Compassie als kompas

Wat zijn de diepere drijfveren en idealen van mensen uit de ontwikkelingssector? En hoe vertaal je dat naar de werkvloer? Vice Versa vroeg een aantal mensen om dat eens op papier te zetten. In deze aflevering de beurt aan Bart Romijn, de directeur van Partos -de branchevereniging voor internationale samenwerking. Hij schrijft over zijn idealistische levenslijn en waarom je met geld minder impact bereikt dan met verbondenheid en solidariteit.

Mijn oudste zoon kreeg als baby ooit een mooie wens mee: “dat je mag worden wie je bent”. De strekking drong pas later tot mij door. Het heeft lang geduurd voordat ik herkende wie ik ben. Als kind groeide ik op als jongste van zeven jongens. De meeste van mijn oudere broers waren zeeman. Hun verhalen over belevenissen in exotische landen spraken sterk tot mijn verbeelding. Daar wilde ik later ook naartoe. De Universiteit van Wageningen was een logische keuze om mij daarop voor te bereiden. De kinderdromen zijn uitgekomen: ik verbleef in veel landen, voor kortere of langere tijd; een grote ontdekkingstocht. Maar mijzelf moest ik nog ontdekken.

 

Drie lijnen

In mijn professionele leven zie ik nu drie lijnen. Een groene lijn staat voor domein waarin ik altijd actief ben: natuurlijke hulpbronnen, duurzaamheid en ontwikkelingssamenwerking. Niet zozeer als inhoudsdeskundige. Mijn inbreng – de rode lijn – is altijd een mengvorm van strategie, organisatie en inspiratie. En tenslotte de derde, witte lijn staat voor mijn drang om altijd naar nieuwe wegen en doorbraakmogelijkheden te zoeken.

Tezamen vormen deze drie draden mijn idealistische levenslijn. Idealist is het temperament dat steevast bij karakterologische testen naar boven komt. Boos worden om uitsluiting en onrechtvaardigheid. Geloven dat je dromen waar kan maken. Enthousiast als ik anderen kan helpen. Gedreven door compassie.

Laat ik dit illustreren met mijn reactie op een voordracht over Impact. Het gestelde dilemma tijdens de voordracht: “Twee gebouwen staan in brand. In het ene gebouw ligt een baby, in het andere hangt een Picasso. Je staat als ‘goed doel’ voor de keuze, red je de baby of red je de Picasso?”

Deze vraag werd gesteld tijdens de uitreiking van de Transparantprijs tijdens een voordracht over het vergroten van impact. De spreekster liet duidelijk weten dat zij een echte moeder was. Toch zou zij zelf kiezen voor het redden van de Picasso. Want de Picasso zou miljoenen euro’s opleveren waarmee je vervolgens veel meer impact kan bereiken dan met een baby.

 

Provocerend bedoeld

Het was, denk ik, provocerend bedoeld. Het geldargument gaat om twee redenen niet op. Ik twijfel of je voor een uit het vuur geredde Picasso veel geld krijgt. Hooguit een reddersfooi van de rechtmatige eigenaar. Nog meer twijfel ik aan de juistheid van de andere aanname, namelijk dat je louter met meer geld meer impact behaalt terwijl je in een panieksituatie je diepgewortelde instinct – het redden van een kind – uitschakelt. Juist de verbondenheid met medemensen, medeleven, solidariteit en compassie, is een van de belangrijkste drijfveren in ons werk. En met name die factor maakt investeren in ontwikkelingssamenwerking een onderscheidende, onmisbare en perspectief biedende schakel voor een betere en duurzame wereld voor iedereen. De Sustainable Development Goals zijn een fantastische, gezamenlijke bestemming. En des te meer we deze doelen kunnen verbeelden, samen met onze achterban, doelgroepen, partners en kinderen, des te sterker het wervende perspectief.

Allemaal kiezen we daarbij een eigen route. Maar compassie is daarbij mijn kompas. Juist in deze tijd waar de politiek zich in toenemende mate kenmerkt door gebrek aan een moreel kompas. Ook in Nederland. Waar populisme zich niet meer beperkt tot één partij. Waar stemmen opgaan om het al gehalveerde budget voor ontwikkelingssamenwerking nog eens te halveren. Waar diverse partijen zich blindstaren op de fortificatie van de grenzen, om instroom van vluchtelingen te voorkomen en zich Oost-Indisch doof tonen voor de roep om juist te investeren in het wegnemen van oorzaken van vluchten en migratie.

Het kompas van mij en velen van mijn collega’s is veel meer dan een wegwijzer voor het wegnemen van zorgen van Nederlanders. Het is een wegwijzer voor het creëren van kansen voor iedereen, in en buiten Nederland. En allereerst voor diegenen die het het hardst nodig hebben: kinderen, armen en achtergestelde, buitengesloten groepen.

 

 

Laat een reactie achter