Stephen Chacha: Duurzaamheid ontneemt Afrika het recht op ontwikkeling

stephen-chacha
Een van de hoofdgasten tijdens de Ready for Change-conferentie vorige week was Stephen Chacha, de coördinator van de Africa Beyond 2015 campagne. Vice Versa had een openhartig gesprek met hem over de duurzame ontwikkelingsdoelen en de dubbele standaarden die Europa vaak hanteert. Maar ook over de enorme potentie van Afrika.  ‘Een zeer jonge bevolking plus de aanwezigheid van grondstoffen. Tel daar talrijke vakantiebestemmingen bij op, en ik verzeker je: Afrika is the next big thing.’

Afgelopen donderdag, 19 mei was het dan eindelijk zo ver, de presentatie van het aanbevelingsrapport over de Sustainable Development Goals (SDG’s) op de ‘Ready for Change’ conferentie. Een van de hoofdrollen deze dag was weggeld voor de flamboyante Stephen Chacha, regionale coördinator van de ‘Africa Beyond 2015’ campagne. Ondanks zijn optimisme over de eerlijkheid van het rapport benadrukte hij nogmaals de noodzaak om beleid aan te scherpen. ‘De SDG’s refereren direct aan de pijnpunten van het Nederlandse klimaatbeleid, de vraag is nu hoe gaat de overheid deze oplossen?’ Ook heerst er nog te vaak een dubbele standaard. ‘Europa is vandaag de dag nog steeds de grootste wapenexporteur naar landen in Afrika. Het kan echt niet dat Europese landen bij de VN vergadering verklaren zich in willen zetten voor ‘the poorest of the poor’, terwijl diezelfde overheden de verantwoordelijkheid dragen over de beteugeling van de ontwikkeling in Afrika.’

Is de overgang van de Millennium doeleinden (MDG’s) naar de SDG’s een verbetering ten aanzien van Afrikaanse landen?

‘Ja, zeker. De MDG’s zijn niet te vergelijken zijn met de SDG’s. Het grote verschil zit in de reikwijdte van beide agenda’s. Waar de MDG’s alleen van toepassing waren op ontwikkelingslanden, zijn de SDG’s relevant voor iedereen. Ook ontbrak het bij de MDG’s aan de juiste balans tussen people, planet, profit, de drie dimensies voor duurzame ontwikkeling. Het is nu de taak van de SDG’s om het onvoltooide werk van de MDG’s  af te maken. ‘Naast de SDG’s heeft Afrika momenteel ook veel aandacht voor de ontwikkelingsagenda van de Afrikaanse Unie (AU), Agenda 2063. Een lange termijn visie op de ontwikkeling van het continent die uiteindelijk moet leiden tot de industrialisatie van alle Afrikaanse landen. Het versterken van de regionale samenwerking is van zeer groot belang voor Afrika en haar  positie binnen de wereldeconomie. Voor bijna ieder Afrikaans land geldt dat Agenda 2063 momenteel de hoogste prioriteit heeft en dat de SDG’s pas daarna komen. Of de SDG’s gaan bijdragen aan de ontwikkeling van Afrika hangt dus eigenlijk af van de mate waarin de SDGs aansluiten op Agenda 2063. De SDG’s kunnen op hun beurt een bijdrage leveren door eventuele lacunes te dichten.’

Wat zijn de consequenties van Agenda 2063 voor de duurzaamheid van Afrika?

‘Ook duurzaamheid is opgenomen in Agenda 2063. Weliswaar wordt het minder breed uitgemeten dan in de SDG’s. Er heerst momenteel een heel sterk sentiment dat Afrika ook het recht heeft op economische ontwikkeling. Deze ontwikkeling zou bovendien moeten voortkomen uit strategieën die door het continent zelf zijn bedacht. In het verleden heeft Afrika steeds maar de instructies aangenomen van het Westen. En om heel eerlijk te zijn hebben deze adviezen in sommige landen destructief uitgepakt voor de nationale economie. Afrika heeft haar lesje dus inmiddels wel geleerd. Een populaire visie op ontwikkeling is nu dat verbeteringen voor Afrika alleen kunnen voortkomen vanuit onze eigen kaders. Door het ontwikkelen van de eigen potentie. In Afrika bestaat 60% van de bevolking uit jonge mensen, er is dus een gigantisch arbeidsvermogen aanwezig. En dat terwijl de bevolking in het Westen enorm aan het vergrijzen is. Het is daarom ook niet slim dat Europa haar grenzen sluit en circulaire migratie onmogelijk maakt. Je kunt er de klok op gelijk zetten dat de arbeidsmarkt in Europa over een paar jaar staat te springen om jonge krachten. Veel mensen blijven Afrika zien als een duistere plek waar niks werkt en waar de mensen lui zijn. En dat is gewoon niet zo. Momenteel zijn er zoveel briljante mensen bezig zich keihard in te zetten voor de integratie van het continent om zo de industrialisatie van heel Afrika te realiseren. Deze manier van ontwikkelen zal ongetwijfeld niet 100% duurzaam zijn, want de Afrikaanse bodem beschikt nu eenmaal over heel veel natuurlijk hulpbronnen als olie en gas.’ ‘Het probleem met verduurzaming in Afrika is dat het voor veel landen voelt alsof het Westen hen daarmee het recht op ontwikkeling ontneemt. Neem bijvoorbeeld Tanzania dat rijk is aan tal van grondstoffen. Het gebruik van fossiele brandstoffen kan zorgen voor een enorme tempoversnelling van de industrialisatie, daar is het Westen zelf het voorbeeld van geweest. Wanneer Tanzania nu geadviseerd zou worden om over te stappen op duurzame energie dan is vanuit Afrikaans oogpunt bezien, hun gevoel van onrecht heel begrijpelijk. Dit gevoel wordt ook versterkt door het feit dat Afrika de hoofdprijs moet betalen voor klimaatverandering. Nergens zijn de gevolgen van jarenlange vervuiling zichtbaarder en voelbaarder dan bij ons. Wanneer de landen die zélf ontwikkeld zijn door het gebruik van vervuilende gassen, dat nu gaan proberen te verbieden, zit daar gevoelsmatig een hypocrisie in. Ondanks dat ik het er niet mee eens ben snap ik wel waar dit gevoel vandaan komt. Vanuit de grond van mijn groene hart vind ik dat we veel voorzichtiger moeten omgaan met het milieu. Alleen in een continent als Afrika moet de overgang naar duurzame energie wel geleidelijk gebeuren. Bovendien moet het goed worden georganiseerd en ondersteund worden door kennis en technologie vanuit van het Westen. De trend is nu nog steeds dat nieuwe technologieën worden bedacht en vervolgens voor veel te hoge prijzen worden doorverkocht. Prijzen die door de meeste Afrikaanse overheden niet bekostigd kunnen worden. Hierdoor komt oude technologie op de Afrikaanse markt terecht. Wat ook vaak gebeurd is dat innovaties die door Afrika zelf ontwikkeld zijn worden overgenomen door China of Rusland. Politiek is dus zeer belangrijk om dit soort problemen aan te pakken.’

Topambtenaar Christiaan Rebergen wees tijdens haar speech op de ‘Ready for Change’ conferentie meerdere malen naar de cruciale rol van de SDG’s bij het helpen ontwikkelen van de ‘poorest of the poor’. Hoe kijkt u hier tegen aan?

‘Het uitbannen van wereldwijde armoede was meer de essentie van de MDG’s dan van de SDG’s. Wellicht was het voor het ministerie ook een manier om de aandacht af te leiden van de Nederlandse context. Armoede en educatie zijn nog steeds wel belangrijk, maar voeren niet langer meer de boventoon. Wanneer Afrika het publiek was geweest voor de speech dan had ik de boodschap over de ontwikkeling van de ‘poorest of de poor’ beter kunnen begrijpen. Ontwikkeling gaat momenteel niet meer alleen over armoede, de SDG’s laten juist zien dat het veel breder is dan dat. Buiten dat ik zijn speech goed vond, zou het interessant zijn geweest om de visie van minister Ploumen te horen op het beleid ten aanzien van de SDG’s bínnen de eigen landsgrenzen. Hoe wil zij de problemen aanpakken die specifiek betrekking hebben op Nederland, bijvoorbeeld duurzame energie.’ ‘De ‘Ready For Change’ conferentie is het bewijs dat nu een beweging ontstaat waarin we op mondiaal niveau ervaringen uitwisselen, problemen bespreken en nadenken over hoe de dingen beter kunnen. Dit is een mondiale agenda en van ieder land wordt dus ook verwacht dat de nationale politiek wordt aangepast op de SDG’s. Regio’s als Afrika, Azië en andere ontwikkelingslanden zijn nu vaak veel verder op het gebied van kennis over hoe de SDG’s doorgevoerd kunnen worden in de binnenlandse politiek. Dat komt doordat zij al ervaring hebben opgedaan met dit proces ten tijde van de MDG’s. Voor ontwikkelde landen, zoals Nederland, zijn de SDG’s een geheel nieuw fenomeen. Gelukkig begint het besef dat dit een mondiale agenda is in plaats van ontwikkelingsagenda nu langzaam door te dringen, al zijn we er nog niet.’ Kunnen de SDG’s gehaald worden?

‘De SDG’s zijn ambitieus, en dat goed. De doelen richten zich expres niet alleen op het laaghangende fruit. Dat maakt het wel een uitdaging. Het gaat erom dat ieder land z’n uiterste best doet om een steentje bij te dragen. Al is het ook geen competitie. Daarnaast is het van belang dat landen over beleidsmuren heen kijken en andere landen assisteren bij het halen van de doelen. Een voorbeeld hiervan is een land als de Centraal-Afrikaanse Republiek dat geen enkel Millennium doel heeft weten te realiseren. Hoe gaan we ervoor gezamenlijk voor zorgen dat zij dit keer de 17 SDG’s wél gaan halen. Dat is dus ook de verantwoordelijkheid van Nederland, en met die spirit moeten we er ook ingaan. ‘Ook is het van belang dat politieke oplossingen worden gevonden voor nationaal beleid dat negatieve effecten over de grens heeft. Zoals de wapenhandel en financieel wanbeleid. Het is echt niet onmogelijk om de SDG’s te halen. Alleen moet het mondiale partnerschap wel versterkt worden en hulpmiddelen en technologie op grote schaal beschikbaar worden gemaakt.’