Door: Merel Berkelmans
16 november 2015

Tags

INTERVIEW – Het recente online migratiedebat bracht zoveel interessante content voort dat we ook na het slotdebat in Pakhuis de Zwijger over migratie willen blijven publiceren. We spraken bijvoorbeeld over de rol van migranten als potentiële bruggenbouwers. Diasporagemeenschappen kunnen namelijk een invloedrijke en effectieve rol spelen in de ontwikkeling van hun herkomstlanden. Dat blijkt uit een evaluatie van het Temporary Return of Qualified Nationals programma. Augustina Osei en Seyed Qaderi keerden tijdelijk terug naar respectievelijk Ghana en Afghanistan om in hun geboorteland hun kennis te delen. Dat lukte, maar ze liepen ook tegen problemen aan.

 

seyedAugustina Osei (38) is politicoloog en werkte als consultant voor de Ghanese overheid. Ze hield zich bezig met het ontwikkelen van migratie en diasporabeleid. Seyed Qaderi (25), een zesdejaars geneeskundestudent aan de Vrije Universiteit Amsterdam, trainde medische studenten in Afghanistan in klinische basisvaardigheden. Ze keerden terug in het kader van het Temporary Return of Qualified Nationals (TRQN) programma dat hoogopgeleide migranten stimuleert tijdelijk terug te gaan naar hun herkomstland om daar bij te dragen aan ontwikkeling.

Augustina OseiHet programma wordt georganiseerd door de Internationale Organisatie voor Migratie (IOM) in samenwerking met het Ministerie van Buitenlandse Zaken.Op verzoek van herkomstlanden worden diasporaprofessionals ingezet om specifieke kennis te delen. De onkosten die de professionals daarbij maken worden door Nederland vergoed. Volgens de laatste evaluatie is het programma succesvol, hoewel de impact moeilijk meetbaar is.

Motivatie en commitment

Wat maakt nou dat de diasporaprofessionals en de organisaties waar ze terecht komen in ieder geval het gevoel hebben dat ze succes boeken? Adri Zagers en Zia Gulam (IOM) vertellen over hun programma. Zagers: ‘Diaspora professionals spreken de taal, kennen de cultuur, en hebben vaak al een groot netwerk in hun herkomstland. Dit in combinatie met de specifieke kennis die ze in Nederland of andere landen in Europa hebben kunnen opdoen zorgt dat opdrachten sneller en beter slagen dan wanneer die intrinsieke band met het land ontbreekt. De meeste professionals hebben echt de commitment, de motivatie om hun herkomstland te helpen ontwikkelen. Ze voelen zich verbonden met het land en willen hun steentje bijdragen.’

Qaderi vertelt: ‘Ik speelde al langer met het idee om een educatief programma in Afghanistan op te zetten. Ik wil het Afghaanse gezondheidssysteem positief beïnvloeden door medische studenten te trainen.’ Ook Osei bevestigt die motivatie: ‘Met de kennis en ervaringen die ik hier in Nederland heb opgedaan hoopte ik een beetje bij te kunnen dragen aan de verdere ontwikkeling van Ghana.’

Impact moeilijk meetbaar maar voelbaar

Hoewel uit het rapport blijkt dat de meeste professionals dus met veel goede bedoelingen vertrekken, is de impact van het TRQN programma moeilijk meetbaar. Het evaluatierapport worstelt met het gebrek aan data. Wat hebben de professionals kunnen bereiken? Hebben ze het gevoel dat hun terugkeer zinvol is geweest?

Osei: ‘We hebben in ieder geval een ander arbeidsethos kunnen bewerkstelligen in de organisatie. De werknemers die ik ontmoette voelden weinig verantwoordelijkheid voor hun werk. De manier van denken die ik hier in Nederland gewend ben en die stimuleert tot het aanpakken van problemen probeerde ik over te brengen op de organisatie. Dit zorgde voor praktische veranderingen waardoor de inbreng van nieuw beleid soepeler verliep en ze ook een andere, heldere blik kregen op bestaand beleid. Kleine veranderingen, maar ze hadden wel invloed op de organisatie.’

Qaderi: ‘Ik heb in 2014 en 2015 deelgenomen aan het Clinical Skills Training Program van Stichting Keihan. Samen met collega’s heb ik medische studenten die het theoretische gedeelte van de studie hadden afgerond getraind in een aantal klinische vaardigheden die elke basisarts moet beheersen. De vaardigheden die werden onderwezen waren onder andere chirurgisch hechten en knopen, reanimeren, infuus aanbrengen en bloedafname. Wij hebben gedurende twee maanden ongeveer 200 studenten getraind met een slagingspercentage van boven de 95 procent. Naast het medisch inhoudelijke hebben wij aandacht gegeven aan een nieuwe manier van problemen oplossen, namelijk probleemgestuurd onderwijs, waar we in Nederland mee bekend zijn. Ik ben nu zesdejaars geneeskundestudent in Nederland en door mijn studie hier in Afghanistan in de praktijk te brengen heb ik echt een verschil kunnen maken voor de Afghaanse studenten.’

Meer focus

Op lokaal niveau dus voelbare impact. Hoe kunnen we dit vergroten? Gulam: ‘Voor de volgende fase van het project willen we ons meer richten op één of twee specifieke sectoren per land in plaats van verspreide individuele organisaties. We kunnen dan beter focussen op een beperkt aantal instellingen waardoor een intensievere samenwerking mogelijk wordt. Dit kan leiden tot meer meetbare impact op instellingsniveau. Maar de uitdaging is dan om de specifieke kennis te vinden die het land nodig heeft. Daarom rekruteren we ook professionals van buiten Nederland.

‘We wachten ook nog op de vernieuwde commitment van het Ministerie van Buitenlandse Zaken. Kennisoverdracht is pas duurzaam als er investeringen worden gedaan om die kennis te kunnen blijven toepassen en promoten. Tot nu toe bood Nederland daarvoor ook financiële steun.’ Maar, benadrukt het rapport, die investeringen moeten ook komen vanuit de herkomstlanden.

‘Niet Ghanees genoeg’

En die zijn niet altijd even blij met de komst van de professionals. Hoewel Zagers en Gulam benadrukken dat de professionals alleen komen op uitnodiging van de organisaties in het herkomstlandzijn de werknemers van die organisaties soms wantrouwend. Osei: ‘Het was een uitdaging om de Ghanese locals te betrekken bij wat ik kwam doen. Sommigen zagen mijn komst als een bedreiging. Anderen vonden dat ik niet Ghanees genoeg was om echt de uitdaging van het land te kunnen begrijpen.’

Qaderi heeft andere ervaringen: ‘De universiteit en de bevolking reageerden erg verheugd op onze komst. Zij vertellen veel respect te hebben voor onze bereidheid om in Afghanistan actief te zijn terwijl velen van hen willen vertrekken. Zij zijn dan ook verbaasd dat wij terugkeren.’

Uitdagingen voor de professionals

Maar Afghanistan is een oorlogsgebied en dat brengt weer andere uitdagingen met zich mee. Qaderi: Voor mij was het uitdagend om ondanks de slechte veiligheidssituatie te kunnen genieten en normaal te kunnen functioneren. Toch kijk ik met voldoening terug op een erg leuke tijd. Terugkeren naar mijn vaderland geeft me altijd een goed gevoel.’

Osei liep tegen heel andere dingen aan. ‘Het was vaak moeilijk om de Ghanezen te kunnen mobiliseren zoals we dat van Nederlanders gewend zijn. Velen zijn redelijk laks en voelen weinig verantwoordelijkheid voor hun bedrijf. Ze vinden het vaak niet de moeite waard om op tijd op het werk te zijn, productief te zijn en kwaliteit te leveren. Kennelijk wordt dat ook niet echt van hen verwacht. Het komt dan ook weinig voor dat mensen worden ontslagen voor niet goed functioneren.

‘Wellicht kan dit veranderen als er hogere eisen wordt gesteld aan burgers. Wij hebben in ieder geval geprobeerd een ander arbeidsethos te laten zien. Al miste ik zeker de structuur en orde in Nederland. En de kaas.’

Vrijdagmiddagborrel: Hoe inclusief zijn wij zelf?

Door Marc Broere | 15 december 2017

In de nieuwe Vice Versa veel aandacht voor diversiteit en inclusiviteit. In plaats van dat maatschappelijke organisaties hiervan de voordelen zien, blijken er vooral veel vooroordelen te zijn, schrijft Marc Broere in zijn Vrijdagmiddagborrel.

Lees artikel

Goede, betaalbare gezondheidszorg voor iedereen: een gedeelde ambitie voor 2030

Door Vice Versa | 12 december 2017

Ieder jaar, op 12 december, voeren organisaties actie voor het recht op goede en betaalbare gezondheidszorg voor iedereen. In deze opiniebijdrage pleit Petra van Haren (Cordaid) voor een verdubbeling van het Nederlandse ontwikkelingsbudget hiervoor.

Lees artikel

Vrijdagmiddagborrel: Maatschappelijk middenveld is geen beweging meer

Door Marc Broere | 08 december 2017

Slavenhandel in Libië, bombardementen op Jemen. Het maatschappelijk middenveld in Nederland heeft niet meer de flexibiliteit om gezamenlijk aandacht te vragen voor urgente en actuele thema’s, schrijft Marc Broere. We moeten het daarom hebben van TV-presentator Floortje Dessing en MMA-vechter Francis Ngannou.

Lees artikel