Idealen voor onderweg

Wat zijn de diepere drijfveren en idealen van mensen uit de ontwikkelingssector? En hoe vertaal je dat naar de werkvloer? Vice Versa vroeg een aantal mensen om dat eens op papier te zetten. In deze aflevering schrijft Evelien van Egmond, werkzaam bij een van de grote Nederlandse ontwikkelingsorganisaties, over waarom onze idealen de biologische kokosolie van onze machine zijn.

Ongeveer 12 jaar geleden stelde ik me een stuk land voor waar ik op zou wonen met vrienden, familie, reizigers en andere gelijkgestemden. Laten we samenwonen, samenleven, voor elkaar zorgen, naar elkaar luisteren, met elkaar feesten en elkaar de vrijheid geven. Mijn ideaal. Het leek me een goed idee om langzaamaan te polsen wie dit nog meer zouden zien zitten en te gaan scouten voor een mooie plek om te gaan wonen. Toen ik dit idee aan mijn beste vriend vertelde, was zijn reactie niet zo zonnig als waar ik op hoopte. Als ik dat zou doen, zei hij, zou ik net zo goed op een eiland kunnen gaan wonen om daar, gezellig, de tijd te laten verstrijken geïsoleerd van de rest van de wereld. Zou dat werkelijk leuk zijn? Is het niet ontzettend makkelijk om je af te sluiten voor de rest van de wereld? Is dat eigenlijk niet asociaal?

Ja, misschien wel, ja.

Een paar jaar later wilde ik gaan kraken. De mensen die ik kende met de grootste idealen woonden gekraakt. Weggeefwinkels als reactie op het overtollige consumentisme, veganistische drie-gangen menu’s als reactie op de bio-industrie, skippen als reactie op de grote hoeveelheden voedsel die door supermarkten aan het einde van de dag worden weggegooid, koffie voor 50 cent, bier voor een euro, want waarom zou je omwille van je eigen winst mensen buitensluiten die 2 euro 50 voor een koffie of bier niet zomaar kunnen betalen? Kraken werd eind 2010 illegaal. Ik heb niets gekraakt. Ik durfde niet. Ik vond het zo moeilijk dat kraken wettelijk werd verworpen en dat de verdiensten van mensen die kraken niet worden gezien als inspiratie voor maatschappelijke verandering.

Ik werd daar heel somber van.

 

Stappen in de richting van ontwikkelingssector

Idealen verdwenen. Nieuwe verschenen. Ik zette stappen in de richting van de ontwikkelingssector. Ik vind het fascinerend dat ruim 60 jaar lang een groot aantal mensen in een context werkt waar zij vaak zelf niet in zijn opgegroeid om daarbinnen het dagelijks leven van gemarginaliseerde groepen mensen te verbeteren. Ik vind het nobel en ontzettend ingewikkeld werk.

Ik werk nu een jaar bij een internationale non-profit organisatie. Hierbinnen zie ik mijzelf als een klein tandwiel. Als ik blijf bewegen en mijn to-do lijst doorwerk, zet ik andere tandwieltjes in gang die weer andere tandwielen laten draaien. Met ons apparaat willen we mechanismen in beweging brengen die tot een open en groene samenleving leiden. Een open samenleving waarin elk individu kan zijn wie die is; lesbienne in Kenia, een vrouw met politieke ambities in Iran, sexwerker in Indonesië. Een open samenleving waarin burgers zich vrij kunnen uitdrukken en inspraak hebben in beleid. Een groene samenleving waarin de fossiele industrie plaatsmaakt voor hernieuwbare energie en waarin we biodiversiteit beschermen. Zonder idealen zijn wij nergens. Onze idealen zijn de biologische kokosolie van onze machine.

 

Het draaien aan het eigen tandwiel

Werk genoeg. Ondertussen draait de wereld door en glipt de tijd door mijn vingers.

Het overgrote deel van mijn tijd besteed ik aan het draaien van mijn eigen tandwiel binnen deze machine. Het is vrij verleidelijk voor me om te denken dat het wel goed zit met mijn idealen omdat ik voor een internationale non-profit organisatie werk. Maar het is lui om idealen direct aan een ideële organisatie te koppelen. Het is te makkelijk om het hebben van idealen toe te schrijven aan het werk binnen een sector. Door de gebrande focus op mijn eigen tandwiel, op mijn eigen to-do-lijsten, verlies ik de aandacht voor mensen die buiten mijn machine werken en verlies ik de aandacht voor hun idealen.

Iedereen heeft idealen. Unieke idealen, idealen die botsen met andere idealen, maar vooral heel veel gedeelde idealen, zoals liefde voor mensen in je directe omgeving, het niet direct oordelen over anderen, hulp aanbieden aan onbekenden, met zorg omgaan voor het milieu, goed onderwijs voor iedereen en een wereld zonder ziekten, armoede, oorlog, discriminatie en racisme. Deze idealen leven in dagelijkse handelingen, in het werk en in dromen van mensen. Ze geven kracht, inspireren om door te gaan en op te staan.

 

Onbewust isoleren

Mijn idealen hebben als grootste gevaar dat ze me onbewust isoleren. Afgezonderd in een woongroep, peergroep of een sector. Ik wil niet dat mijn idealen zich beperken tot een stuk land, tot acties waarvan de meerwaarde niet worden erkend door anderen, of idealen die me doen verdwijnen in to-do lijsten. Ik wil ze overal mee naartoe nemen, altijd. Dat ze met me meereizen; elke dag, van Amsterdam naar Den Haag, over straat, in de trein, in de supermarkt, in gesprekken met bekenden, met onbekenden, door de Randstad, via Brabant en verder dan Nederland.

Het regent buiten, het is donker en koud. Binnen zitten mensen met wie ik mijn idealen in stilte deel. Ze dromen. Aan de andere kant van de wereld staan mensen weer op om hun idealen te realiseren.   Laten we samenwonen, samenleven, voor elkaar zorgen, naar elkaar luisteren, met elkaar feesten en elkaar de vrijheid geven.