Verkiezingsblog 4: Met de VVD op de fiets

Het is deze week al weer tijd voor de vierde verkiezingsblog. Onder het genot van een cappuccino heeft Evert-Jan Brouwer van Woord en Daad zich gebogen over het programma van de Volkspartij voor Vrijheid en Democratie. Hij was eerst in de verleiding om te reageren op de veelbesproken open brief van Mark Rutte, of op zijn uitspraak dat soep brengen bij de buren ook VVD is. Maar hij bedwingt zich. Zei de VVD-leider onlangs niet in zijn persconferentie dat hij Trump niet op uitspraken in de media, maar op zijn beleid wil beoordelen?

Welnu, in dit blog beoordeelt Evert-Jan het VVD-programma in die geest.

De voorpagina van het VVD-programma is veelbelovend: een fietsende vrouw in de stad. Het wekt de verwachting dat de VVD de duurzame toer op gaat. Eens kijken wat er achter die mooie foto schuil gaat.

Ik begin met duurzaamheid. Interessant is dat volgens de VVD de biodiversiteit in Nederland toeneemt. Een verfrissend geluid, dat ook wel eens gehoord mag worden temidden van alle gesomber. Zij het dat het Compendium voor de Leefomgeving voorzichtig over een lichte vooruitgang spreekt, na jaren van forse achteruitgang. Nu wordt het spannend wat de VVD dan voorstelt om te doen aan het milieu. Na een grimmige passage over bijtende honden in natuurgebieden komt er een verrassend heldere analyse van het energievraagstuk.

De VVD legt de vinger bij de schaarste van fossiele brandstoffen. Er volgt een pleidooi voor innovatie en investering in hernieuwbare energie. De liberalen pleiten voor gezond verstand: niet overhaast de overstap maken, anders kunnen bedrijven en banen uit Nederland verdwijnen. Zit wat in. Wat ook duidelijk wordt: de VVD houdt zich aan gemaakte afspraken in Europees verband en de Energieagenda van Minister Kamp. Minpunt is dat de VVD niet het Verdrag van Parijs noemt. Dat verdrag legt de lat hoger. De door Nederland en de EU ingediende plannen om ‘Parijs’ te realiseren, schieten tekort. Kortom, best een goede paragraaf, maar het besef van urgentie spat er niet echt af. Zeker als we bedenken dat Nederland in EU-verband een enorme achterloper is op duurzame energie. Het VVD-statement ‘Er  gebeurt in Nederland al ontzettend veel op dit terrein’ klopt alleen als we er aan toevoegen: ja, maar in omringende landen nog véél meer.

Dan Europa. Waar de VVD al klip en klaar had uitgesproken dat energiebeleid op EU-niveau vormgegeven moet worden, is de paragraaf over de EU als zodanig wat kritischer. Niet zo fel als die van de SP, niet zo donker als die van het CDA, maar wel hetzelfde pleidooi voor beperking tot kerntaken. Daartoe rekent de VVD: interne markt, internationale handel, energie en klimaat en migratie. Een gemeenschappelijk buitenlands- en veiligheidsbeleid heeft alleen bestaansrecht ‘op die terreinen waar dat meer effect heeft dan afzonderlijk optreden’.

Overall is de paragraaf minder kritisch dan ik van tevoren had verwacht. Er zitten in ieder geval voldoende aanknopingspunten in om de VVD aan te spreken op de verantwoordelijkheid van Nederland om, ook via de EU, bij te dragen aan de Duurzame Ontwikkelingsdoelen die door premier Rutte omhelsd zijn. Deze vragen immers om een gezámenlijke inzet voor ontwikkeling waarbij de economische, sociale en ecologische aspecten met elkaar in evenwicht zijn. Een andere vraag is of de VVD zich daar in de praktijk sterk voor gaat maken…. Daar is tot op heden weinig van te merken.

Nieuwsgierig haast ik mij naar de paragraaf ontwikkelingssamenwerking. Zou die ook al iets positiever uitvallen dan verwacht? Zou ik dan mijn héle beeld van de VVD moeten bijstellen? Genoemde paragraaf blijkt grotendeels een opgebakken kliekje. Het gaat terug op het essay ‘Realistisch buitenlandbeleid’ van Halbe Zijlstra, dat gek genoeg alleen nog bij GeenStijl terug te vinden is. Met de beste wil van de wereld heb ik ooit op Vice Versa geprobeerd in dat essay een paar positieve aanknopingspunten terug te vinden. Dat lukt mij toen nog redelijk. Maar die beste wil ben ik sindsdien kwijtgeraakt. Ik moet nu eerlijk zijn.

De openingszin over ontwikkelingssamenwerking zet de kiezer op het verkeerde been: ‘Ontwikkelingshulp kan een effectief middel zijn als het gericht en slim wordt ingezet’. Ah, denk je, nu komt het. Wat volgt is een betoog dat zich laat samenvatten als: hulp moet je inzetten om asielzoekers buiten de deur te houden; hulp moet je zo geven dat het tegelijk Nederlandse belangen dient; hulp moet strenger gecontroleerd worden; hulpgeld mag ingezet worden voor financiering van militaire vredesoperaties en migratiebeleid. Ik zal de VVD helpen en het rijtje nog even afmaken: jullie mogen het afnemende hulpbudget ook wel gebruiken om de toenemende Nederlandse klimaatuitgaven te financieren, OK? Opvallend is dat in de hele paragraaf niet 1 keer het woordje armoede valt.

De Vice Versa-lezers kennen mij als genuanceerd. Ik wil ze daarom, na deze teleurstelling, niet onthouden dat ik de VVD nog één pluspuntje toeken. Ze willen ontwikkelingslanden helpen in de strijd tegen belastingontduiking. Zowaar: beleidscoherentie voor ontwikkeling! Mijn vrienden van Fair Politics mogen dat meenemen in hun jaarlijkse monitor.

Afsluitend: Met de VVD weet ik niet goed raad. De teksten over duurzaamheid en Europa zijn me meegevallen, de tekst over ontwikkelingssamenwerking voldeed helaas aan mijn verwachtingen. De VVD is onvoldoende doordrongen van het belang van ontwikkelingssamenwerking, juist in deze turbulente tijd  Maar de raslobbyist ziet altijd nog wel een haakje. Hoe groot of klein de VVD ook wordt, na 15 maart moeten we in ieder geval over duurzaamheid en Europa nog maar eens in gesprek.

 

Volgende week blogt Evert-Jan over het verkiezingsprogramma van de ChristenUnie.