Focus op… Mozambique

 

screen-shot-2016-10-19-at-09-17-09

Wolke Wulf (WWF)

De Zambezirivier is de levensader van Mozambique, maar die wordt bedreigd door dammenbouw – en ngo’s die zich daartegen keren worden op hún beurt bedreigd. Welke invloed heeft het strategische partnerschap in deze zaak? Vice Versa spreekt Omrito Mabunda van WNF-Mozambique en ambassadeur Pascalle Grotenhuis. Dit is het derde en laatste artikel van een drieluik.

Met haar nationale parken, witte stranden en koraalgebieden is Mozambique een pareltje in Zuidelijk Afrika. Het is het huidige thuisland van ambassadeur Pascalle Grotenhuis èn van acht partnerschappen. Nederland heeft al veertig jaar een ontwikkelingsrelatie met het land, maar heeft haar budgetsteun aan de centrale overheid voor het moment opgeschort vanwege een groot corruptieschandaal.

Dat weerhoudt Nederlandse bedrijven die geïnteresseerd zijn in de gasvoorraden er niet van om te investeren. Er is zelfs een speciale attaché voor bedrijven aangesteld op de ambassade, omdat er zoveel vraag was.

Die Zambezidelta, internationaal beschermd onder het zogeheten Ramsarverdrag voor watergebieden, is het onderwerp van het partnerschap tussen IUCN NL, het Wereld Natuur Fonds (WNF) en het ministerie van Buitenlandse Zaken. Het doel van dit partnerschap is het duurzaam waterbeheer van de rivier, dat de weerbaarheid van de mensen die er wonen vergroot. Maar infrastructurele projecten als grote dammen, grootschalige landbouw en mijnen brengen de duurzaamheid in gevaar. WNF vreest dat er geen rekening wordt gehouden met de lokale bevolking of met het unieke natuurgebied in de delta van de Zambezi.

Vice Versa spreekt erover met Omrito Mabunda van WNF-Mozambique en met ambassadeur Pascalle Grotenhuis. Hoe kijken zij tegen de partnerschappen aan? En hoe kan het partnerschap helpen om de speelruimte voor het maatschappelijk middenveld te vergroten?

 

Onweer

Op het moment dat ik Grotenhuis bel, heeft ze net een groot evenement begeleid in het kader van drie nieuwe regionale programma’s die in het teken staan van de bestrijding van hiv en aids. Maar rust is haar niet gegund: terwijl ze Vice Versa op vrijdagavond nog te woord staat, sust ze haar kinderen die bang zijn voor het kletterende onweer.

Geen donder en bliksem binnen de partnerschappen, tot nu toe. ‘Goed’, antwoordt ze op de vraag hoe de partnerschappen lopen. ‘Met heel veel partners werkten we al samen, zoals met ActionAid op het terrein van landrechten. Daarbij werken we ook samen met het ministerie van Land, met het kadaster en met andere Nederlandse organisaties.’

Ze vertelt dat ze in Mozambique nu vijf miljoen landtitels in plattelandsgebieden willen organiseren in de komende jaren. Het ministerie verleent onder meer technische assistentie en ActionAid maakt vrouwen er via ‘Samenspraak en tegenspraak’ van bewust dat ze rechten hebben.

 

Landroof

Die samenwerking houdt ook stand in gevallen van landroof. Grotenhuis: ‘Je wilt landroof in eerste instantie voorkomen door landrechten te geven. Boeren met een klein bedrijf kunnen via het kadaster rechten krijgen. Als er grove schendingen zijn, dan hebben we een heel netwerk dat ons dat laat weten zodat we onze invloed kunnen gebruiken – in een ernstig geval kunnen we ons landprogramma opschorten.’

De ambassade heeft veel aan de samenwerking binnen het partnerschap, laat Grotenhuis weten. ‘Die levert veel informatie voor onze beleidsontwikkeling. In de zomer was bijvoorbeeld Farah Karimi van Oxfam Novib op bezoek met een lokale partner. Ze hadden gekeken naar de droogte en gaven een waardevolle toevoeging op de informatie die wij van de Verenigde Naties krijgen. Die informatie kunnen wij op onze beurt ook weer toespelen aan Den Haag.’

Het partnerschap met WNF bevindt zich, in tegenstelling tot die met ActionAid, ‘nog in een pril stadium’, vertelt Omrito Mabunda per telefoon vanuit Mozambique. ‘We begrijpen dat de ambassade soms andere – lees: economische – belangen heeft. Ze kan zich niet zo sterk uitspreken als wij, en toch kan ze een belangrijke rol spelen in de richting van commerciële partijen door erop te wijzen dat bij nieuwe projecten de internationaal geldende duurzame standaarden worden toegepast.’

 

Poolshoogte nemen

20-watergebruik-door-iedereen-salone-mozambique-juni-12-wwf-bw-494Mabunda verwacht uitdagingen wanneer de partnerschappen echt op volle kracht van start gaan. ‘Het gaat ons er vooral om dat er verbinding wordt gelegd met de Wereldbank en de Afrikaanse Ontwikkelingsbank. Zij moeten bij hun investeringen rekening houden met het landschap in de Zambezirivier, dat is essentieel. De banken steunen enorme infrastructurele projecten en we moeten er zeker van zijn dat ze duurzame richtlijnen gebruiken. Voor waterkrachtdammen zijn er internationale standaarden, maar als we die niet eisen worden ze niet toegepast. Er zijn ook grootschalige plannen voor uitbreiding van areaal-geïrrigeerde landbouw en mijnbouw is ook al een aantal jaar enorm aan het groeien in dit gebied. De rol van de ambassade is cruciaal om de regering en banken daarvan bewust te maken en ervoor te zorgen dat àlle projecten duurzaam zijn, vindt Mabunda.

Dat is zeer zeker ook het plan van Grotenhuis. ‘Iedere week heb ik overleg met de Wereldbank en iedere maand met het ministerie van Land. Wij zeggen tegen hen dat ze op de rechten van de gemeenschap moeten letten bij hun investeringen. Zowel de Wereldbank, als wijzelf, als de VN hebben dezelfde normen voor internationaal maatschappelijk verantwoord ondernemen, en daar kunnen we hun ook op aanspreken. Investeringen in de Zambezirivier zijn zeker ook niet  op voorhand slecht, het land heeft dat ook nodig. Als het maar in goede banen wordt geleid.’

Mabunda wijst er daarnaast op dat het belangrijk is om de gemaakte afspraken te monitoren. ‘Er staan in het gebied grote, ingrijpende ontwikkelingen op stapel, maar er is te weinig aandacht voor de gevolgen voor de lokale bevolking en de natuur. Die uitwerking moet eerst in kaart worden gebracht en vervolgens moet er worden gemonitord; denk aan de waterkwaliteit, soortenrijkdom, visvangst, toegang tot water, en ga zo maar door.’ Dat onderschrijft ook Grotenhuis: ‘We hebben twee mensen hier op de ambassade die regelmatig naar de Zambezi gaat om poolshoogte te nemen. En als er iets is, dan hoop ik dat WNF naar ons toe komt.’

 

Bedreigd

Niet alleen voor de duurzame ontwikkeling van de Zambezirivier, maar ook voor het vergroten van de ruimte voor maatschappelijke organisaties is de ambassade belangrijk, denkt Mabunda: ‘Het middenveld hier is jong, en wetten voor bijvoorbeeld transparantie zijn minder dan tien jaar oud. De regering is niet open, er zijn geen open platforms voor dialoog.’ Dat die ruimte krimpt in Mozambique, zien zowel Grotenhuis en Mabunda. Die laatste merkt vooral dat regeringsinstituties niet bereid zijn om te luisteren naar ngo’s. ‘We zijn al twee jaar bezig om voor milieumaatregelen te pleiten voor de bouw van dammen in de Zambezi, maar we worden niet goed begrepen. De regering denkt dat onze agenda ervoor is om investeringen tegen te houden. Het is erg risicovol voor ngo’s om zich uit te spreken, sommige collega’s van mij worden nauwgezet gevolgd. Er zijn ook bedreigingen geweest rondom geplande dammen, zoals de Mphanda-Nkuwadan.’

Desalniettemin zijn er kansen voor verbetering, denkt  Mabunda. ‘De overheid krijgt vaker relaties met instituties die goed bestuur en transparantie eisen. Ze worden verplicht hun papieren, documenten en wetten op orde te hebben. Daar moeten we gebruik van maken. De grote uitdaging is om een echt instrument te ontwikkelen dat ruimte creëert voor open discussie tussen ngo’s, bedrijven en de regering.’

 

Beperkingen voor het middenveld ziet ook Grotenhuis, maar dan vooral op het politieke vlak. ‘Er zijn hier drie crises gaande in Mozambique: er is een politieke strijd (tussen de aloude vijanden Renamo en Frelimo, die elkaar tussen 1976 en 1992 bevochten in een bloedige burgeroorlog, red.), een financieel-economische crisis en een humanitaire; door de vele overstromingen en droogte. Ngo’s die kritisch zijn over zaken die met de politieke situatie te maken hebben worden bedreigd. Een paar maanden geleden is een gematigde professor in zijn knie geschoten en er is intimidatie bij demonstraties.’

 

De ambassade steunt daarom ngo’s die worden bedreigd. ‘Laatst was er een ngo die een rapport presenteerde over het overheidsbudget en de wijdverspreide corruptie. Toen zaten er zeven ambassadeurs op de eerste rij, onder wie ikzelf. Dan laten we zien dat we solidair zijn. Als het heel moeilijk wordt, dan geven we ook tijdelijk onderdak aan mensenrechtenverdedigers.’

 

Dialoog

Mabunda gelooft dat het partnerschap een sterke rol kan spelen in het stimuleren van tegenspraak. ‘Veel ngo’s in Mozambique hebben nog niet voldoende kennis en vaardigheden. Met dit partnerschap kunnen we die capaciteit opbouwen, er zitten namelijk veel lokale ngo’s in ons partnerschap. Het brengt bovendien instituties zoals IUCN NL en regeringen en bedrijven samen in één platform. Daar kunnen ze in dialoog gaan en hun geleerde lessen delen. De ambassade op haar beurt kan pleiten voor versterking van het maatschappelijk middenveld, omdat ze immers met de overheid aan tafel zit.’

Dat onderschrijft Grotenhuis. ‘We spreken de Mozambikaanse overheid erop aan. Ja, dan slaan we ook weleens met de vuist op tafel. We bemoedigen èn we bestraffen – niet voor niets hebben we de budgetsteun opgeschort vanwege de corruptie. We hebben zeker moeilijke gesprekken met de overheid, maar daarvoor is deze baan, dat is onze verantwoordelijkheid. Of dat onze economische belangen dan schaadt? Nee, dat denk ik niet. Als Nederlandse bedrijven concessies willen, dan geloof ik dat de Mozambikaanse overheid de zaken heus wel kan scheiden.’