‘Nederland, spreek je uit over Indiase misstanden’

 

19211165_303

De beweegruimte voor activisten in India krimpt gestaag. Hoe ga je daar als actievoerder mee om? Een vraaggesprek met Henri Tiphagne, mensenrechtenadvocaat en directeur van People’s Watch, die dit jaar de Amnesty International Human Rights Award won. ‘Als ze mijn werk “misdadig” noemen, kan ik enkel concluderen: ik zal dit delict blijven plegen.’

Het is inmiddels twee jaar geleden dat de veiligheidsdienst van India, ’s werelds grootste democratie, de ngo-sector deed huiveren: in een uitgelekt rapport bestempelde de dienst een groep ngo’s als ‘gevaarlijk’. De organisaties, waaronder Cordaid, Greenpeace en Action Aid, zouden een verlengstuk zijn van westerse overheden en een anti-ontwikkelingsagenda nastreven. Hun milieu- en mensenrechtencampagnes kosten India jaarlijkse twee à drie procent aan economische groei, aldus het document.

Het rapport past in het rijtje restrictieve maatregelen die India in de afgelopen jaren oplegde aan ngo’s. Meest controversieel is de in 2010 aangescherpte Foreign Contribution Regulation Act (FCRA), een wet die buitenlandse ngo-financiering reguleert. Critici waarschuwen dat de FCRA het werk van ngo’s dwarsboomt. Organisaties moeten zich nu verplicht aanmelden bij de overheid om buitenlandse gelden te ontvangen, maar dit blijkt in de praktijk een lastige opgave. Het registratieproces is bureaucratisch, traag en ingewikkeld. Bovendien hebben ngo’s na hun registratie geen vrij baan: buitenlands geld mag je niet gebruiken voor activiteiten die tegen India’s nationale en economische belangen indruisen. Volgens denktank Carnegie plaatst de FCRA India op gelijke voet met het repressieve ngo-beleid van Rusland en China.

Henri Tiphagne, een doorgewinterde mensenrechtenadvocaat uit Tamil Nadu in Zuid-India, ziet de ontwikkelingen met lede ogen aan. Zijn organisatie People’s Watch documenteert al ruim twintig jaar mensenrechtenschendingen in India en biedt juridische ondersteuning aan gedupeerden zoals de Dalits – oftewel: ‘de Onaanraakbaren’ –, de laagste sociale klasse in India. Maar tegenwoordig lijkt Tiphagne steeds meer tijd kwijt te zijn met het verdedigen van zijn ngo in plaats van de mensen die hij wil helpen.

Het mensenrechtenklimaat in India verruwt en de regering keert zich steeds vaker tegen ngo’s en activisten. Hoe beïnvloedt dat uw werk?

‘Als mensenrechtenactivist in India moet je bereid zijn te vechten en te lijden. Dat was altijd al zo, maar de repressie is in de afgelopen vijf jaar nog erger geworden. In plaats van lof voor je werk, ontvang je nu dagvaardingen. Dat is een van de overheidstactieken om mensenrechtenverdedigers de mond te snoeren. Ze criminaliseren het werk van activisten en spannen vervolgens tal van schijnrechtszaken aan. Ik word dus niet fysiek bedreigd, maar mijn werk wordt onmogelijk gemaakt door dwingende wetten en partijdige rechters. Ik werk al sinds mijn studententijd in de jaren zeventig als activist en ik ben wel wat gewend, maar de hevige oppressie die India nu in haar greep heeft doet me pijn.’

In 2010 is de FCRA aangescherpt. In hoeverre heeft deze wet effect op uw organisatie People’s Watch?

‘Sinds de aanpassing moeten onze ngo’s een vergunning hebben om financiering vanuit het buitenland te ontvangen. Inmiddels heeft die wet meer dan tienduizend organisaties geraakt doordat hun verzoek is afgewezen of hun vergunning is ingetrokken. Met name mensenrechtenorganisaties hebben het zwaar. Dat geldt ook voor People’s Watch. Onze vergunning werd tussen 2012 en 2014 meerdere malen afgenomen, waarna onze bankrekening is bevroren – dat mag de overheid doen volgens de nieuwe FCRA. Het had grote gevolgen: we konden onze medewerkers niet meer betalen, zijn als organisatie flink uitgedund en moesten ons rehabilitatiecentrum sluiten. Ook moesten we ons scholenprogramma over mensenrechten tijdelijk stopzetten. Verschrikkelijk.

‘Gelukkig heeft het hooggerechtshof ons in het gelijk gesteld en zijn we nu weer volop aan het werk. Maar de oppressie blijft een probleem. De FCRA verbiedt nadrukkelijk buitenlandse financiering voor activiteiten van politieke aard, inclusief bijeenkomsten en protestmarsen – terwijl dat juist de kern is van mijn werk voor People’s Watch. Wij komen op voor de Dalits, een zeer arme groep die echt de straat op moet om gehoord te worden. Wij maken hen bewust van hun rechten en helpen hen om zich te verenigen en een vuist te maken. Als dat onder de FCRA een “misdaad” is, kan ik maar één ding concluderen: ik zal dit delict nog veel vaker plegen.’

Hoe bied je tegenwicht tegen de repressie van de staat?

‘Je gaat op zoek naar manieren om onderdrukkende wetgeving te omzeilen. Wij willen graag financieringsbronnen aanboren die niet onder de FCRA vallen, bijvoorbeeld via buitenlandse bedrijven. Als die in ons investeren, wordt dat gezien als een lokale investering en mag de overheid niets afromen – een handige maas in de wet. Zeker omdat het bedrijfsleven ook baat heeft bij een democratisch India. Zakenlui weten dat het waarborgen van onze vrijheden op de lange termijn goed is voor de winst.

Bovendien is de tijd dat bedrijven enkel onze regering te vriend moesten houden over: India verplicht een deel van buitenlandse bedrijven te investeren in maatschappelijk verantwoord ondernemen. Dus mochten er Nederlandse bedrijven zijn die in India investeren en op zoek zijn naar een goed project: bel me!’

Wat kunnen Nederlandse hulporganisaties voor u doen?

‘Veel, want begin volgend jaar wordt de mensenrechtensituatie in India onder de loep genomen tijdens de Universal Periodic Review van de Verenigde Naties. Dat is een uitgelezen kans voor de Nederlandse ngo’s om in actie te komen. Ten eerste kunnen ze tijdens deze beoordelingsronde zelf mensenrechtenrapporten over India indienen. Ik weet dat Nederland goede denktanks en ngo’s kent, dus mijn verwachtingen zijn hoog. Ten tweede zou ik graag zien dat Nederlandse ngo’s jullie diplomaten stimuleren om hun mond open te doen tijdens deze sessie. Het zou ontzettend helpen als Nederland niet diplomatiek zwijgt, maar de moed verzamelt en zich uitspreekt over de misstanden in ’s wereld grootste democratie. Kortom, ik reken op de Nederlandse ngo’s.’