zetten”

Of: “Ze zijn daar allemaal slecht. De Tutsi’s zijn geen haar beter dan de Hutu’s. Dus kun je er beter buiten blijven.”

Of: “Het zijn helemaal een asielzoekers. Ze hebben hun documenten vernietigd om niet door de mand te vallen. Het zijn economische vluchtelingen en gelukzoekers. Ze spelden ons maar wat op de mouw.”

De blamage viert hoogtij. Anderen de schuld geven is echter niet alleen gemakzuchtig, maar ook onhistorisch en oppervlakkig. Er zijn altijd onschuldige slachtoffers: vrouwen die verkracht worden, homo’s die gediscrimineerd worden, boeren die van hun land worden verdreven, kinderen die wees gemaakt worden. En bovendien: wie grondoorzaken van armoede, ongelijkheid, onrecht, oorlog en discriminatie zoekt, moet ook bij zich zelf te rade gaan. Het Westen is in grote mate verantwoordelijk voor klimaatverslechtering, voor de race om grondstoffen om Westerse consumenten te behagen, voor schending van mensenrechten door regimes die wij ondersteunen, en voor burgeroorlogen ten gevolge van Westerse interventies, gevoed door Westerse wapenleveranties.

Dus ook de blamage houdt geen stand als rechtvaardiging van zelfgenoegzaamheid. Maar er is nog een andere uitweg:  wie twijfelt kan zich beroepen op overwegingen van opportuniteit, de vijfde drogreden van zelfgenoegzaamheid.

“Het is thans niet opportuun om de wandaden van dat regime aan de orde te stellen, want onze eigen mensen kunnen er door geschaad worden. Of anders wel onze export.”

Of eenvoudig: “Het is niet in ons belang.”

Of: “We betreuren de slachtoffers, maar we moesten ze voor zijn, anders waren er nog meer slachtoffers gevallen. We hadden geen keus.”

Humaniteit is altijd opportuun. En je hebt altijd een keus. Wie dat beseft en toch opzij kijkt, rest nog een zesde en laatste verdedigingslinie: de ontkenning, in al haar varianten.

“Het zit daar toch anders in elkaar dan men denkt. De zaak is heel wat ingewikkelder dan men pretendeert”

Of: “Het valt wel mee. Het zijn niet zoveel slachtoffers. Het is niet zo erg als wordt beweerd.”

Of: “Het is niet bewezen. De gruwelen zijn alleen maar gemeld door de slachtoffers zelf, door hun verwanten en door ooggetuigen uit de regio. Die zijn allen subjectief. Het nieuws is nog niet officieel bevestigd door bevoegde, onafhankelijke en objectieve instanties. Laten we eerst het onderzoek afwachten.”

Of “Het zijn maar Arabieren, Moslims, Afrikanen, …“ (Vul maar in)

Of, ultieme zelfgenoegzaamheid: “Het is allemaal niet waar. We dumpen geen goederen op de markt. We voeren daar geen militaire operaties uit. We hebben niet op vrouwen en kinderen geschoten. Er is geen genocide gepleegd. Het is fake.”

Zelfgenoegzaamheid betekent dat je andere mensen anoniem verklaart. Medemenselijkheid houdt in dat je anderen een naam geeft en een gezicht.

Anonimiteit – geen naam, geen gezicht – betekent dat mensen ontmenselijkt worden, tot ‘dingen’ gemaakt, waarvan de waarde bepaald wordt door de soort, de categorie: vreemdelingen, vluchtelingen, asielzoekers, illegalen, moslims, enzovoort.

Het ‘verdingen’ van mensen leidt tot het verdringen van mensen, het wegdenken van mensen, het wegwerken en doen verdwijnen van mensen

in de anonimiteit,

in de onderklasse,

achter een hek,

in een kamp,

in een bootje op de Middellandse Zee,

uit de economie,

uit de door ons gedefinieerde legaliteit,

uit de samenleving,

en, uiteindelijk, uit het leven.

Het tegendeel van zelfgenoegzaamheid is waakzaamheid: de blik niet afwenden, maar blijven kijken; over onrecht niet zwijgen, maar spreken en verzet aantekenen; slachtoffers uittillen boven de anonimiteit.

Verleg de strijd                                                 

Ik heb de overwegingen gezien bij de nominaties als de beste en de slechtste communicatie in woord en beeld over wat er speelt in ontwikkelingsprocessen en over ontwikkelingssamenwerking: de Hoogvlieger Award en de Vlieg in het Oog Award. Ik ben het in grote lijnen met die overwegingen eens: sommige beelden waren beter dan andere in staat door te dringen tot de kern en een boodschap over te dragen van binnen uit. Maar, en dat wil graag benadrukken, alle genomineerde combinaties zijn er in geslaagd om mensen, die door machtsstructuren tot een ding dreigen te worden gemaakt, uit de anonimiteit te tillen en een gezicht te geven. Ik heb voor al die pogingen grote waardering, ook al is de ene meer geslaagd dan de ander.

Daarom eindig ik met een pleidooi. Ga gezamenlijk het gevecht aan, zij aan zij. Stop niet alle energie in het elkaar de maat nemen. Een vlieg in ’t oog is lastig, maar niet pijnlijk. Verleg de aandacht naar de strijd op een ander front: tegen politici, opinieleiders en twitteraars die woorden en beelden gebruiken die medemensen treffen als een stomp in het gezicht.

Jan Pronk

Jan Pronk  was minister voor Ontwikkelingssamenwerking in de kabinetten Den Uyl (1973-'77), Lubbers III (1989-'94) en Kok I (1994-'98), en van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieu (VROM) in het kabinet Kok II. Van 2004 tot 2006 was hij speciaal VN-gezant in Soedan. Hij is tevens emeritus hoogleraar aan het Institute of Social Studies in Den Haag.

 

De strijd om patenten  

Door Manon Stravens | 20 juli 2018

Sinds de schaamteloze rechtszaak van Big Pharma tegen Nelson Mandela in 1998 is veel ten goede veranderd: voor tientallen ontwikkelingslanden zijn generieke en dus veel goedkopere aidsmedicijnen nu voorhanden. Juriste Ellen ’t Hoen riep een ‘patentpool’ in het leven, dat intellectueel eigendom beheert en licenties uitgeeft. Ze vindt dat het mechanisme ook op andere essentiële medicijnen toepasbaar is. ‘Het is een ongelooflijke gemiste kans’, zegt ’t Hoen, ‘als we dat verzuimen.’

Lees artikel

De twee verhalen over aids

Door Joris Tielens | 19 juli 2018

Ruim dertig jaar aidsbestrijding slaagde goeddeels in het bedwingen van de epidemie èn leert ons wat nodig is om de ziekte ten einde te brengen. Maar de wet van de remmende voorsprong geldt: er is veel vooruitgang door behandeling, maar preventie is verwaarloosd. Bovendien dreigt het succesverhaal te vroeg de mondiale financiering te verkleinen, met mogelijk desastreuse gevolgen. Gevraagd: politieke wil.

Lees artikel

Politieke wil nodig om aids schaakmat te zetten

Door Vice Versa | 18 juli 2018

.Ter gelegenheid van de grote internationale aidsconferentie, die volgende week bijna 20.000 mensen uit de hele wereld naar Amsterdam zal brengen, is een speciale uitgave van Vice Versa verschenen. De epidemie is bedwongen, maar er is politieke wil nodig om aids voor eens en altijd schaakmat te zetten.

Lees artikel