We doen het net een beetje anders

frank lodder fotografie

Wat zijn de diepere drijfveren en idealen van mensen uit de ontwikkelingssector? En hoe vertaal je dat naar de werkvloer? Vice Versa vroeg een aantal mensen om dat eens op papier te zetten. De aftrap is voor Danielle Hirsch, directeur van Both ENDS.

‘Ooit een normaal mens ontmoet? En, beviel het?’ – Deze uitspraak, gedrukt op een spiegelende poster, hing bij ons thuis op de keukendeur. Als ik daarin keek was ik –zeker in het Amstelveen van de jaren ’70 waar ik opgroeide- alles behalve normaal: heel kort haar (voor een meisje), een hoornen, donkere Woody Allen-bril, een iets te kleine paarse sweater, een Schotse rok met een echte veiligheidsspeld erdoorheen en als klap op de vuurpijl schoenen die weliswaar goed voor je voeten waren, maar spuuglelijk.

Natuurlijk maakte ik daar thuis ruzie over: hoezo mocht ik geen merkkleding zoals iedereen, mocht mijn haar niet lang en moest ik die belachelijke schoenen aan? Mijn belangrijkste argument was dat iedereen me uitlachte. Maar daar had mijn moeder helemaal geen oor naar. Ze wees me erop dat je je niets van anderen aan moest trekken als die zonder goede argumenten een andere mening hadden. ‘Normaal doen’ en meelopen met de meute leidde volgens haar alleen maar tot oorlog en discriminatie.

 

Het beste land op aarde

Als kind van migranten heb ik bovendien meegekregen dat Nederland zo ongeveer het beste land op aarde is om in op te groeien, in te leven en kinderen in te krijgen. En dat dat niet alleen rechten, maar ook plichten met zich meebrengt. Opkomen voor mensen die het minder hebben. Als je iets kunt doen, het ook echt doen. Op pijnlijke momenten toch je stem laten horen.

In latere jaren, wonend in de sloppenwijken van Mexico en later in Paraguay, werkend in landen als Kenia, Bangladesh en Kazachstan, en vooral pratend met activisten, boerinnen, vissers en beleidsmakers, kwam ik er snel achter dat ons welzijn niet alleen een morele plicht met zich meebrengt, maar ook een feitelijke: we zijn hier zo rijk en welvarend omdat we volken en de natuur op andere plekken sinds jaar en dag gebruiken voor ons eigen gewin.

Ook daar waar Nederland niet direct zichtbaar actief is, zijn we maar al te vaak indirect betrokken, of in het verleden betrokken geweest. Het is dus logisch dat we op zijn minst de schade die we daarmee veroorzaken, compenseren. Niets liefdadigheid, barmhartigheid en vrijwilligheid, maar zorgen dat niets en niemand last ondervindt van dat wat je onderneemt. Best een normale gedachte…

 

Een diep gedeeld gevoel

Vanuit die overtuiging werk ik al jaren voor Both ENDS. Ons team is de laatste tijd versterkt met jonge mensen die zich net als ik gelukkig prijzen in Nederland te mogen wonen en werken, maar met volle overtuiging vinden dat ons land veel meer voor anderen moet en kan betekenen. Er is een diep gedeeld gevoel dat we onszelf alleen nog in de spiegel aan kunnen kijken als we ook echt iets doen zodat vissers in Jakarta Bay of het Braziliaanse Suape hun land en visgronden kunnen verdedigen tegen de snelle en ongebreidelde stads- en havenuitbreiding, die deels gefinancierd en uitgevoerd wordt door Nederland.

Juist een organisatie als Both ENDS, die opereert vanuit een veilige omgeving waar een groot aantal zeer invloedrijke bedrijven en financiers vlakbij zijn, kan zorgen dat bijvoorbeeld de inwoners van een dorp in de regenwouden van Kalimantan, die leven van de kleinschalige rubberteelt, de komst van palmoliebedrijven die hun zinnen ook op dit stuk bos gemunt hebben, kunnen voorkomen.

Mijn organisatie werkt heel bewust met Zuidelijke maatschappelijke organisaties en bewegingen; zij voelen de gevolgen van Nederlands keuzes en activiteiten aan den lijve, kunnen direct weerstand bieden tegen onrecht en natuurvernietiging en hebben ons al vaak laten zien dat zij heel goed in staat zijn om innovatieve mogelijkheden voor duurzame armoedebestrijding te ontwikkelen en implementeren. Ze zetten zelf de schop in de grond, mobiliseren lokale gemeenschappen en krijgen het voor elkaar dat hun initiatieven worden opgepakt door overheden en financiers. Zij zijn degenen die de oplossingen aandragen en ze vormen daarmee een enorme bron van inspiratie en strijdbaarheid.

 

Tegen verkeerde been schoppen

Both ENDS wil altijd meer dan de financiële basis toelaat en staat dus altijd onder druk. Dat is nooit anders geweest. De verleiding om ons aan te passen aan wat financiers willen is groot, net als de vrees om politici tegen het verkeerde been te schoppen en op die manier voor ons belangrijke geldstromen te verliezen. Toch hebben we onze lijn sinds de oprichting in 1991, weten vast te houden. Dat komt vooral omdat we ons dagelijks realiseren dat al die mensen met wie we werken in andere landen, veel grotere risico’s nemen dan wij als zij hun nek uitsteken, dag in dag uit. Dat maakt ons eigenwijzer; in de pas lopen en met alle winden meewaaien is eigenlijk geen optie.

En eerlijk is eerlijk: het geeft ook een grote impuls aan de organisatie als onderwerpen waar we al jaren mee bezig zijn gemeengoed worden. Doordat we een langetermijnvisie hebben waarvoor na ruim 25 jaar doorwerken en koppig volhouden langzaam maar zeker erkenning komt, voelen we dat ons geroep in de woestijn wel degelijk een verschil maakt. Het betrekken van lokale belanghebbenden bij het beheer van het land en water lijkt de ‘new normal’ te worden. Groen is al langer het nieuwe zwart. Meer recentelijk is ook de maatschappelijke en politieke discussie losgebarsten over ‘Nederland Belastingparadijs’ en over de schaduwkanten van handelsverdragen –thema’s die we vijf jaar geleden aan de straatstenen niet kwijt konden.

Onze drijfveren en overtuigingen zijn niet veranderd. Onze lokale partners inspireren ons nog dagelijks om vast te houden aan een agenda die voor hun van belang is. En de ervaring leert ons dat het inderdaad de moeite loont om te blijven werken aan zaken die ons aan het hart gaan, ook al lijkt het soms vechten tegen de bierkaai. Uiteindelijk blijken die onderwerpen, die aanvankelijk misschien buitenissig lijken, ineens best normaal en ook zeker heel relevant. Het besef dat achter die onderwerpen echte mensen strijden tegen vaak levensbedreigende problemen die door niemand anders worden aangekaart, zet ons in beweging. Want juist in Nederland kunnen we als maatschappelijke beweging relatief veel voor elkaar krijgen dat overal ter wereld door kan werken. Wat ons betreft doen we liever niet al te normaal… Misschien wordt het tijd de spiegelposter als relatiegeschenk nieuw leven in de blazen?