Het achterblijvertje van Europa moet fors bijbenen: wat het klimaatakkoord van Parijs betekent voor Nederland

Kees van der Leun

INTERVIEW. Nederland heeft geen goede internationale reputatie als het gaat om duurzame energie, ondanks wat de vele plaatjes van windmolens in open velden ons doen laten geloven. Momenteel staat Nederland binnen de Europese Unie op het gebied van duurzame energieopwekking op de 25e plaats. We zijn recentelijk ingehaald door het Verenigd Koninkrijk en laten slechts Malta en Luxemburg ternauwernood achter ons. Extra pijnlijk is dan ook dat staatssecretaris Dijksma naar New York afreisde om het klimaatakkoord ‘officieel’ te ondertekenen namens ons land op dezelfde dag dat er een nieuwe kolencentrale werd geopend op de Maasvlakte.

Het energierapport van minister Kamp, uitgebracht in januari 2016, moest de weg leiden naar een duurzamer Nederland, maar laat veel te wensen aan daadwerkelijk beleid ten gunste van vage kreten en constateringen. ‘Wat er ontbreekt is een lange-termijnplan dat uitstippelt hoe we rond 2040 in Nederland rond nul CO2-emissies uitkomen en daar vervolgens systematisch naar toewerken. Het energierapport laat nog veel opties open, er zijn allerlei scenario’s bekeken maar die staan vervolgens ook allemaal bij elkaar in een grafiek. Het is een noodzakelijke tussenstap om een keuze te maken voor een plan. Maar het is niet wat we uiteindelijk nodig hebben.’ Kees van der Leun is reeds 30 jaar werkzaam bij Ecofys, een bedrijf dat zich richt op duurzame consultancy voor grote bedrijven, maar ook regeringen en supranationale organisaties zoals de Europese Commissie. Hoewel hij positief is over de huidige ontwikkelingen op het gebied van klimaat, kampt hij toch met zorgen over het tempo waarin veranderingen plaatsvinden.

Wat vindt u van het Parijs-akkoord?

‘Heel mooi; het beste wat je kunt halen met zo’n divers gezelschap. Je moet je bedenken dat daar niet alleen Europa en ontwikkelingslanden zitten, maar ook Saudi-Arabië, Canada en Australië; ieder zo met hun eigen belangen. In dat proces van de VN moet je die allemaal meekrijgen. Gegeven dat feit, vind ik het een ongelofelijke prestatie om toch zo’n afspraak te maken. Ik heb wel het beeld dat de overheden hiermee nu eerder een been bijtrekken dan dat ze vooroplopen. Toch is het wel belangrijk voor het momentum want je hebt wel de overheden nodig om de kaders te scheppen, om de regels te stellen, om de doelen helder te maken zodat de investeerders weten waar ze aan toe zijn. Dus ik ben blij met het akkoord en tegelijkertijd erop beducht dat het nu wel handen en voeten moet krijgen omdat het anders weer wegloopt.’

In vergelijking met het duurzame beleid van andere -Europese- landen is de Nederlandse stand beschamend, om het zacht uit te drukken.

‘We zijn natuurlijk een land dat jaren genoten heeft van een gasbel, waarvan werd gedacht dat het een bron zonder veel nadelige effecten was. Dan is de hele urgentie om iets te doen aan je systeem klein. Ook werd er in de jaren ’80 olie gevonden in de Noordzee en ontstond er een denkbeeld dat dit ons weer tientallen jaren uit de brand zou halen. Dit klopte ook, maar slechts enkele tientallen jaren.  Dit gedachtegoed is veranderd in de laatste jaren, met name door de bevingen in Groningen die eigenlijk tot heel directe gevolgen had dat winning van aardgas nu fors gereduceerd wordt en dat het duidelijk wordt dat aardgas naast het broeikaseffect nog andere nadelen heeft die het des ter urgenter maken om het energiesysteem om te gooien. Het gaat nu wel hard in de duurzame elektriciteit trouwens, het energie akkoord zorgt met name voor een sterke groei van windenergie. Maar andere grote punten zijn natuurlijk brandstoffen voor transport waar we nog iets moeten doen aan het benzine en diesel verbruik, en alternatieven voor gas voor de verwarming. Dit soort dingen moeten nog worden opgepakt.’

Maar grappig genoeg staat Nederland wel bekend voor hun duurzame projecten in het buitenland. Waarom daar wel?

‘In het oude Kyoto akkoord bestond nog de constructie dat rijke landen aan hun doelstellingen konden werken door projecten in ontwikkelingslanden te realiseren. Dit was aantrekkelijk, want we konden voor relatief bescheiden kosten die doelstellingen behalen zonder ons eigen land overhoop te halen.’ ‘Dat gezegd te hebben vervalt deze manier van kosteneffectief behalen van eigen doelen voor Nederland. Het is nu meer “los het op in eigen huis en lever een financieringsbijdrage aan ontwikkelingslanden”. Dat betekent een zwaardere opgave voor Nederland in eigen land. En dan hebben we het onszelf ook nog moeilijk gemaakt door in 2006 kolencentrales in aanbouw te nemen die dan nu de markt op komen.’

Is er een gebrek aan belangstelling in Nederland, ook onder de algemene bevolking, over het klimaat?

‘Nederland is niet zo gevoelig voor die “paar graden doelstelling”. Er hangt een beetje een gevoel dat zo lang het nog maar een paar dagen koud is, dat eigenlijk alleen maar goed nieuws is. En die paar hittegolven die overleef je dan ook nog wel. Wat ik niet zo goed snap is dat we niet druk bezig zijn met die zeespiegelstijging. Er wordt intuïtief gedacht dat we de dijken kunnen blijven verhogen, maar dat gaat natuurlijk niet eindeloos goed. Als dan ook de stabiliteit van de ijskappen van Groenland en West-Antarctica in gevaar gebracht worden, heb je het over vele meters stijging en daar is geen dijkenbouw meer tegen gewassen. Overigens gaat het niet alleen over eventueel water dat over de rand klotst, maar ook over zoutwater dat stijgt en het grondwater indringt. Ik kan mij niet bedenken waarom dit onderwerp in Nederland, een land onder de zeespiegel, niet veel meer leeft.’ ‘Ik ben me heel erg bewust van de onomkeerbaarheid binnen onze tijdschalen van de ontwikkelingen en ik denk dat we met z’n allen nog volstrekt onvoldoende besef van de urgentie van de opgave hebben. Dat zou voor mij de grootste winst zijn, dat we in Nederland onderschrijven dat we in 2040 bij de nul emissies moeten zijn en daar dan ook de bijpassende plannen voor maken en in uitvoering nemen.’

Wat vindt u van de Sustainable Development Goals en houdt Ecofys zich er mee bezig?

‘Voor ons zijn de primaire doelen voor energie en klimaat van belang, en die weet ik nu niet eens uit mijn hoofd. Natuurlijk, als wij projecten doen of een land adviseren proberen we ook de andere doelen scherp te houden. Wanneer wij bijvoorbeeld voor het ministerie van Buitenlandse Zaken naar Egypte gaan om te kijken of er een mogelijkheid is tot samenwerking tussen Nederland en Egypte op het gebied van energie, kijken we ook sterk naar wat dit zou betekenen voor de economie en de bevolking en niet alleen naar hoeveel ton CO2 gereduceerd wordt.  Maar ik moet wel zeggen, ik zou ze zo niet kunnen noemen. Wat zijn het, 9 hoofddoelen met 150 doelstellingen?’

Er zijn 17 algemene doelen, die onderling in totaal 169 doelstellingen hebben.

‘Ja, dat ga ik dus nooit in m’n hoofd krijgen. Wat je dan hoopt, en wat ook wel blijkt, is dat de doelen op het gebied van klimaat min of meer gelijklopen met wat er in het Parijs-akkoord is afgesproken.’ ‘Waar we bijvoorbeeld wel mee werken is het ‘Sustainable Energy for All’ initiatief. Dit is ook een VN-initiatief waar Ban Ki-Moon persoonlijk aan gecommitteerd is en dat drie eenvoudige doelstellingen heeft die in 2030 behaald moeten worden: één, het tempo van energiebesparing verdubbelen; twee, het aandeel duurzame energie verdubbelen; en drie, iedereen in de wereld toegang geven tot moderne energiebronnen. Dit is een heel ambitieus drietal wat heel erg in ons vakgebied ligt en ook goed aansluit bij die snelle ontwikkeling naar een duurzame energievoorziening. Dat is dan voor ons eigenlijk in de dagelijkse praktijk relevanter dan de hele collectie SDG’s. Ik zeg er wel bij dat er genoeg specialisten zijn in Ecofys die wel dagelijks met de SDG’s te maken hebben en voor wie dit gesneden koek is.’

Onlangs zei oud-minister Jan Pronk dat de civiele samenleving lui is geworden na het Parijs-akkoord. Bent u het hier mee eens?

‘Ik proef dat niet zo hoor. Ik zie wel dat er een risico is dat als er niet door ngo’s heel hard wordt doorgepakt om de afspraak van Parijs concreter te maken, je dan in twee jaar het momentum weer kwijt kan zijn. Het gevaar dat ontstaat als er geen duidelijke taakverdeling komt is dat er een sfeer zal komen van “ja dat was een mooie verklaring maar heeft niet veel om het lijf”.  Aan de andere kant kun je niet al na een half jaar verwachten dat er heel veel concreet resultaat te zien is. Als je nog kans wilt maken op de 1,5 graad of well below two degrees, zoals het staat in het akkoord, dan moet je wel heel snel uit de startblokken komen om bijvoorbeeld die nul emissie te realiseren. 34 jaar lijkt een hele tijd, maar dat is zo voorbij.’