Waterschaarste dwingt tot samenwerken

Bilashakaflowers

Bente Meindertsma reisde voor Vice Versa naar Kenia om te onderzoeken wat de Sustainable Development Goals (SDG’s) betekenen in de dagelijkse praktijk van een land dat zich snel ontwikkelt. In de tweede reportage in een reeks van drie kijkt ze hoe de snel groeiende tuinbouwsector rondom het Naivasha meer samenwerkt om waterschaarste tegen te gaan. 

Langs de oevers van het Naivashameer poedelen nijlpaarden in het water en zijn pelikanen op zoek naar een maaltje vis. Op de achtergrond strekken zich vele hectares kassen uit. Daarin worden rozen verbouwd, die grotendeels per vliegtuig naar Nederland komen om hier op de bloemenveilig te worden verkocht. Met de komst van internationale bloemenbedrijven breidde Naivasha zich in rap tempo uit tot een stadje dat bruist van economische activiteit. Ook het toerisme nam een grote vlucht; het meer is een populaire weekendbestemming voor welgestelde inwoners van Nairobi.

Het Naivashameer is na Lake Victoria het grootste meer van Kenia. Het werd aangemerkt als Ramsar-site, een zoetwatergebied van internationale betekenis. De vruchtbare omgeving van het Naivashameer is tevens de belangrijkste regio voor de tuinbouwsector in Kenia. Naast de grote, veelal Nederlandse bloemenfarms langs de oevers van het meer, verbouwen kleinschalige boeren groente en fruit op de steile berghellingen, langs riviertjes die op het meer uitkomen. De enorme toename van economische activiteit heeft grote invloed op de kwaliteit en kwantiteit van het water. Na tegenvallende regenseizoenen tussen 2007 en 2009 kwam het meer bijna droog te staan in 2009. Daardoor ontstond een gevecht tussen verschillende gebruikers. Commerciële partijen, bewoners, vee en wilde dieren; allemaal hadden ze water nodig.

Schoon water en economische groei

De bloementelers kregen de schuld van het lage peil van het meer, zij waren immers de grootverbruikers van water. Onterecht, zeggen de bloementelers zelf. Volgens hen ligt het probleem veel genuanceerder. Zo veroorzaken de kleinschalige boeren die stroomopwaarts groenten verbouwen erosie omdat hun akkers op veel te steile hellingen liggen. Daarmee vervuilen en verminderen ze de waterstromen die in het meer uitkomen. Bovendien is de toegang tot water voor de groeiende bevolking erg slecht geregeld, waardoor rioleringen op het meer uitkomen en de meeste mensen ook voor het huishouden water uit het meer gebruiken.

Er ontstond een conflict tussen verschillende ontwikkelingsdoelen: van toegang tot schoon drinkwater, tot voedselzekerheid en economische groei. In de Sustainable Development Goals spraken overheden af om naar wereldwijde toegang tot water en duurzaam watermanagement te streven en overal ter wereld te zorgen voor duurzame productie van voedsel en grondstoffen. Volgens doel 12.2 moeten natuurlijke bronnen in 2030 overal duurzaam en efficiënt gebruikt worden bij de productie van consumptiegoederen. Voor het Naivashameer is ook doel 6.3 van belang, waarin is afgesproken om de waterkwaliteit te verbeteren door vervuiling te verminderen en het dumpen van schadelijke chemische middelen tegen te gaan.

Waterstoplicht

De droogte deed de watergebruikers in het gebied beseffen dat ze meer afspraken moesten maken over duurzaam watergebruik. In 2013 startte het Integrated Water Resources Action Plan Program (IWRAP), een publiek-privaat partnerschap van Nederlandse en Keniaanse partijen om het watergebruik gezamenlijk met de belanghebbenden in de regio te verduurzamen. De coördinatie ligt bij het Wereld Natuur Fonds. ‘Met het programma brengen we de overheid, de private sector, het matschappelijk middenveld én de bewoners bij elkaar ’, zegt programma coördinator Sunita Sarkar van WWF Kenya.

Langs de oevers van het meer zijn overal borden geplaatst waarop de waterstand wordt bijgehouden. WAP, staat er boven een halve cirkel die verdeeld is in zwarte, rode, oranje en groene vlakken. ‘Dat zijn de borden van het Water Allocation Plan’, vertelt Enock Kiminta, voorzitter van LANAWRUA, de organisatie van watergebruikers in het Naivasha-basin. ‘Als de pijl in het groene vak staat, is er niets aan de hand. Op het moment dat hij een andere kleur aanwijst worden beperkingen in het watergebruik van kracht. Zo voorkomen we dat het meer nog een keer zo laag komt te staan.’ Hoewel grote commerciële gebruikers zich keurig aan de afspraken houden, halen kleinschalige gebruikers water uit het meer wanneer ze maar willen. ‘Meer dan de helft van het watergebruik is nog steeds illegaal’, zegt Kiminta. ‘Via de Water Resource Users Asscociations proberen we deze gebruikers bewust maken van de gedeelde verantwoordelijkheid voor het water en de effecten die illegaal gebruik kunnen hebben voor anderen.’

Bloementelers onder een vergrootglas

‘Met de droogte van 2009 ben ik meer gaan beseffen hoezeer we afhankelijk zijn van het water’, zegt bloementeler Joost Zuurbier. ‘Maar ook voor de droogte probeerden we al zo efficiënt mogelijk met water om te gaan, net als in ons bedrijf in Nederland.’ Sinds 2008 leidt hij het familiebedrijf Bilashaka Flowers. Het bedrijf beslaat 35 hectare en heeft 700 werknemers in dienst. In de broeierig warme kassen laat hij me de maatregelen zien die hij heeft getroffen om het watergebruik efficiënter te maken. Eindeloze rijen rode, gele en witte rozen groeien in bakken waar buizen voor druppelirrigatie doorheen lopen. ‘Onderin de bakken vangen we het water weer op, zodat we het opnieuw kunnen gebruiken’, legt Zuurbier uit. ‘Via recirculatie en door regenwater op te vangen, kunnen we in de helft van onze waterbehoefte voorzien. De andere helft halen we uit het meer.’

Zuurbier merkt dat er veel meer discussie is ontstaan over de oorzaken van waterschaarste. ‘We zien nu in dat we duurzaam waterbeheer gezamenlijk aan moeten pakken’, zegt hij. ‘Als bloementelers hebben we de Lake Naivasha Growers Group (LNGG) opgericht, om duurzaamheidsproblemen samen het hoofd te bieden’ Met de LNGG hoopten de telers bovendien hun imago te herstellen. ‘Ik denk dat het niveau van de farms vaak onderschat wordt’, zegt Zuurbier. ‘Als je rozen naar Nederland wil exporteren, moet je allerlei certificeringen hebben. De eisen die daar aan vast zitten zijn behoorlijk hoog. Watergebruik en land-erosie specifiek zou binnen de certificering nog meer focus kunnen krijgen.’

Om bloementelers te ondersteunen ontwikkelde de Kenya Flower Council (KFC) een nationale duurzaamheidsstandaard die werd samengesteld uit de eisen van overheden, internationale organisaties, kopers, duurzaamheidscertificaten en NGO’s in de bloemensector. ‘Aanvankelijk was de code alleen voor leden van de KFC’,  vertelt directeur Jane Ngige in haar kantoor in Nairobi. ‘Nu moeten alle bedrijven aan onze code voldoen om te kunnen exporteren. Daarmee zitten alle bloemenbedrijven in Kenia dus op een hoog duurzaamheidsniveau.’ Voor producenten uit Naivasha ontwikkelde de KFC bovendien een speciale water stewardship module, waarmee telers hun water footprint kunnen meten. ‘Dat is niet alleen belangrijk voor hun reputatie, maar ook van groot belang voor een succesvolle bedrijfsvoering’, zegt Ngige.

Tegen erosie

Kleinschalige boeren zijn zich vaak niet bewust van de negatieve gevolgen die hun landbouwactiviteiten op het meer hebben. Op de berghellingen, zo’n uur rijden van  Naivasha verbouwt Margret Wanjiru Mundia kool, pompoen en boomtomaten voor de binnenlandse markt. Ze wijst op het pad dat midden over haar land loopt. ‘Als het hard regende veranderde dat in een rivier die de grond wegspoelde’, vertelt ze. ‘Dan was ik alle bemesting kwijt en kon ik weer opnieuw beginnen.’ Sinds 2009 neemt ze deel aan het Payment for Ecosystems Services (PES) programma van het Wereld Natuur Fonds. Ze kreeg training in methoden om erosie tegen te gaan. Zo leerde ze om kleine terrassen aan te leggen en plantte ze speciale grassoorten die de grond beter vasthouden. Aanvankelijk was ze niet overtuigd. ‘Ik vond het verdacht dat ze alles over mijn land wilden weten en was bang dat ze het van me af wilden nemen’, vertelt ze. ‘Toen ik zag dat de boeren die wel meededen materialen kregen voor hun bedrijf had ik wel interesse.’ 3.000 boeren hebben zich inmiddels aangesloten, zo’n 10 procent van de boeren in de gebied op de berghellingen.

Met haar maatregelen tegen erosie bewijst Wanjiru Mundia de watergebruikers onderin het stroomgebied een dienst, is het idee achter het programma. Partijen onderin het stroomgebied kunnen de service van verminderde erosie ‘kopen’ door mee te betalen aan de trainingen en conserveringsmaterialen. Lake Naivasha Growers Group was de eerste die het programma ondersteunde ‘Maar het blijft moeilijk om kopers te overtuigen van de impact van het programma’, zegt Sarkar van het Wereld Natuur Fonds. ‘De kwaliteit en kwantiteit van het water wordt beïnvloed door zoveel factoren. Bovendien hebben we geen goede onderzoeksinformatie over hoeveel vervuiling de kleinschalige boeren stroomopwaarts veroorzaken. De bloementelers doen vooral mee vanuit het oogpunt van maatschappelijk verantwoord ondernemen.’ Zuurbier bevestigt dit beeld. ‘Ik draag graag bij aan het op gang brengen van ontwikkeling in de regio’, zegt hij. ‘Maar dit soort taken moeten op een gegeven moment wel overgenomen worden door overheidsinstanties.’

Volgens Zuurbier wordt het thema duurzaamheid nog onvoldoende opgepakt door de Keniaanse overheid. ‘Zij kunnen hun verantwoordelijkheid niet afwentelen op de internationale telers’, vindt hij. Omdat de kennis over goede productiemethoden vaak ontbreekt bij kleinschalige boeren kunnen grote telers volgens Zuurbier wel veel betekenen op het gebied van kennisoverdracht. ‘Binnen de Lake Naivasha Growers Group kijken we hoe we hen daarin zoveel mogelijk kunnen ondersteunen.’

Duurzame samenwerking

Als het programma eind dit jaar afloopt, is LANAWRUA verantwoordelijk voor het vinden van nieuwe ‘kopers’ voor de services van kleine boeren. Dat is niet altijd makkelijk, merkt voorzitter Kiminta. ‘Als partijen sceptisch zijn over de impact, vertel ik hen dat ze geduld moeten hebben’, zegt hij. ‘Over 10 jaar zullen de vruchten van hun investeringen plukken.’ De inzet van bloementelers laat soms echter nog te wensen over, vindt hij. ‘Ze komen vaak niet opdagen op vergaderingen, waardoor we geen beslissingen kunnen nemen. Terwijl het juist zo belangrijk is om als groep samen te werken, zeker in lobbyactiviteiten naar de overheid toe.’

‘Waarschijnlijk zal het Payment for Environmental Services programma niet meer zo hard groeien als hiervoor’, zegt Sarkar. ‘Maar het is nu wel tijd dat de markt het overneemt. Als er geen markt voor is, dan houdt het gewoon op.’ Wat haar betreft is de grootste impact van het overkoepelende programma dat zoveel verschillende partijen met elkaar zijn gaan samenwerken en meer oog hebben gekregen voor elkaars belangen. Door deze samenwerking wordt de complexiteit van het probleem meer erkend en zien de verschillende partijen in dat een coherente aanpak vereist is om toekomstige droogtes het hoofd te bieden. Daarmee staan ook de verschillende ontwikkelingsdoelen meer op de voorgrond. Naast economische groei wordt ook het belang toegang tot schoon water en voedselzekerheid erkend.