Verkiezingsblog 7: D66, vol vertrouwen in de wereld

Een kleine twee weken terug publiceerde het Centraal Planbureau de gevreesde doorrekeningen van de verkiezingsprogramma’s. Dat maakt het Evert-Jan Brouwer van Woord en Daad gemakkelijker bij het bloggen over de verschillende partijen. Deze week is de eer aan D66, de partij die volgens de laatste peilingen zomaar de vierde in de Kamer kan worden. Dus ook een potentiële coalitiepartij.

D66 gaat van hoogtepunt naar dieptepunt en andersom. Toen ik in de Tweede Kamer werkte, hadden ze onder Hans van Mierlo 24 zetels. Dat was het hoogtepunt uit de D66 parlementaire geschiedenis. Paars I hebben we het dan over: een kabinet waarin ze flinke invloed hadden.  Via Els Borst en Thom de Graaf kwam de partij uit bij Alexander Pechtold. Hij startte met een schamele 3 zetels in 2006, klom naar 10 in 2010, naar 12 in 2012  en dus mogelijk naar 17 in 2017 – rara, hoe doe je dat? De typering ‘kereltje Pechtold’ (hij is van wijlen Volkskrant columnist Jan Blokker) wordt allang niet meer gehoord. Mijn eerste persoonlijke herinnering aan hem is van de campagne voor de gemeenteraadsverkiezingen in 1998. Ik was toen Leids student politicologie. Tijdens een verkiezingsdebat in het Academiegebouw aan het Rapenburg kwam hij als een welbespraakt, scherpzinnig politicus naar voren.

Snel naar zijn programma. Wat heeft het ons te bieden? Traditiegetrouw focus ik op drie onderwerpen: duurzaamheid, Europa en ontwikkelingssamenwerking.

Bottom line van het D66 programma is: Vol vertrouwen in de wereld. Lees zelfvertrouwen. D66 ziet een Nederland dat zich niet cynisch afkeert van deze nare wereld, maar dat met lef en ambitie van zich laat horen. In Europa en daarbuiten.

Duurzaamheid is voor D66 een belangrijk thema. ‘Meer en schone groei’ ligt volgens de partij ‘binnen handbereik’. De partij vindt het dom dat we ‘leven alsof we reserveplaneten hebben’. Een belangrijke passage: ‘Nederland kan en moet vooroplopen. Onze economie zal schoon en groen worden. Allereerst omdat het moet. Maar ook omdat we het willen: een groeiend aantal mensen, overheden en bedrijven erkent de noodzaak van verandering. En zeker ook omdat het kan: schone technologie wordt steeds goedkoper. We kunnen hierin als Nederland vooroplopen of volgen. Wij kiezen voor het eerste: we willen nu investeren en gaan voor alle kansen die ons dat biedt.’ D66 ziet ‘enorme economische kansen’. Misschien dat de partij daarom denkt met €600 miljoen uit te kunnen om de economie schoon en groen te maken.

De realisatie hiervan zal heel wat Europese samenwerking vergen. En vraagt ook van Nederland een inhaalslag. In Europees verband lopen we enorm achter op schone energie. Of kiezen voor duurzaamheid vooralsnog altijd een ‘enorme economische kans’ is, is overigens maar de vraag, zowel voor bedrijven als voor burgers. Stel: ik ga een dagje met ons gezin vanuit Gouda naar mijn ouders in Genemuiden. Waarom kost het maar €35 peut met de auto, maar €146 aan trein- en buskaartjes als we met ons gezin van zes personen vanuit Gouda mijn ouders in Genemuiden bezoeken? Meereiskorting meegerekend? Heeft Pechtold daarop een antwoord? Het ideaal van D66 is uitstekend, maar ik mis in het programma een realistisch stappenplan om het te bereiken. De rauwe werkelijkheid is wel ver weg in de tekst. Een duurzame keus is in veel gevallen nog een duurdere keus.

Als het om de Europese Unie gaat, gaat D66 nog verder dan de PvdA. Kiest de laatstgenoemde partij heel voorzichtigjes en subtiel voor een pro-Europese lijn – de lezer van het programma heeft het bijna niet door – D66 verwoordt die onomwonden: méér transparantie, méér democratie, méér slagvaardigheid, minder veto’s. Vermoedelijk roepen dit soort teksten Pavlov-reacties uit bij de VVD, met wie D66 in het Europees Parlement samen in de ALDE fractie zit. Mijn gevoel zegt dat de enige manier om in deze tijd zinvol en constructief over Europa te kunnen spreken, is aan de hand van concrete, grensoverschrijdende problemen. Hoe los je die op? Alleen of samen? En als het antwoord ‘samen’ is, hoe dan? De D66-teksten over aanpak van het energievraagstuk en over de omgang met migranten gaan in die richting.

De paragrafen over ontwikkelingssamenwerking zijn moedgevend. Geen grote wijzigingen qua inhoud. Doorgaan met de huidige speerpunten: landbouw/voedselzekerheid, SRGR, veiligheid en rechtsorde en water. Maar dan wel met een stevig budget: €1,1 miljard erbij, en de kosten van asielopvang worden ergens anders (waar?) ondergebracht – zou interessant zijn geweest van het CPB ook dáárvan de doorrekening te zien. Anders dan de coherentietoets van GroenLinks, PvdA, ChristenUnie en SGP stelt D66 de invoering voor van een ‘strenge duurzaamheidstoets’ voor Nederlandse projecten in ontwikkelingslanden. Die mogen het klimaat en de biodiversiteit niet schaden. Naar mijn smaak is dat een te beperkt idee. Kijkend naar de sterke aandacht die D66 overigens heeft voor beleidscoherentie voor ontwikkeling, zal er echter vast met hen te praten zijn om die toets te verbreden en te verdiepen tot alle Nederlandse wetgeving en beleid dat impact heeft op ontwikkelingslanden.

Afsluitend: Met Stientje van Veldhoven op nummer 2 én een reële kans op een positie aan de onderhandelingstafel, is D66 cruciaal voor het realiseren van een regeerakkoord met een stevige paragraaf over ontwikkelingssamenwerking. Als het gaat om duurzaamheid en Europa zal de partij in onderhandelingen met (centrum)rechtse krachten mogelijk wel de nodige veren moeten laten. Kortom, ik ben vooral benieuwd naar het realisme en de rode lijnen van deze partij. Dan snap ik ook beter waarom ze ‘vol vertrouwen in de wereld’ staan.

 

 

Nog even en dan is deze blogserie voorbij. Volgende week pakt Evert-Jan het SGP-verkiezingsprogramma erbij en een enkele dag voor de verkiezingen sluit hij af met GroenLinks