Gezondheidszorg in Kenia: een product of een mensenrecht?

Iedere Keniaan heeft tegenwoordig toegang tot gezondheidszorg binnen een straal van vijf kilometer. Fredrick Oluga, voorzitter van de Kenya Medical Practitioners, Pharmacists and Dentists’ Union (KMPDU), geeft echter aan dat dit weinig zegt over de bereikbaarheid van de nodige zorg. ‘Ondanks de stakingen waarmee dokters en zusters de afgelopen jaren de Keniaanse overheid ter verantwoording willen roepen, zien we niet veel verbetering.’ Het lijkt erop dat de overheid zelf in staking is.

‘Commercialisering van de gezondheidssector is een wereldwijd probleem’

Door zijn activistische aanpak richting de overheid kan Fredrick Oluga wellicht meer voor de zorgsector betekenen, dan als dokter in het ziekenhuis waar hij elke dag werkt. Als ik hem spreek via Skype draagt hij een T-shirt met de campagne slogan van de laatste staking, die 100 dagen duurde: ‘Lipa Kama Tender.’ Oftewel, ‘Betaal [ons] net als een offerte.’ Dit is een verwijzing naar de vele corrupte overheidsoffertes voor frauduleuze diensten en goederen waar belasting- en donorgeld, bedoeld voor zorggerelateerde uitgaven, naartoe gaat. ‘Commercialisering van de gezondheidssector is een wereldwijd probleem. Goede zorg wordt gezien als een product dat je kunt verkopen, in plaats van een mensenrecht.’

Middels dit interview vertelt hij zijn verhaal vanuit professioneel en persoonlijk perspectief.


Hoe is het om als dokter te werken in de Keniaanse zorgsector?

‘Het is frustrerend. Ik werk momenteel in het Kenyatta Ziekenhuis in Nairobi, het grootste ziekenhuis in oost- en centraal-Afrika. Ik ben als dokter opgeleid om mensen te helpen en levens te redden. Ik weet wat ik kan doen voor mijn patiënten, maar ik krijg er vaak de kans niet voor vanwege de zware omstandigheden in de overvolle ziekenhuizen.

‘In veel situaties ontbreekt het benodigde materiaal, zoals hygiënische handschoenen of de juiste apparatuur. Soms zijn de voorgeschreven medicijnen niet op voorraad, of ze zijn wel op voorraad maar er is één zuster voor 55 zieken. Als je bijvoorbeeld een patiënt hebt die insuline nodig heeft, maar de zuster heeft geen tijd om dit aan hem te geven, kom je de volgende dag terug en is de patiënt te ziek om te behandelen of heeft in het ergste geval zijn leven verloren. Mensen overlijden al wachtende. Dat is wat het is om te werken in het Keniaanse zorgsysteem.’

Kunt u een specifiek voorbeeld geven?

‘Ik werkte een tijd in een afgelegen overheidsinstelling. De stroom viel uit tijdens een operatie. Het was volledig donker en ik moest bijschijnen met het licht van mijn telefoon. Je kunt niet zien waar je snijdt, je kunt niet zien waar het bloedt, het was heel beangstigend. Gelukkig is het goed gekomen, maar het had ook slecht kunnen aflopen.

Vorige week kwam er een vrouw langs met haar zieke moeder. De moeder was al drie maanden ziek, maar haar dochter woonde ver weg en had tijd nodig om geld bij elkaar te krijgen voor de reis en de behandeling. De ziekenhuizen in de buurt konden haar niet helpen en na een reis van 400 kilometer kwam ze om negen uur ’s ochtends bij ons aan. Ik kon haar pas vierentwintig uur later zien, er was in de tussentijd nog niemand bij haar geweest. Wat begon als een lichte ziekte die gemakkelijk te verhelpen is, was inmiddels zo ver gevorderd dat ze nu zware medicijnen nodig had. Helaas was er geen ruimte op de ICU. Terwijl ik met de zuster sprak om een plaats vrij te maken, kwam de vrouw naar me toe om te vertellen dat haar moeder niet meer ademde.

‘Dit was vreselijk voor haar, om dit mee te maken na zoveel tijd, moeite en geld te hebben geïnvesteerd. Als de patiënt in zulke situaties in gevaar komt, is dat ook voor de behandelend arts heel heftig. Iemands leven hangt op dat moment van mij af, maar er is niets wat ik kan doen.’

Bent u daarom zo politiek betrokken geraakt?

‘Voordat ik afstudeerde hield ik me al bezig met het verbeteren van de zorg. Tijdens mijn studie was ik voorzitter van de medische studentenvereniging en ik groeide door als president van alle geneeskunde studenten in Kenia. Zo werd ik ook vicepresident van de Federation of Medical Students’ Associations (IMFSA), een internationale organisatie van geneeskundestudenten.

‘Door deze activiteiten had ik het privilege om te reizen en keuzevakken te volgen in de Verenigde Staten en Egypte. Toen ik de ziekenhuizen daar zag, merkte ik pas het contrast met de omstandigheden in Keniaanse ziekenhuizen. Ik organiseerde een conferentie om dit contrast onder de aandacht te brengen. Kenia kende bijvoorbeeld veel gevallen van moeders die stierven bij de geboorte van hun kind. Dit gebeurt nu minder, maar nog steeds te vaak. Ik denk dat dit het keerpunt is waarop ik betrokken raakte met de politiek. Ik kwam in contact met overheidsvertegenwoordigers en beleidsvraagstukken binnen de gezondheidszorg.’

En toen u eenmaal begon met werken?

‘Ik kwam er achter wat dokters nou écht doen. Als je nog studeert, heb je geen idee wat de praktijk inhoudt. Tijdens mijn eerste baan werkte ik van zes uur ’s ochtends tot zes uur ’s avonds. Hier kreeg ik weinig voor terug. Ik werd niet goed betaald en had geen mogelijkheden om te groeien in mijn carrière, maar ik had wel plezier in mijn werk.

‘Op een dag werd ik zelf ziek en werd opgenomen in het ziekenhuis waar ik werkte. Na mijn behandeling kon ik de rekening niet betalen. Dat ik als dokter zelf ook geen toegang heb tot goede zorg, was weer een reden die me deed twijfelen aan het zorgsysteem. Het motiveerde me om nog harder te werken en te pleiten voor betere omstandigheden. Zorgverzekering is hier niets meer dan een plastic kaartje, je kunt er niks mee. Naast dat de meeste mensen geen zorgpremie kunnen betalen, kan zorgverzekering vaak niet eens gebruikt worden omdat er toch al een gebrek is aan zorg, geneesmiddelen of zorgpersoneel. De publieke sector functioneert niet en de privéklinieken zijn zo duur dat de verzekering dit niet kan vergoeden.

‘Zorgverzekering is een plastic kaartje, je kunt er niks mee’

‘Na mijn eerste baan werkte ik in een afgelegen ziekenhuis in het westen van Kenia. Toen zag ik weer het verschil in kwaliteit tussen ziekenhuizen: het kon nog veel erger. Inmiddels werkte ik als branche leider voor de KMPDU en kreeg te maken met overheidsdiensten. Ik organiseerde meerdere stakingen en conferenties en collega’s droegen mij voor om leiding te geven aan de vakbond. Drie jaar geleden werd ik woordvoerder van alle artsen in Kenia.

‘Daarnaast richtte ik een platform op: ‘Africa Health Report’ om inzicht te geven in hoe de Afrikaanse gezondheidszorg kan worden versterkt. Ik wil aandacht vragen voor deze problemen. Als dokter, maar ook als Keniaan.’

Wat was het doel van de stakingen?

‘De eerste grote staking was al in 1994, toen ik nog op de basisschool zat. Dokters wilden aandacht vragen voor enerzijds meer financiële middelen en anderzijds nieuwe apparatuur voor de gezondheidssector. Deze staking leverde echter niks op, de regering hield hen tegen en meer dan de helft van de dokters in Kenia vluchtte het land uit. In december 2011 werd er gestaakt voor acht dagen. Deze keer tekende de regering een overeenkomst met de KMPDU: als de dokters weer aan het werk gingen, zouden zij zorgen voor betere salarissen, betere training, meer werk voor verpleegsters en laboranten. Hier kwam niets van terecht. Ja, de regering heeft eindelijk geïnvesteerd in nieuwe apparatuur in veel ziekenhuizen, maar er is nog niets gedaan aan de menselijke problemen van dokters. Er zijn het afgelopen jaar 2000 dokters naar het buitenland vertrokken. We wachten nog steeds op verbetering.’

Heeft u er zelf over nagedacht om het land uit te gaan?

‘Jazeker. Ik heb een examen gehaald zodat ik mijn beroep kan uitoefenen in de Verenigde Staten, maar als ik weg ga verandert er niets voor mijn familie. Ik besloot dat ik liever wilde vechten voor verandering in mijn land dan het achter te laten zoals het is. Iemand moet verantwoordelijkheid nemen. Soms denken mensen dat ik dit doe om bekendheid te verwerven, maar ik heb hier niet om gevraagd. Ik wilde altijd cardioloog worden, mijn eigen praktijk runnen, mensen helpen en wat geld verdienen om mijn leven te leven. Maar ik zou nooit de kans krijgen om te werken als cardioloog. Als dokters zijn wij vrijwel de enigen die zien wat er moet veranderen.

‘Tijdens de laatste staking ben ik opgesloten in de gevangenis. Deze staking heeft wel geholpen: dokters worden beter betaald, getraind en verspreid over het land zodat iedereen gelijke kans heeft op behandeling. Er is eindelijk een discussie op gang gebracht waardoor de regering ons niet meer de rug toe kan keren, maar het is niet verbeterd zoals we hadden gehoopt of gewild.’

Hoe was dat, in de gevangenis zitten?

‘Het was erg eenzaam. Ik werd drie dagen opgesloten onder zware, gewapende beveiliging. De gevangenis is net als de ziekenhuizen overvol, met 3300 gevangenen. De eerste dag kregen we geen water of eten en ik werd erg ziek. Ik mocht de nacht doorbrengen op de ziekenafdeling. Het was hier slecht verlicht en het stonk, er waren maar tien bedden en in elk bed lagen twee of drie patiënten. De zieke gevangenen gaven mij een bed voor mij alleen, ze hadden de stakingen gezien op TV en ze leken aan de dokters’ kant te staan. Dit maakte mijn opsluiting draaglijk.

‘Iedereen wilde wel iets van me, sommigen stonden in de rij om mijn hand te schudden en anderen vroegen om behandeling of hulp met hun rechtszaken. Ik wilde niet dat mijn familie me zou bezoeken zodat ze me niet in mijn gestreepte uniform zouden zien. Het was een nare ervaring, maar als het ons een stap verder zou brengen, zou ik zo weer naar de gevangenis gaan. ‘

Is staken de enige oplossing?

‘Het feit dat als je als dokter moet staken, als iemand die juist mensen wil helpen, is ernstig. Dit geeft aan dat het systeem kapot is. Staken is een erg negatieve manier van actie voeren die ook nog eens tegen ons wordt gebruikt. Het lijkt alsof we de mensen niet willen helpen en dat is erg pijnlijk. Soms moeten we andere dokters overtuigen dat het de enige manier is. Dit gebeurt niet alleen in Kenia, ook in andere delen van de wereld.

‘Het feit dat als je als dokter moet staken, geeft aan dat het systeem kapot is’

‘Dokters worden gerespecteerd. We maken deel uit van de elite, maar de regering wil niet naar ons luisteren. We willen een dialoog creëren en het beleid veranderen, iets wat ook mogelijk zou moeten zijn via campagnes in de media. Helaas zijn we nu op het punt waarop we zien dat de regering hier niets om geeft. Zij staat inmiddels bekend om oren en ogen te sluiten voor onze situatie. Wij spreken niet meer de taal om ons verstaanbaar te kunnen maken.’

Ziet de overheid dit probleem dan niet in?

‘Ten eerste, ze zijn corrupt. Corruptie begint al bij de manier waarop onze leiders hun leiderschap verwerven. Daarnaast zien zij het probleem niet, want zij maken gebruik van speciale zorgverzekeringen die worden betaald uit het belastingpotje. Zij hebben toegang tot zorg in privé klinieken of worden behandeld in het buitenland. Tijdens de laatste staking sprak ik met de minister van Gezondheid, Cleopa Mailu. Ik weet zeker dat hij nog nooit naar een openbaar ziekenhuis is gegaan in de afgelopen drie maanden, een plek waar ik zelf elke dag werk. Ik weet beter dan hij wat er moet gebeuren, waar behoefte aan is.

‘Wat je ziet is dat de regering graag informatie geeft door middel van statistieken en cijfers. Op internationale conferenties wordt bijvoorbeeld gezegd dat ‘elke Keniaan nu toegang heeft tot zorg binnen een bereik van vijf kilometer.’ Maar er wordt niet verteld wat er gebeurt wanneer je bij dit punt aankomt. Worden mensen geholpen? Kunnen ze het betalen? Deze statistieken zijn erop gericht een politiek beeld te schetsen van een normaal gezondheidssysteem.’

Welke informatie geeft de overheid over de gezondheidszorg?

‘Ze vertellen bijvoorbeeld over de constante investering in gezondheidszorg. De laatste 3 jaar spreekt de Keniaanse overheid hun trots uit over een programma dat ze zien als de ‘redder van de openbare zorg:’ Managed Equipment Services (MES). Door dit programma zijn er in 98 grote voorzieningen dialysemachines, MRI- en CT-scanmachines geïnstalleerd. Dit is een huurcontract van zeven jaar met vijf bedrijven, met name Philips en G.E Healthcare. Het heeft een waarde van 380 miljoen Amerikaanse dollars. In werkelijkheid is geen van de machines beschikbaar voor patiënten, want er zijn geen gespecialiseerde artsen om de MRI-machines te bedienen. Waar dialysemachines zijn geïnstalleerd, is er gedurende twee jaar geen dialyse uitgevoerd omdat ze geen gespecialiseerde verpleegkundigen of artsen of zelfs elektriciteitsvoorziening hebben.

‘Een ander verhaal gaat over de maternale sterfte. Er zijn gedocumenteerde rapporten over het aantal baby’s dat wordt geboren in ziekenhuizen in plaats van thuis. De afgelopen jaren mochten twaalf miljoen moeders gratis naar het ziekenhuis om te bevallen, waardoor dit aantal met 70% is toegenomen. Volgens de dagelijkse aanwezigheidsregistratie in de meest drukke voorzieningen zijn deze aantallen echter met ongeveer 19% toegenomen. Omdat er geen gelijktijdige toename is geweest van personeel en grondstoffen, zijn er ook meer sterfgevallen gemeld van moeders en hun pasgeboren baby’s.

‘Soms wordt onderzoek alleen gebruikt om te vertellen wat mensen wíllen vertellen’

‘Soms wordt onderzoek alleen gebruikt om het verhaal te vertellen dat mensen wíllen vertellen. Kom een dag naar het ziekenhuis waar ik elke dag werk en zie dat er ondanks de mooie cijfers niets is veranderd. Er wordt zoveel geld weggegooid, zelfs geld van donoren. Er wordt vrij veel geld gedoneerd maar dit gaat voornamelijk naar de verkeerde personen.’

Wat is uw advies? Zijn er internationaal gezien mogelijkheden tot verbetering?

‘Internationale organisaties werken niet met sectoren die niet in lijn staan met de overheid, zoals de KMPDU. Ik denk dat we daar veel mogelijkheden missen. Ze zien niet wat er écht gebeurt en wat er echt móet gebeuren. Soms hebben hulporganisaties juist een averechtse invloed op het beleid. Ik wil aandacht vragen voor dit probleem in binnen- en buitenland, want het is zeker mogelijk om tot een goed zorgsysteem te komen. Om dit te bereiken moeten mensen eerst weten wat er precies moet veranderen.

‘Het punt is dat veel informatie niet naar buiten komt en ik ben daarom blij dat ik mijn verhaal kan doen. Als dit niet vanuit een persoonlijk perspectief wordt verteld blijft het ‘weer een ander verhaal uit Afrika’ zonder betekenis. Als je niet weet waaróm, kun je je niet identificeren met een probleem. We zouden eigenlijk ook het perspectief van de andere kant moeten belichten: waar haalt de minister van Gezondheid zijn medicijnen? Hoeveel geld heeft hij, wat voor zorgverzekering en wat vindt hij van het huidige systeem?

‘Als je mij vraagt wat er moet veranderen, staat op nummer één dat iedere Keniaan zorg moet kunnen betalen. Er is een nationaal gezondheidsfonds wat niet goed wordt gebruikt. Dit zou ervoor kunnen zorgen dat iedere familie, hoe arm ook, gebruik kan maken van de zorg die er is. Als we niet meer praten over mensen die het niet kunnen betalen, kunnen we het systeem repareren en kijken naar alles wat de kwaliteit kan verbeteren en goede zorg mogelijk kan maken.’

 

Dit is het tweede artikel in een kennisdossier over Global Health, mogelijk gemaakt door Amref, Wemos, Cordaid, KIT en KNCV Tuberculosefonds. Meer weten? Kom op 20 november naar het Global Health Café waarin we verder praten over het tekort aan zorgpersoneel, met gasten uit Afrika en Azië. 

Laat een reactie achter