De prijs van toegang tot duurzame energie in Kenia

Jackson Shaa

Maasai leider Jackson Shaa

Bente Meindertsma reisde voor Vice Versa naar Kenia om te onderzoeken wat de Sustainable Development Goals betekenen in de dagelijkse praktijk van een land dat zich snel ontwikkelt. In deze eerste reportage uit een serie van drie ontdekt ze hoe verbetering van de toegang tot duurzame energie negatieve gevolgen heeft voor de lokale bevolking en het milieu in de omgeving.  

In de groene heuvels van het Keniaanse Hell’s Gate National Park  verrijst een gigantische energiecentrale. Schoorstenen braken witte rook uit, verbonden aan een wirwar van buizen en pijpen. Hoog over het leefgebied van wilde dieren en Maasai gemeenschappen die hier al eeuwen hun vee hoeden, lopen elektriciteitsmasten die de energie die hier geproduceerd wordt wegleiden naar de hoofdstad Nairobi.

De centrale produceert geothermische energie, waarbij elektriciteit wordt opgewekt uit aardwarmte. Slechts 23% van de Kenianen is aangesloten op het elektriciteitsnetwerk. Geothermische energie vormt de meest veelbelovende, goedkope bron van duurzame energie voor Kenia. Het land is nog sterk afhankelijk van geïmporteerde fossiele brandstoffen en waterkrachtcentrales. Omdat Kenia kwetsbaar is voor droogte vormt dit geen betrouwbare bron van duurzame energie.

Ontwikkeling versus natuurbescherming

In haar Vision 2030 heeft de Keniaanse overheid zich ten doel gesteld om een internationaal succesvolle, welvarende staat te worden met een hoge levensstandaard voor iedereen. Daarmee geeft Kenia invulling aan de Sustainable Development Goals (SDG’s). Met energievoorziening als een van de belangrijkste focuspunten werkt de overheid aan het behalen van SDG 7: Toegang tot betaalbare, betrouwbare, duurzame en moderne energie voor iedereen. In 2030 moet geothermische energie 5.530 megawatt, ofwel 26% van de totale energievoorziening van het land opleveren. Internationale organisaties zijn enthousiast; de Wereldbank, de Europese Investeringsbank en verschillende nationale ontwikkelingsorganisaties investeerden in het project. Ook het United Nations Environmental Program juicht de ontwikkeling van geothermische energie toe.

Hell’s Gate Park is het meest gunstige gebied om energie uit aardwarmte op te wekken. Het ligt in de Riftvallei, een langgerekte scheur in het landschap waaronder twee uit elkaar bewegende tektonische platen Oost Afrika dwars doormidden delen. Op de uitlopers van de vulkaan Longonot begon het energiebedrijf KenGen in 1980 met de bouw van Olkaria I, de eerste centrale voor geothermische energie. Vanaf 2006 volgden Olkaria II tot en met IV en nummer vijf en zes staan op de planning.

Maar de energiecentrales van Olkaria hebben grote gevolgen voor mens en natuur in de regio. Het leefgebied van de wilde dieren en Maasai gemeenschappen in en rondom het park is flink kleiner geworden. Bij de productie van geothermische energie komt bovendien hydrogen sulfide vrij, een giftig gas dat naar rotte eieren stinkt en dodelijk kan zijn in hoge concentraties. Daarnaast komt bij de boringen vervuild zout water naar boven, dat schadelijk is voor dieren en planten in de omgeving. ‘Er bestaat altijd een spanning tussen ontwikkeling en natuurbescherming’, zegt Pauline Okode, parkbeheerder van Kenya Wildlife Service (KWS) in Hell’s Gate Park. ‘Maar bij de uitbouw van de geothermische energiecentrales staat het ontwikkelingsdoel zo centraal dat niet goed is gekeken naar de effecten op de natuur. Natuurbescherming is niet interessant omdat het geen geld oplevert.’ Hoewel KWS een overheidsorganisatie is, net als KenGen, is ze niet bang om haar stem te laten horen. ‘Ik spreek voor de dieren die hun leefgebied niet kunnen verdedigen’, zegt ze gepassioneerd. ‘Door de vervuiling, trillingen en het lawaai van de geothermische energiecentrales en de bouw van wegen en pijpleidingen vertrekken veel dieren uit het gebied. Naivasha heeft de grootste populatie wildpopulatie die buiten een nationaal park leeft. Dat leidt tot conflicten tussen mensen en wild, ze eten vee op en vernielen het land.’

Strijd voor het leefgebied van de Maasai

Ook de Maasai gemeenschappen die in het gebied leven voelen zich niet gehoord. ‘Wij wonen hier al vele generaties, laten ons vee hier grazen en hebben onze voorouders hier begraven’, vertelt Duncan Sencho, terwijl hij me een rondleiding geeft over de modderige paden in het grasland van Narasha community. Sencho is leider van deze Maasai gemeenschap, vlak achter Hell’s Gate Park. Hij wijst op de glooiende graslanden rechts van zijn huis, waar koeien, schapen en geiten vredig lopen te grazen. ‘Daar wil KenGen een industrieel park bouwen’, vertelt hij. ‘Dat betekent dat wij weg moeten. We hebben nooit officiële eigendomspapieren van dit land gehad.’ De gemeenschap is al sinds 1996 verwikkeld in een rechtszaak over eigendomsrechten, net als vele andere Maasai gemeenschappen in Kenia. Tot nu toe heeft geen enkele gemeenschap zo’n rechtszaak gewonnen.

Samen met Jackson Shaa, de pastoor van de gemeenschap, zet Sencho zich in om de rechten van de Maasai gemeenschappen te verdedigen. ‘Bedrijven die hier investeren moeten beseffen dat ze zich begeven in een gebied waar al mensen en dieren wonen’, zegt Shaa. ‘Wij willen als gelijken behandeld worden.’ We zitten in het schemerdonker van zijn huis, de lamp die brandt op zonne-energie, is net uitgevallen. ‘Het is toch schandalig’, zegt Shaa. ‘Wij ondervinden allerlei nadelen van die energiecentrales, maar zelf hebben we niet eens elektriciteit!’

Een naburige Maasai gemeenschap moest al verhuizen voor een eerdere uitbreiding van het geothermische project. Het nieuwe stuk land dat zij kregen toegewezen, had veel minder waarde dan hun oorspronkelijke land. ‘De steile hellingen en ravijnen maken het gebied ongeschikt om vee te houden’, vertelt Shaa. ‘Bovendien overstromen de rivieren in het gebied regelmatig, waardoor het onbereikbaar is met de auto en de kinderen niet naar school kunnen.’ Shaa diende namens de gemeenschap een klacht in bij medefinancier de Wereldbank. Daarop stelde de Wereldbank een onderzoek in en kwam tot de conclusie dat inderdaad niet zorgvuldig werd gehandeld. Volgens het rapport kunnen de Maasai gemeenschappen als indigenous communities aangemerkt worden, maar zijn ze niet als zodanig behandeld. De onderzoekscommissie concludeerde dat de communicatie met de Maasai gemeenschap onder de maat was en dat het toegewezen gebied inderdaad niet dezelfde waarde heeft als het oorspronkelijke leefgebied van de gemeenschap. In een mediation-traject eist de Maasai gemeenschap van KenGen en de Europese Investeringsbank dat de omstandigheden in hun nieuwe leefgebied verbeterd worden. Maar de invulling daarvan zal nog flink wat conflict opleveren, verwacht Shaa.

De strijd voor het behoud van de cultuur en het leefgebied van de Maasai is een persoonlijk levensdoel geworden voor Shaa. Veel binnenlandse steun krijgt hij niet. Olkaria is een prestigeproject voor de omstreden president Uhuru Kenyetta, waardoor Keniaanse NGO’s hun vingers er niet aan durven te branden. ‘Ze zijn bang om hun licentie kwijt te raken’, zegt Shaa. ‘We krijgen dus vooral steun van internationale NGO’s. Een paar weken geleden had ik een afspraak met de dochter van de Hondurese mensenrechtenactiviste Berta Carceres, zij is een groot voorbeeld voor mij.’

Schadelijke gevolgen

Nature Kenia, de oudste natuurorganisatie van het land, schoot de gemeenschappen wel te hulp. Samen onderzochten ze welke schadelijke effecten de omgeving ondervindt. Daaruit blijkt dat de kwaliteit van de natuurlijke begroeiing en de omvang van het graasgebied voor het vee zijn afgenomen. Bovendien krijgen de gemeenschappen steeds moeilijker toegang tot schone waterbronnen, monumenten en andere plekken van culturele waarde. ‘De ontwikkeling van de bestaande energiecentrales is gepaard gegaan met grootschalige kap van de natuurlijke vegetatie, vervuiling en erosie’, schrijft directeur Paul Matiku op basis van het rapport in een open brief aan de Keniaanse National Environmental Management Authority. ‘KenGen moet eerst aantonen dat de negatieve effecten bij de ontwikkeling van nieuwe centrales beperkt blijven, voordat ze een vergunning mogen krijgen om met de bouw ervan te starten.’

 

Shaa liet ook een eigen onderzoek uitvoeren naar de medische gevolgen van de geothermische boringen. Bij het boren komt zilt water naar boven dat vervuild is door de chemische middelen die in het proces gebruikt worden. Daarbij lekt volgens Shaa regelmatig water weg in de omgeving. ‘Vorig jaar overleden er ineens 30 koeien en 50 schapen, waardoor een familie uit de gemeenschap in één klap bijna al haar dieren kwijt was’, vertelt hij. ‘We hebben toen besloten om het water, de grond en plantmateriaal op die plek te laten testen door het Kenya Medical Research Institute.’ Uit het rapport kwam naar voren dat het aangetroffen water te hoge doses schadelijke afvalstoffen bevatte. Het had eerst behandeld moeten worden voordat het in de omgeving terechtkwam. Ook de  grond- en vegetatiemonsters bevatten schadelijke bacteriën en pesticiden. ‘De reservoirs waar het water in wordt bewaard moeten veel beter beveiligd en beschermd worden’, vindt ook Okode.

Coherent ontwikkelingsbeleid

Met de nadruk op de toegang tot duurzame energie verliest de Keniaanse overheid andere duurzame ontwikkelingsdoelen uit het oog. De uitbreiding van de geothermische energiecentrale vermindert de toegang tot schoon drinkwater en voedselzekerheid voor de lokale bevolking. Om ook deze SDG’s te halen zal de Keniaanse overheid een coherenter beleid moeten voeren, waarin zowel economische groei als natuurbescherming en sociale gelijkheid worden meegewogen.

KenGen moet veel zorgvuldiger onderzoeken wat de gevolgen voor de omgeving zijn voordat ze met de bouw van nieuwe energiecentrales en een industrieel park beginnen, vinden zowel de natuurbeschermers als de Maasai. Ook internationale investeerders als de Wereldbank en de Europese Investeringsbank moeten goed onderzoeken of de gang van zaken bij de uitbreiding van het geothermische project in overeenstemming is met hun beleid op het gebied van milieu en lokale gemeenschappen.