En? Nederland en Europa Ready for Change?

20-09-2013, amsterdam, metterdaad onder de loep

20-09-2013, amsterdam, metterdaad onder de loep

Vorige week dinsdag 22 november was het zo ver.  De Europese Commissie presenteerde het lang verwachte en herhaaldelijk aangekondigde plan voor uitvoering van de Duurzame Ontwikkelingsdoelen of SDG’s. Frans Timmermans, our man in Brussels, presenteerde het plan. Eigenlijk had die presentatie een half jaar eerder moeten plaatsvinden, tijdens het Nederlands EU-voorzitterschap. Althans, dat was destijds de wens van ons kabinet. In deze blog neemt Evert-Jan Brouwer namens Ready for Change? de stand van zaken op. Hoe staan we er voor in Nederland en Europa als het gaat over de uitvoering van de SDG’s?

 

Najaar 2015. In september zette Mark Rutte zijn handtekening onder de Duurzame Ontwikkelingsdoelen. Een maand later stuurde Minister Ploumen een brief naar het parlement waarin ze aangaf  ‘redelijk tevreden’ te zijn met de SDG’s.  Ondertussen bereidde het kabinet zich voor op het EU-voorzitterschap, de eerste zes maanden van 2016. Tijdens dat voorzitterschap zou Brussel moeten komen met een plan voor de uitvoering van de SDG’s. Het Nederlandse plan zou daar op aansluiten.

Maatschappelijke organisaties zagen dat helemaal zitten. Niet in de laatste plaats Partos, de FMS en Woord en Daad, die het project ‘Ready for Change’ startten. Doel van ‘Ready for Change’ was het Nederlandse kabinet een duwtje in de rug geven bij haar inzet in Brussel voor de SDG’s. En uiteraard de politiek opschudden met scherpe analyses: je kunt wel een handtekening zetten onder zo’n mooie ambitieuze ontwikkelingsagenda. Maar hoe gaan we die uitvoeren? Hoe is het gesteld met onze Europese ecologische voetafdruk? Hoe eerlijk is onze handel? Waar gaan al die wapens naar toe die Nederland ver weg van de hand doet? Waarom zien we migranten meer en meer als een bedreiging?

 

Brusselse molens

Brusselse molens malen langzaam. Dat heeft ons kabinet ervaren. Wat hadden ze het een partijtje moeilijk in Brussel. Welke Commissaris moest nu het voortouw nemen? En hoe stemmen ze dat onderling met elkaar af? Vechten, zeuren, treuzelen. Het werd al gauw duidelijk. Tijdens het Nederlandse EU-voorzitterschap zou de SDG ‘roadmap’ er niet meer komen. En dat lag niet aan Nederland:  credits voor de inspanningen die zij geleverd heeft om de EU op gang te krijgen. Bijvoorbeeld op 19 april door de lidstaten uit te nodigen voor een informele uitwisseling over SDG uitvoering.  En door het organiseren van de high-level conferentie ‘How to make the SDGs Europe’s business’ op 30 en 31 mei..

 

‘Teleurstellende kaartenbak’

Inmiddels zijn we maanden verder. Zelfs het Slowaakse voorzitterschap zit er al weer bijna op en de Maltezen staan klaar om het stokje in januari 2017 over te nemen. Zowel Nederland als de EU heeft ondertussen een plan van aanpak gepresenteerd. Op Vice Versa is het Nederlandse plan onlangs al door Linde-Kee van Stokkum besproken: het is vooral een ‘teleurstellende kaartenbak’ van initiatieven, de hete aardappels worden doorgeschoven naar een volgend kabinet. Ik wil een poging wagen om het Nederlandse met het Europese plan te vergelijken.

 

Europese aanpak

De Europese Commissie knipt de uitvoering van de SDG’s eigenlijk in tweeën. Voor de externe uitvoering ervan, met name via ontwikkelingssamenwerking, maar ook via diplomatie en handel, beschrijft de EU haar plannen in de nieuwe European Consensus for Development: Our World, Our Dignity, Our Future. Een document waar onze minister Ploumen met jaloezie naar mag kijken. Het zit stevig in elkaar en getuigt van een visie op duurzame ontwikkeling die veel breder is dan de in deze context smalle Nederlandse ‘van hulp naar handel’ agenda. Eurocommissaris Neven Mimica is de man die hier achter zit.

 

‘European way of life’

Voor de interne uitvoering van de SDG’s kunnen we terecht bij het stuk ‘Next steps towards a sustainable European future’ van Eerste Vicevoorzitter van de Commissie, Frans Timmermans, ook wel bekend als  ‘De Europeaan’. Dit is een stuk met veel ontroerend mooie woorden, maar bij nader inzien stelt het teleur. Frans heeft het meermalen over ‘the European way of life’ die hij wil behouden. Veel nieuwe banen, veel economische groei, zij het op duurzame wijze. Daar komt het op neer. Frans schreef, maar Jean-Claude Juncker hield de pen vast. Die wil aan zijn ’10 priorities’ blijven vasthouden. Het lijkt erop dat groei en banen voorop staan, en dat de duurzaamheid er voor de vorm bijgehaald wordt. Dat die ‘European way of life’ van groei en banen juist deel van het probleem is, wordt niet erkend. Ik vind het Nederlandse plan eerlijker in het benoemen van de dingen die drastisch moeten veranderen.

 

Inventarisatie huidig beleid

Zowel de EU als Nederland heeft ter voorbereiding op de lancering van hun SDG plan, eerst het al bestaande beleid geïnventariseerd. Bureaucraten noemen zoiets tegenwoordig een ‘mapping’. Als ik de Nederlandse inventarisatie, gemaakt onder leiding van Hugo von Meijenfeldt, vergelijk met de Europese, dan is de Nederlandse veel vollediger en eerlijker. De EU-inventarisatie is een opsomming van allemaal goede dingen die Brussel doet, maar geeft nergens aan waar nog tekort geschoten wordt. Of waar misschien helemaal geen goede dingen gebeuren. Nederland zegt veel openhartiger: ‘Ah, daar of daar moet ern nog een tandje bij (bijvoorbeeld op het gebied van duurzame energie), of hebben we de zaken op papier wel voor elkaar, maar in de praktijk nog niet’.

 

Transformative change

Waarom maak ik me nu zo druk over de  uitvoering van de SDG’s? Niet persé omdat ik elke letter en komma van de SDG’s even sterk vind. Maar de SDG’s zijn wel een internationaal aanvaarde agenda, gebaseerd op een aantal zeer belangrijker principes. Ik noem er twee:  ‘Zorg dat economische activiteit niet ten koste gaat van mens en milieu, maar er juist aan ten goede komt’ en ‘Neem niet van arme mensen en landen met de ene hand terug wat je eerst met de andere hand gegeven hebt’. Als we die twee principes serieus nemen, zijn veel scherpere politieke keuzes nodig.

We zien bemoedigende resultaten van ontwikkelingssamenwerking. Maar we zien óók de ontmoedigende gevolgen van onze ‘European way of life’. Wij dragen direct of indirect bij aan ontbossing op grote schaal, schending van arbeidsrechten, toenemende ongelijkheid in landen ver weg. Ons (economisch) handelen heeft gevolgen voor natuurlijke hulpbronnen en biodiversiteit. Het zijn allang niet alleen meer de geitenwollensokken die dit benoemen. Wetenschappers, ondernemers, unusual suspects… velen voegen zich in de roep om ‘transformative change’ zoals het in de 2030  Agenda heet.

De belangrijkste stap die nog steeds gezet moet worden, is werkelijk gáán voor die ‘transformative change’. Zowel op Europees als op Nederlands niveau is die politieke moed afgelopen jaar nog niet getoond. Niet voor niets stelde het Europese NGO netwerk CONCORD vorige week: ‘Now actions must speak louder than words’.

Zijn Nederland en de EU ‘Ready for Change’? Nog niet? Of nog niet iedereen? Wellicht eerder dat laatste.