Beleid Ploumen ‘niet te rijmen’

frank lodder fotografie

frank lodder fotografie

OPINIE- Minister Ploumen zei in een toespraak dat ze zich bij al haar activiteiten en beslissingen de centrale vraag stelt: ‘Hoe helpt dit de allerarmsten?’ Als ze dat echt zou doen zou het Nederlandse beleid er compleet anders uitzien, schrijft Both ENDS directeur Danielle Hirsch in deze opiniebijdrage. De allerarmsten worden eerder slechter dan beter van het Nederlandse handelsbeleid.

Bij de opening van het congres ‘Ready for Change’, op donderdag 19 mei in Amsterdam, had ik het voorrecht om naar een van minister Ploumens zelf geschreven speeches te mogen luisteren. Omdat de minister zelf niet aanwezig kon zijn werd de speech voorgedragen door haar directeur-generaal, Christiaan Rebergen die, voordat hij begon, aangaf zelf sterk achter de inhoud te staan en de tekst daarom woordelijk voor te dragen. De verwachtingen waren hooggespannen, want minister Ploumen heeft laten zien het debat niet te schuwen, bereid te zijn haar nek uit te steken en duurzame en inclusieve ontwikkeling te willen stimuleren.

Moreel kompas

De basisboodschap van haar speech smaakte inderdaad, zoals Rebergen al had beloofd, naar meer. De minister vaart op een sterk moreel kompas; in haar speech vertrouwde ze ons toe dat ze zich bij al haar activiteiten en beslissingen de centrale vraag stelt: ‘Hoe helpt dit de allerarmsten?’ In mijn hoofd zou haar basisvraag logischerwijs moeten leiden tot een stevige systeemverandering, gedreven door verandering in Nederlands beleid en Nederlandse handels- en investeringskeuzes. De vraag die minister Ploumen zich stelt is in elk geval een prachtige basis voor een stevig debat over haar eigen beleidsportefeuille en het bredere regeringsbeleid.

Nederland helpt vooral Nederland

Het beleid van de minister richt zich echter bijna uitsluitend op internationale handelsketens en zou, als we afgaan op haar speech, gebaseerd zijn op de aanname dat ook de allerarmsten daar baat bij zullen hebben. Maar de meeste armen op deze aarde hebben helemaal niets te maken met internationale handelsketens. Meer dan driekwart van de rurale bevolking produceert voedsel om zelf van te leven, of hooguit voor de lokale markt. Deze mensen worden dus niet beter van het huidige Nederlandse handelsbeleid. Eerder slechter. En helpt de door onze regering gepropageerde vrijhandel de allerarmsten? En dan hebben we het nog niet eens over de vormen van investeringsbescherming die Nederland met hand en tand verdedigt. Nederland bevordert zijn eigen export en ontwikkelt zijn private sector in het buitenland onder andere door subsidies, exportkredietverzekeringen en investeringen. Dat investeringsmodel resulteert in mooie opdrachten voor het Nederlandse bedrijfsleven, groei van onze export en beperkte lokale banengroei. Tegen welke prijs? De ontwikkeling van moderne havens en andere infrastructuur en de aanleg van uitgestrekte soja- en palmolieplantages zorgen ervoor dat arme mensen toch weer aan het kortste eind trekken. Want hún water wordt vervuild, hún visgronden worden vernield, hún gezondheid verslechtert en hún land en bestaansmogelijkheden worden afgepakt. Dat kun je toch nauwelijks ‘helpen’ noemen?

Niet te rijmen

Hoe legt de minister uit dat zij handelsverdragen in stand wil houden waarin de rechten van bedrijven worden gegarandeerd, terwijl ‘arme mensen’ op internationaal niveau geen enkele mogelijkheid hebben om hun eigen (mensen)rechten te verdedigen? Hoe legt zij uit dat Nederland als internationaal erkend en belangrijk belastingparadijs de allerarmste landen, die het geld juist zo hard nodig hebben voor de ontwikkeling van een fatsoenlijke sociale infrastructuur, hun belastingopbrengsten door de neus boort? En hoe verklaart ze dat Nederlands klimaatgeld vooral wordt gebruikt voor grote projecten waarvan het positieve effect op de armsten op zijn minst twijfelachtig is, terwijl we weten dat juist zij, nu en in de toekomst, de grootste klappen zullen moeten opvangen? De vraag van de minister of Nederlandse acties de allerarmsten helpen is heel relevant, zeker in het kader van de nieuwe SDG’s. Maar wordt die vraag wel echt gesteld binnen de regering, en zo ja, worden de antwoorden dan serieus meegewogen, om te beginnen door haar eigen Ministerie van Handel en Hulp? Als dat zo zou zijn, dan zou het Nederlandse buitenlandbeleid er toch op bijna alle vlakken fundamenteel anders uitzien? Danielle Hirsch is Directeur van milieu- en ontwikkelingsorganisatie Both ENDS.