‘Hoog tijd dat Nederland haar nek weer gaat uitsteken’

INTERVIEW – Afgelopen weken bekeek Vice Versa het onderwerp klimaatverandering vanuit verschillende invalshoeken in het kader van het project Ready for Change.  Dit maal is het de beurt aan beleid.  Hiervoor sprak Vice Versa met Bas Eickhout, Europarlementariër voor GroenLinks.  Onlangs verscheen zijn boek ‘Klimaatsores.’ Hierin gaat Eickhout onder andere in op het recente Parijs akkoord en de politiek rondom duurzame energie.

 

Het Parijs-akkoord van 2015 is inmiddels bestempeld als een game changer, maar het was lang onzeker of dit verdrag er ooit zou komen met 196 landen die tot een gezamenlijke overeenkomst moesten komen. Bas Eickhout, die nauw betrokken was bij de vergaderingen, was zeer opgelucht en aangenaam verrast toen het ambitieuze plan toch uiteindelijk van de grond kwam. We spreken telefonisch met hem over het historische evenement, evenals de problemen die het huidige energie- en klimaatbeleid van Nederland teisteren, zoals een machtige industrielobby en inconsequent politiek beleid. Toch zijn er ook lichtpuntjes buiten de Nederlandse politiek,  zoals Follow This, een organisatie die poogt Shell van binnenuit te veranderen.

 

Hoe komt het huidige energie- en klimaatbeleid van Nederland er zo armoedig vanaf?

‘Daar zijn een aantal redenen voor. Ten eerste is ons beleid de afgelopen jaren gewoon totaal inconsequent geweest. Met elke regering veranderde het weer. We hadden natuurlijk subsidieregelingen waarvoor je je kon inschrijven, maar na vier maanden was het geld daarvoor alweer op en stopte het weer. Dan moest je weer een jaar wachten voor de nieuwe subsidieronde. Dit is totaal onvoorspelbaar en onbetrouwbaar, en dan krijg je dat de ontwikkelingen uitermate traag gaan. Dus enerzijds gewoon slecht inconsequent beleid, een beetje Hollands proberen voor een dubbeltje op de eerste rij te zitten. En de andere is meer de politieke kant: de industrielobby, waar Shell toch een leider is, die al die jaren duurzame energie binnen Nederland als een stiefkindje neer wisten te zetten. Kijk naar de slogan van de VVD, die ze hebben overgenomen van de industrie lobby: “windenergie draait op subsidies en niet op wind”. En dat geeft een beetje het niveau van het politieke debat in Nederland aan.’

 

U noemt nu Shell, wat vindt u van het initiatief Follow This en de rol van aandeelhouders in het algemeen?

‘Ik ben ambassadeur van Follow This, ik denk dat ze een goede benadering nemen. Je kan altijd twee strategieën hebben om een duurzamere industrie te krijgen en wat mij betreft moet je ze allebei volgen. Enerzijds kan je je afvragen of het ooit nog gaat lukken met Shell, en of het niet beter is om proberen vooruit te komen zonder hen. Een terechte vraag, maar strategie twee die Follow This aanhoudt is tegelijkertijd proberen Shell van binnenuit te veranderen door aandeelhouder te worden, en zo ook de discussie in de aandeelhoudersvergaderingen te krijgen. Zo kan niemand eronderuit dat ook zij een verantwoordelijkheid hebben in deze situatie. Want dat is het grootste probleem bij duurzaamheid, en dat zien we ook in die discussie over de sustainable development goals: we zijn geweldig in het maken van doelstellingen. Maar als uiteindelijk iemand de verantwoordelijkheid moet nemen om te veranderen, dan gaan we ineens allemaal naar elkaar wijzen. Er is altijd een reden waarom het ergens niet van de grond komt. En dan moet je erop aangewezen worden dat ook jij als aandeelhouder hier een rol in speelt, je houdt de status quo in stand die we juist niet willen.’

 

Er heerst een angst dat er een gebrek aan momentum zal zijn, als er niet binnen de komende anderhalf jaar actief gewerkt om het Parijs akkoord concreter te maken. Voelt u dit ook?  

‘In het algemeen heb ik wel het gevoel dat er beweging is. Men zegt tegen elkaar dat we nu aan de slag moeten, maar het is absolute doodslag om te zeggen dat Europa momenteel goed bezig is het met uitvoeren van het Parijs akkoord. Je merkt dat er een bepaalde moeheid rondom het thema is. Dit komt voort uit het politieke gevecht waar we in zitten. Als je in Den Haag of Brussel komt, dan merk je dat het klimaatdebat ongelofelijk stroef gaat en dat je het gevoel hebt dat je in een grindbak vooruit probeert te komen. Momenteel is er juist interessante dynamiek buiten die politieke bubbels, partijen die iets hebben van “wij gaan aan de slag zonder de politiek”. Het is absoluut zo dat je toch wat stagnatie ziet wat wij in het rijke westen noemen, maar volgens mij zou het arrogant westers zijn om te denken dat dit vaart uit Parijs zou halen; je ziet juist veel meer dynamiek buiten het rijke westen. Om even China aan te halen, ze hebben een hele andere manier van het aansturen van een ecologie, maar één ding is zeker: als zij gaan bewegen gaat het wel meteen hard. Daar zit dus veel meer beweging in dan in onze contreien.  Niet alleen in China, maar ook landen als India, Marokko en Mexico werken hard naar een duurzame economie. Er gebeurt veel buiten Europa en de Verenigde Staten, en daarom ben ik iets optimistischer over Parijs. Het is gewoon pijnlijk voor Europa om na jarenlang het debat aangevoerd te hebben, het erop gaat lijken dat straks andere landen óns gaan aanspreken om aan de bak te gaan. Uiteindelijk gaat het er mij natuurlijk om dat we naar een duurzame economie gaan. Het zou fijn zijn als Europa die strijd aanvoert, maar als we door andere landen erop gewezen worden, so be it, als we maar naar die nieuwe economie gaan.’

 

Afgelopen januari kwam het energierapport van minister Kamp uit, waarvan velen hadden gehoopt dat het de weg zou leiden naar een duidelijk energiebeleid van Nederland als volgende stap na Parijs. Toch waren ze teleurgesteld.

‘Ik ben ook teleurgesteld. Ik denk dat hier twee dingen een rol spelen. Ten eerste denk ik dat Kamp nu gewoon zijn termijn aan het uitzitten is. Hij heeft zich  als minister al gecommitteerd aan het energieakkoord en de uitvoering daarvan is lastig genoeg. Dit rapport las als minister Kamp die de bal doorschuift aan de volgende regering, dus dit wordt een heel belangrijk onderdeel in de volgende verkiezingen.’

‘De andere kant is dat het liberale kamp blijft vasthouden aan dat ongelofelijk naïeve idee van “laat de markt het maar oplossen”.  Als er íets is wat we uit de historie moeten leren is dat er geen energietransitie gebeurt zonder politieke sturing. Denk je dat wij onze gas infrastructuur hadden gekregen als toen in de jaren ‘60 en ‘70 de politiek had gezegd dat we het aan de markt overlaten?  Of de OPEC: als er één organisatie politiek is, is het die wel. Energie is politiek. Dat ongelofelijk domme en naïeve idee van met name VVD’ers dat de markt het wel zal besluiten onderschat gigantisch de fossiele verslaving waar we aan vast zitten. Ook onderschat het wat voor een grote consequenties energie niet alleen op de politiek, maar ook op bijvoorbeeld infrastructuur en investeringen heeft. Uiteindelijk wacht men op signalen van de politiek. Dus dat liberale idee dat de markt het zal oplossen, is bij energie klinkklare onzin.’

 

Wat kan of gaat de Europese Unie doen om het beleid in Nederland te leiden?

‘Energie is voor een deel nog steeds nationale competentie, dus Europa kan niet zomaar tegen de Fransen zeggen dat ze moeten stoppen met kernenergie. Maar klimaatbeleid is wel nou weer Europese competentie, dat is grensoverschrijdend. In het kader van het klimaatbeleid hebben we dus duurzame energiedoelen afgesproken. Het energieakkoord was er echt niet gekomen als er in Europa niet al doelstellingen waren. Hetzelfde geldt voor de klimaatdoelen, die worden ook Europees gedreven. Nu hebben wij internationaal gezegd dat wij ver beneden 2 graden opwarming willen blijven. Dit betekent ook voor Europa dat wij kritisch naar onze doelen moeten kijken en klimaatdoelen voor post-2020 moeten afspreken. Daar zal de Europese Unie ook afspreken wat het klimaatdoel voor Nederland wordt. Dat is op zich dus heel rechttoe rechtaan. Het probleem is dat Nederland natuurlijk er een soort baat bij heeft om zich achter Brussel te verschuiven en geen initiatief neemt. Terwijl Nederland ook een stem heeft in Brussel en beslissingen van Brussel kan bepalen.’

 

Dus Nederland is nog te passief?

‘Nederland is absoluut te passief. Na de klimaatdoelen van 2020 wijst Nederland bijna altijd naar Brussel, terwijl Nederland een ongelofelijk belangrijke stem heeft. Nederland heeft nog nooit een ambitieus doel gepusht. Ze leggen zich neer bij de consensus van Brussel en zo maakt Nederland zich bewust onderdeel van de grijze middenmoot. Het is hoog tijd dat Nederland weer eens een keer echt de koppositie gaat pakken. En dat betekent je nek uitsteken en het debat aangaan met andere landen. Heel simpel uiteindelijk. Waar een politieke wil is, is een wet.’