Door: Joris Tielens
13 augustus 2014

Tags

SNV_001 kopie
Chris de Bode

SNV is de afgelopen jaren getransformeerd van overheidsorganisatie tot succesvolle zelfstandige speler in de internationale ontwikkelingsmarkt. SNV behaalt resultaten, maar hoe duurzaam die zijn is de vraag, oordeelt de Inspectie Ontwikkelingssamenwerking en Beleidsevaluatie (IOB) in haar evaluatie van SNV. Dat komt omdat SNV te weinig capaciteit opbouwde bij haar partners, en te weinig ownership overdroeg. Dat dreigt in de toekomst een steeds groter probleem te vormen, stelt IOB-directeur Ruerd Ruben, die in gesprek gaat met SNV-directeur Allert van den Ham. De heren kennen elkaar al langer dan vandaag. Deze keer treffen ze elkaar in het kantoor van Van den Ham, niet ver van de Bezuidenhoutseweg in Den Haag. De uitnodiging aan een vertegenwoordiger van het ministerie van Buitenlandse Zaken om ook aan te schuiven werd afgeslagen, omdat alleen minister Ploumen over deze zaak wil praten, en ze dat alleen met de Tweede Kamer wil doen. SNV heeft bewogen jaren achter de rug. Het kreeg in 2007 voor negen jaar een grote subsidie van de Nederlandse overheid van 795 miljoen euro, waarmee het in 36 landen kon werken. Rond 2011 kreeg SNV veel kritiek, ook vanuit de Tweede Kamer, onder meer over de hoge salarissen van de top. In 2011 veranderde het ministerie van Buitenlandse Zaken van beleid, en besloot dat SNV na 2015 geen overheidsfinanciering meer zou krijgen. Vanaf 2012 werd bovendien het oorspronkelijke bedrag van 795 miljoen teruggebracht tot 676 miljoen. Mocht SNV aanvankelijk geen externe financiering werven, vanaf 2011 stond het ministerie dit wel toe. SNV stond voor de keuze om de tent dicht te doen, of om in de internationale markt van ontwikkelingsprojecten op te gaan en projecten binnen te halen bij andere overheden en fondsen als de Bill Gates Foundation. Het werd het laatste, en met succes. Allert van den Ham: ‘Vorig jaar hebben we voor 100 miljoen aan contracten getekend. Dat zijn contracten voor meerdere jaren. We groeien naar een organisatie met een omzet van 100 tot 120 miljoen per jaar.’ De bezuiniging was een blessing in disguise voor SNV, is wel gezegd. De organisatie haalde een managementlaag weg, verminderde het aantal sectoren waarin ze werkt van zeven naar drie en bracht de kosten terug. Van den Ham: ‘Het was een afscheid van het SNV van vroeger, dat al 45 jaar een relatie met de Nederlandse overheid had. Het was ook een culturele verandering. Er kwamen onvermoede krachten boven, nieuw elan en nieuwe dynamiek. Dat zorgt ervoor dat we vanaf 2016 zonder een langdurige programmafinanciering van de overheid verder gaan.’ Van den Ham omarmt veel lessen uit de evaluatie van IOB, maar stelt ook dat de evaluatie van IOB, die over de periode van 2007 tot 2011 gaat, niet over het nieuwe maar over het oude SNV gaat. Daar is Ruerd Ruben het niet mee eens. ‘Er zijn wel veranderingen geweest in organisatie en financiering, maar ik denk dat die niet zo principieel zijn. SNV blijft een donorgefinancierde organisatie, alleen wordt de ene publieke financiering, van Nederland, vervangen door een andere publieke financiering, bijvoorbeeld van Engeland.’ De belangrijkste conclusies van de IOB-evaluatie voor SNV, zegt Ruben, gelden ook nu en in de toekomst. Niet de armsten IOB evalueerde twaalf programma’s over drinkwater, landbouwketens en duurzame energie in Benin, Ethiopië, Tanzania en Vietnam. Hoewel dat een klein deel is van al het werk van SNV, zegt IOB dat het representatief is voor het hele programma. Een van de conclusies van de evaluatie is dat SNV succesvol is geweest in het snel opzetten van programma’s op dorpsniveau, voor betere toegang tot diensten zoals water en sanitair, biogasinstallaties of landbouwvoorlichting en zaaigoed. De kanttekening is dat juist arme mensen, zoals marginale boeren, daar vaak minder van profiteerden. Van den Ham stelt dat het ook nooit de bedoeling was om de armsten van de armen te bereiken. ‘Als je werkt aan economische ontwikkeling, moet je werken met mensen die middelen hebben om in te zetten, dus niet met landloze boeren bijvoorbeeld. Tegelijkertijd hebben we als het gaat om toegang tot drinkwater in Benin bijvoorbeeld wel de armsten bereikt, en ook met het opzetten van biogas in Vietnam zaten we aan de onderkant van de samenleving.’ Maar volgens Ruben had SNV een stapje verder kunnen gaan. Hij onderkent dat het bereiken van de armsten lastig is. ‘Het duurt lang en succes is niet verzekerd. Je moet bereid zijn om meer risico’s te nemen. Nederland heeft zich lang voorgestaan het moeilijker segment te willen doen, daar hebben we publiek geld voor over.’ Ruben zegt dat als dit doel serieus was genomen, daar meer op aangestuurd had moeten worden. ‘Dat is geen verwijt aan SNV, maar eerder aan de minister.’ De overheid financierde met dit programma veel geld over een langere periode. Ruben: ‘Wat er is gedaan is met enthousiasme en kwaliteit gebeurd, maar omvang en duur van dit programma maken dat je meer had kunnen doen, ook aan de onderkant van de samenleving.’ Blijvende resultaten? Dat met een programma van deze omvang meer bereikt had kunnen worden, komt terug in de belangrijkste conclusie van IOB: dat de duurzaamheid van de resultaten van SNV te weinig aandacht kreeg en niet gegarandeerd kan worden. SNV heeft snel resultaten geboekt, maar of die resultaten ook een lang leven beschoren zijn, is vaak onduidelijk. Ook de minister noemt dit in haar beleidsreactie en ze vraag SNV om voor de zomer met een strategie te komen om dit voor de resterende periode te verbeteren. Van den Ham: ‘Ik vind dat we die uitdaging moeten aannemen, en ik vind ook dat we hier in het verleden te weinig aandacht voor hebben gehad. Dit is een terechte conclusie van IOB.’ De duurzaamheid van resultaten hangt af van de mate waarin capaciteit is opgebouwd bij de partnerorganisaties van SNV om op eigen benen te staan, en de mate waarin zij ownership hebben gekregen, zegt Ruben. Over capaciteitsopbouw concludeert IOB dat SNV wel de capaciteit opbouwde bij organisaties om netwerken op te zetten, de organisatie te runnen en zaken voor elkaar te krijgen, maar dat het vaak ontbrak aan de capaciteit van organisaties om zich aan te passen aan verandering. Het rapport stelt dat er ‘een aanzienlijke kloof is tussen SNV’s ambities op dit vlak en de resultaten. SNV heeft haar klanten onvoldoende geleerd hoe ze relevant kunnen blijven in een veranderende context.’ Van den Ham: ‘Wat zijn we toch ambitieus, bijna hoogmoedig geweest, aan het begin. Wij en het ministerie. Het gaat om een groot programma, maar desalniettemin ben je maar een klein radertje in het geheel. Terugkijkend kan je zeggen dat ons wel wat meer bescheidenheid had gepast.’ Lokaal Ruben vindt dat meer financiering direct naar lokale organisaties zou moeten, bijvoorbeeld in de vorm van vouchers die te besteden zijn aan ondersteuning en dienstverlening. ‘Als je innovatief zou zijn, zou je de komende jaren al het geld dat SNV nog van Buitenlandse Zaken krijgt kunnen omzetten in vouchers. En dan kijken of SNV door de lokale organisaties gevraagd wordt om het werk te doen. Dat zou voor het lokale ownership beter zijn.’ Ruben zegt dat ervaringen hiermee goed zijn als het om water, gezondheid en onderwijs gaat, maar minder in productieve projecten. Van den Ham: ‘Maar dat gebeurt ook steeds meer. Steeds vaker zie je dat de financiering niet naar ons gaat, maar naar de overheid. Dan is het interessant om te zien dat wij in een aantal landen, zoals Cambodja en Burkina Faso, worden gevraagd door de overheid om programma’s uit te voeren. In Vietnam doen we projecten die betaald worden uit lokale belastingopbrengsten. Voor SNV zijn dat de leukste, want je wordt gevraagd door iemand die ook iemand anders kan vragen. Zij hebben er blijkbaar behoefte aan dat wij dat doen.’ Toekomst Dan kijkt Ruben met een glimlach Van den Ham aan: ‘Jullie bestaan volgend jaar 50 jaar, nietwaar? Moet je nou 60 willen worden? Met 65 mag je in elk geval met pensioen.’ Of Van den Ham tegen die tijd SNV wil opheffen wil hij niet zeggen, maar ook hij ziet dat internationaal de uitgaven aan ontwikkelingshulp afnemen, en dat overheden taken overnemen. Toch ziet hij in het succes van SNV om fondsen aan te trekken juist het bewijs dat zijn organisatie voorlopig nog iets te bieden heeft. ‘Ik heb net een groot contract met het Department for International Development getekend. De Britse overheid kiest uit het hele spectrum van mondiale clubs en bedrijven ons als beste organisatie uit. Daar ben ik trots op. Dan moeten we iets te melden hebben.’ Stel dat Van den Ham het voor het zeggen had, en kon kiezen voor nog een periode van overheidsfinanciering, zou hij ervoor kiezen? ‘Ik zou een beperkte programmafinanciering willen hebben om jonge mensen in dienst te nemen, die ruim de tijd krijgen om zich het vak eigen te maken, te experimenteren en te leren. Maar nog eens negen jaar dit bedrag van de overheid, nee, ik zou er niet voor gaan.’ Dit is een verkorte versie van het artikel dat in het laatste nummer van de Vice Versa verscheen. Het hele artikel lezen? Neem dan snel een abonnement of bestel het los. Ontvang bij een abonnement gratis het boek ‘Congo Codes’ van Dirk Jan Koch of ‘Minder Hypes, Meer Hippocrates’ van Marc Broere en Ellen Mangnus.

Vrijdagmiddagborrel: Over ophef en ongelijkwaardigheid

Door Marc Broere | 16 februari 2018

Hoewel we mooie termen als internationale samenwerking hebben bedacht, blijft ongelijkwaardigheid tussen donor en ontvanger de rode draad binnen ontwikkelingssamenwerking. Daarom moet je altijd extra beducht blijven voor excessen, schrijft Marc Broere in zijn Vrijdagmiddagborrel.

Lees artikel

Duurzame palmolie draait om landrechten

Door Joris Tielens | 15 februari 2018

Niet ontbossing is het grote probleem in Indonesië, maar gebrekkige landrechten, stellen een milieu-activist èn de directeur van IDH in Indonesië. Over de aanpak verschillen ze van mening, maar allebei zien ze een grote rol voor de overheid.

Lees artikel

De paradox van palmolie

Door Dominique van de Kamp | 14 februari 2018

Palmolie: een wondermiddel waar we bijna niet zonder kunnen en een bestanddeel met bedenkelijke bijwerkingen. In aanloop naar het grote palmoliedebat op 16 februari zoekt Dominique van de Kamp uit hoe en waarin we de olie in het dagelijks leven tegenkomen – en kunnen vermijden.

Lees artikel