Door: Rosalie Koevoets
7 juli 2016

Categorieën

Tags

Steedolivier 3s meer bedrijven hebben tegenwoordig interesse in Afrika. Logisch, alle tekenen wijzen er per slot van rekening op dat het continent zich de komende jaren flink gaat ontwikkelen. Heineken toonde al vroeg vertrouwen in Afrika en vestigde zich er ruim 80 jaar geleden voor het eerst. Maar wat levert deze aanwezigheid het continent zelf op? Vice Versa sprak Olivier van Beemen over Heineken en duurzaam ondernemerschap in Afrika.

Voor zijn boek ‘Heineken in Afrika’ deed Olivier van Beemen drie jaar lang onderzoek naar de activiteiten van de grootste Nederlandse bierbrouwer in Afrika en de nummer drie van de wereld. Hij bracht daarbij dingen aan het licht die het bedrijf zelf liever verdoezelt. Denk aan schimmige praktijken als corruptie, belastingontwijking en betrokkenheid bij grove mensenrechtenschendingen. Het boek deed veel stof opwaaien en heeft geleid tot een Zembla-documentaire en tot vragen in de Tweede Kamer en het Europees Parlement. Het roept de vraag op of handelsbelangen in de praktijk ook daadwerkelijk samen kunnen gaan met ontwikkelingshulp. En wat zegt dit over andere ‘duurzame’ ondernemingen?

Zijn er meer bedrijven zoals Heineken die een onderzoek verdienen?

‘In principe denk ik dat onderzoek naar andere grote bedrijven ook heel interessant is en veel nieuwe informatie kan opleveren. Franse bedrijven zijn vaak nog veel nauwer gelieerd aan de politiek dan bijvoorbeeld Heineken. In mijn hypothese, gesteund door gesprekken en literatuur, is Heineken in veel opzichten representatief voor de wijze waarop andere westerse multinationals zakendoen in Afrika. Een belangrijk verschil met andere bedrijven is wel dat Heineken alcohol verkoopt, dat zeer specifieke gevolgen heeft voor een samenleving. Het is niet mijn doel om Heineken af te schilderen als beter of slechter dan andere ondernemingen. Ik wil aantonen hoe het er écht aan toe gaat in Afrika. Het is verder aan de lezer om daar conclusies aan te verbinden. Ik laat bijvoorbeeld zien dat Heineken er niet in slaagt zaken te doen volgens de Westerse normen en waarden, zoals het beweert, en dat de eigen gedragscode vaak wordt overtreden.

Zo raakte het in Congo betrokken bij corruptiepraktijken. Twee hoge bronnen uit de directie vertelden me dat Heineken een directe raadgever van president Kabila had omgekocht, zodat dossiers sneller werden afgehandeld en problemen werden opgelost. Maar Heineken probeert zichzelf te presenteren als een engeltje dat erin slaagt netjes zaken te doen in een land vol roofvogels – en is daar opvallend goed in geslaagd. Niet voor niets wordt het zo vaak geprezen door minister Ploumen, premier Rutte en zelfs door koningin Máxima. Tegenwoordig is het een soort mantra geworden dat de aanwezigheid van grote bedrijven een goede werking heeft op Afrikaanse economieën. Ik geloof ook dat het bedrijfsleven kan zorgen voor ontwikkeling, meer dan ontwikkelingshulp, maar je moet kritisch blijven en eigen onderzoek doen, niet blindelings vertrouwen op de informatie die het bedrijfsleven aanreikt.’

Is maatschappelijk verantwoord ondernemerschap een façade?

‘Bij Heineken lopen veel individuen rond die oprecht geloven in een betere wereld en daar moeite voor willen doen. Maar een bedrijf is iets anders dan de optelsom van werknemers. Uiteindelijk heeft de aandeelhouder bij Heineken het laatste woord, het gaat om de winst. Mens en planeet komen op het tweede plan.

Duurzaam of maatschappelijk verantwoord ondernemen wordt in Afrika – meer nog dan elders – gebruikt om je activiteiten te rechtvaardigen. Je moet ‘iets terug doen voor de gemeenschap’, zoals ze dat noemen. Vaak worden dan liefdadigheidsprojecten opgezet. Dat is best ironisch. In een tijdperk waarin steeds meer mensen twijfelen aan ontwikkelingshulp – heeft die wel zin gehad de afgelopen decennia? – en juist het bedrijfsleven omarmen als bron van economische ontwikkeling, zie je dat bedrijven de projecten gaan uitvoeren van de hulpsector. Heineken laat nu ineens putten slaan, bouwt schooltjes en renoveert kliniekjes. Dit doen ze niet alleen halfbakken – scholen die ik bezocht, krijgen niet meer dan een lik verf en een opgeknapte kliniek moest en zou een bierreclame krijgen, terwijl de directeur dat niet wilde. Het is ook de vraag of de bevolking er iets mee opschiet.

Voor Heineken komen de goede daden uitstekend van pas in onderhandelingen met de regering. “Kijk eens hoeveel goede dingen wij doen. Nu kunnen we wel wat minder belasting betalen, toch?” Zulke projecten zijn goed voor het imago van Heineken en geven ook consumenten hier een goed gevoel, terwijl een gastland er in de praktijk weinig mee opschiet. Door de fiscale deals die vaak het gevolg zijn, verliest de bevolking er uiteindelijk op.

In mijn ogen zou verantwoord ondernemerschap zich moeten beperken tot de bedrijfsvoering: behandel je personeel goed, betaal netjes belasting, vervuil de omgeving niet, probeer regelgeving in zwakke staten niet in je voordeel te veranderen en hou je vooral bij je rol als bedrijf. Dus: maak gewoon winst en kom daar voor uit, zonder alle idealistische kletspraat. Een voorbeeld: als er bij Heineken doden vallen op de werkvloer, is dat vrijwel altijd in Afrika. Volgens een ingewijde is dat met kleine investeringen makkelijk te verhelpen – dan is het in een Afrikaanse brouwerij net zo veilig als elders – maar dat heeft geen prioriteit. Ik vind het helemaal riskant als een bedrijf publieke taken op zich wil nemen, zoals steeds vaker gebeurt.’

Wat zijn dan de risico’s? 

‘Een bedrijf doet dat niet puur uit goedheid, maar wil er iets voor terug. We hadden het al over fiscale deals. Door publieke taken over te nemen vergroot een bedrijf zijn invloed op de overheid. Ook zogeheten impactstudies, waarin Heineken een ander bedrijf de opdracht geeft de positieve gevolgen van de eigen business in kaart te brengen – en niet de negatieve – helpen daarbij. Met groot gevoel voor overdrijving laat zo’n studie zien dat er in elk land tienduizenden mensen voor hun werk deels afhankelijk zijn van de bierbrouwer en dat het bedrijf miljoenen in de economie pompt. Dat Heineken door concurrentie met traditionele brouwers ook veel werk vernietigt – waarschijnlijk netto meer – en dat alcohol en de grootschalige promotie daarvan een samenleving ook veel kosten, lees je in die rapporten niet terug.

Bovendien is er in Afrika vaak een grote mate van verstrengeling tussen politiek en bedrijfsleven. Veel ministers en andere hoogwaardigheidsbekleders hebben een persoonlijk belang bij het succes van Heineken. Ze zijn aandeelhouder of beheren een lucratief distributiedepot. In Burundi beheert de staat 40 procent van de aandelen en deelt het regime van de omstreden president Nkurunziza dus direct mee in de winst. Zodoende creëert Heineken een gezamenlijk belang waardoor een regering geen enkel belang heeft bij strenge regelgeving of controle.

Neem ook het alcoholbeleid. Tien jaar geleden spoorde de Wereldgezondheidsorganisatie Afrikaanse landen aan maatregelen te nemen tegen opkomend alcoholmisbruik. De bierindustrie heeft in Afrika de macht daar zelf ‘proactief’ invulling aan te geven. Heineken en concurrenten doen alsof zij de brave jongetjes zijn – ‘wij wachten het regeringsbeleid niet af, nee, we doen het zelf’ – maar intussen sturen ze aan op maatregelen waarvan is aangetoond dat ze niet werken. Het gaat daarbij om individueel bewustzijn – een drinker moet zelf beseffen dat alcohol gevaarlijk is – terwijl onderzoek aantoont dat algemene beperkingen veel effectiever zijn: een minimumleeftijd, vergunningen voor alcoholverkopers, minder ruime openingstijden, geen café op elke hoek van de straat… Het is logisch dat een bierbrouwer zoveel mogelijk bier wil verkopen en naïef om te denken dat de industrie dat het best zelf kan reguleren, wat overigens ook geldt voor het Westen.

De aansporing tot gematigd drinken is in de praktijk vaak een reclame. Heineken wordt geassocieerd met feesten, de hele nacht door dansen, Armin van Buuren, en oh ja: drink niet te veel. Bij veel mensen beklijft toch vooral het beeld van Heineken en feest en niet van gematigd drinken.’

Heineken is uiteindelijk toch een commercieel bedrijf dus welk verwijt valt hen te maken?

‘Natuurlijk is drinkgedrag voor een deel ook de individuele verantwoordelijkheid. Maar het is wel belangrijk om te beseffen dat in Afrika de context heel anders is. Veel mensen zijn lager opgeleid en in veel landen is er weinig alternatief vermaak. Met bier kan je vrij gemakkelijk een nieuw universum creëren. De reclamemogelijkheden in Afrika zijn vrijwel onbeperkt. Als brouwbedrijf kun je eigen televisieprogramma’s maken waarbij het merk constant in beeld is, je kunt hele stadswijken in de kleuren van jouw bier schilderen. In Nigeria organiseren ze bovendien een jaarlijkse Beer and Health Conference, waarbij Heineken experts en pseudo-experts laat vertellen hoeveel goede eigenschappen bier heeft en welke ziektes het zou helpen te voorkomen. Daar werd verteld dat het gezond is tweeënhalve fles bier per dag te drinken, wat in Nigeria neerkomt op 1,5 liter bier. Dergelijk onderzoek is hoogst omstreden en de reclamecode van Heineken verbiedt om dat te gebruiken voor promotie, maar in Nigeria wordt dat genegeerd. Je kunt ervan uitgaan dat dat in Afrika meer indruk op mensen maakt dan in landen waar de bevolking gemiddeld hoger is opgeleid en daardoor een groter afweermechanisme tegen reclame heeft. Bedrijven die beweren dat ze ethiek en duurzaamheid zo hoog in het vaandel dragen, zouden in elk geval niet dat soort omstreden informatie moeten verspreiden.’

Treft de Nederlandse overheid dan geen blaam?

‘Ik ben kritisch over de publieke private partnerschappen waarin Heineken samenwerkt met de Nederlandse staat. Het gaat daarbij in Afrika vooral om landbouwprojecten, bedoeld om meer lokale gewassen te gebruiken. Dat is op zich een uitstekend plan, maar ik vind het vreemd dat de overheid daaraan meebetaalt. Het gaat immers om een investering, waardoor Heineken op de kosten moet besparen. Heineken boekte vorig jaar een winst van ruim twee miljard euro en verdient in Afrika gemiddeld bijna 50 procent meer per biertje dan elders. Kan het die investering van een paar miljoen dan niet volledig zelf dragen?

Ook hier is sprake van verwevenheid van belangen, die nog wordt versterkt doordat ambtenaren regelmatig tijdelijk gedetacheerd worden bij bedrijven als Heineken. Gesprekspartners weten niet of ze de Nederlandse staat tegenover zich hebben, of Heineken. In zo’n partnerschap draait het erom dat alle partijen hetzelfde belang creëren. ‘Alle neuzen dezelfde kant op’, zei een ambtenaar op Buitenlandse Zaken in een interview met Vice Versa. Het bedrijfsbelang is leidend in zo’n partnerschap en dus is het risico groot dat de overheid en ngo’s, die er ook vaak bij betrokken zijn, zich in dienst stellen van de onderneming. Ze geven hun functie van regelgever en kritische waakhond op. Dat lijkt me niet wenselijk.’

Meer info op www.heinekeninafrika.nl

Op maandag 11 juli om 20:00 organiseert Pakhuis De Zwijger in Amsterdam een discussieavond rondom het boek Heineken in Afrika. Auteur Olivier van Beemen zal het met onder anderen Eric Smaling (Tweede Kamer, SP), Irene Visser (Netherlands Africa Business Council) en Alphonse Muambi (Congo-expert, consultant) hebben over hulp en handel, maatschappelijk verantwoord ondernemerschap en zakendoen in conflictgebied. Seada Nourhussen (Trouw) modereert en columnist Bas Heijne (NRC) levert ook een bijdrage. Meer info en aanmelden hier.

 

‘Leren van evalueren’: de hoogtepunten

Door Ayaan Abukar | 16 oktober 2017

Stellen impactevaluaties de juiste vragen? Tijdens de bijeenkomst ‘Leren van Evalueren’ stond deze vraag centraal. Een van de (vele) conclusies: evalueren kan creatiever – het is immers niet alleen een kunde, maar ook een kunst. Een verslag.

Lees artikel

Vrijdagmiddagborrel: Minister voor Migratiebeperking

Door Marc Broere | 13 oktober 2017

Afgaande op de tekst van het Regeerakkoord, zou er op het visitekaartje van de opvolger van Lilianne Ploumen maar één functieomschrijving kunnen staan, schrijft Marc Broere in zijn column: Minister voor Ontwikkelingssamenwerking en Migratiebeperking.

Lees artikel

De Kolencruise: tegenmacht voor schone én eerlijke energie

Door Marc Broere | 12 oktober 2017

Op vrijdagmiddag 3 november vragen ActionAid, PAX en Vice Versa op een  bijzondere manier aandacht voor schone én eerlijke energie. Tijdens een ‘Kolencruise’ door de Amsterdamse haven laten we zien hoe de stroom die uit ons stopcontact komt niet alleen het klimaat bedreigt, maar ook hoe mens en milieu iedere dag geraakt wordt door de verwoestende kolenmijnbouw in landen als Colombia en Zuid Afrika. Ook gaan we in gesprek over innovatieve acties van burgers tegen kolen en voor duurzame energie.

Lees artikel