Nederland en de SDG’s: een teleurstellende kaartenbak

© Hindrik Sijens

© Hindrik Sijens

Ook in hun laatste regeermaanden trekken VVD en PvdA hun teleurstellende beleid op het gebied van mondiale samenwerking gewoon door. Onlangs kwam het nationale plan van aanpak voor de Duurzame Ontwikkelingsdoelen (SDG’s) uit, en dat valt enorm tegen, schrijft Linde-Kee van Stokkum namens het ‘Ready for Change’ initiatief in deze opiniebijdrage: Het is niet meer dan een visieloze kaartenbak.

Vrijdag 30 september was het zover: het langverwachte Nederlandse ‘plan van aanpak inzake implementatie van de Duurzame Ontwikkelingsdoelen (SDG’s)’ werd beschikbaar. De voorlopige conclusie? In tegenstelling tot eerdere toezeggingen, komt het kabinet niet met een stevig plan van aanpak, maar blijft de uitvoering van de SDG’s beperkt tot een ‘kaartenbak’, een opsomming van allerlei initiatieven die al gaande zijn.

Veelbelovend…

Het plan ‘Nederland Ontwikkelt Duurzaam’ begint veelbelovend en spreekt 11 keer over ambities. Met een pragmatische aanpak wil Nederland zich ervoor inzetten dat in 2030 alle doelen gehaald zijn. Pragmatisch betekent in de praktijk echter dat een nationaal SDG implementatieprogramma op dit moment ‘weinig toegevoegde waarde’ heeft. De Nederlandse regering wil niet zozeer nieuw beleid, maar vooral bestaand beleid bijstellen. Geen stevig implementatieprogramma dus, maar slechts een ‘kaartenbak’, om in de woorden te blijven van Hugo von Meijenfeldt, coördinator voor de implementatie van de SDG’s in Nederland. Wat ‘Ready for Change’ betreft, een gemiste kans.

Aanwakkerende rol voor de overheid

In het ‘kaartenbak’-plan kent het kabinet een ‘partnerrol’ aan de overheid toe, een belanghebbende naast de vele anderen die zich richten op duurzame ontwikkeling. Een overheid die vooral kijkt naar het vele mooie en goede waar de Nederlandse samenleving mee bezig is. Maar wie scherp kijkt naar de inhoud van de Sustainable Development Goals, ziet dat eigenlijk een heel andere rol van de overheid nodig is. Dat is ook wat het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) stelt in de beleidsstudie die het in opdracht van de Nederlandse regering heeft opgesteld. Het PBL concludeert: ‘Allereerst dient het nationale ambitieniveau [voor uitvoering van de SDG’s] te worden vastgesteld, bestaande uit een heldere langetermijnvisie, en ondersteund door nieuwe en aangepaste nationale doelstellingen voor 2030. Cruciaal voor een succesvolle implementatie is vervolgens het afstemmen van de inspanningen en verantwoordelijkheden van de diverse ministeries en decentrale overheden, het bewaken van de samenhang in het beleid, en het betrekken van andere actoren zoals burgers, bedrijven en Ngo’s bij het vaststellen en implementeren van de visie en doelstellingen.’

Hieruit komt een rol naar voren van kaders stellen, ambities vastleggen, verantwoordelijkheden pakken dan wel toedelen, partijen samenbrengen en zorgen dat alle inspanningen op elkaar afgestemd zijn. Een positieve, aanwakkerende rol dus. Zitten we er ver naast als we vermoeden dat de rechterhelft van dit kabinet misschien niet zoveel zin heeft in duurzame ontwikkeling? Kijkend naar het recent gepresenteerde verkiezingsprogramma van de VVD kunnen we het vraagteken gerust weglaten. De intentie van de VVD om nog eens fors te willen bezuinigen op ontwikkelingssamenwerking, maakt de Nederlandse inzet voor de SDG’s tot een farce.

‘We must act together. And we must act now’

Dat zei premier Rutte bij de ondertekening van het Klimaatakkoord in Parijs in december 2015. Het had het Nederlandse kabinet gesierd om in deze geest met de SDG’s aan de slag te gaan. Het meest verontrustende in het ‘kaartenbak’-plan is dat het geen enkele urgentie uitstraalt. Het is natuurlijk fijn dat we voor veel SDG’s al beleidsdoelen hebben, maar daarmee zijn die doelen nog niet gehaald. Het is zeker aardig dat we als Nederland in indexen op plek 8 van 149 staan, maar dat is geen enkele reden tot achterover leunen. We streven dan wel dezelfde mondiale doelen na, ontwikkeling betekent voor ieder land iets heel anders.

Op 19 mei 2016 publiceerden wij ons rapport ‘Ready for Change? Global Goals at Home and Abroad’. In dit rapport zoomen wij in op afzonderlijke SDG’s. De uitkomst? Nederland is koploper op het gebied van infrastructuur en innovatie. Ook toegang tot onderwijs en het bestrijden van extreme armoede is in Nederland al goed geregeld. Nederland loopt echter nog ver achter op andere Europese landen met de overgang van fossiele naar hernieuwbare energie. Nederland importeert nog massa’s palmolie en soja die niet duurzaam geproduceerd zijn, maar waarvoor hele bossen gekapt zijn en oorspronkelijke bewoners verkassen moesten. In Nederland worden nog bergen voedsel verspild. Het kabinet bezuinigt op ontwikkelingssamenwerking en maakt daarmee een lachertje van de norm die we in de SDG-agenda net weer samen afgesproken hebben. Nederland voert een migratiebeleid dat op gespannen voet staat met het beleid voor ontwikkelingssamenwerking. Onze landbouw is nog lang niet klimaatproof. Het kabinet sluit handelsakkoorden die niet per definitie gunstig uitpakken voor ontwikkelingslanden. Hoezo plek 8 van 149 op die befaamde indexen?

Ready for Change?

Die ‘kaartenbak’ is een eerste stap in de goede richting. Maar vertolkt nog lang niet die ambitieuze rol die wij ons kabinet graag zien spelen. Daarom zullen wij vanuit ‘Ready for Change’ de komende weken nog een stevig appel doen op de Tweede Kamer. Die kan het kabinet uitdagen deze ambitieuze rol te pakken. Het nastreven van duurzame ontwikkeling is niet iets wat je aan verkiezingen en een nieuw kabinet moet verbinden. Het moet een keurmerk zijn dat Nederland permanent wil dragen en zich voor wil inzetten. Iets waar Nederland trots op kan zijn. Werken aan duurzame ontwikkeling is een lange termijninvestering die zich later uitbetaalt. In de samenleving is er draagvlak voor. Het ‘Ready for Change’ initiatief is daar één van de bewijzen van.