Door: Alberta Opoku
26 oktober 2015

Tags

7172185526_352717f04d_kIn deze vierde week van Migration: Routes & Roots kijkt Vice Versa naar migranten als potentiële bruggenbouwers in de ontwikkeling van de herkomstlanden. Vandaag staat de diaspora centraal. In het bijzonder: welke ruimte geeft de politiek aan de Afrikaanse diaspora in de ontwikkeling van de herkomstlanden?

Remittances, geldzendingen naar familie en vrienden, zijn de meest zichtbare en tastbare rol die de diaspora speelt in de ontwikkeling van Afrika. Vorig jaar maakten sub-Sahara Afrikanen een ‘magere’ 33 miljard dollar (in 2010 was het 40 miljard) over, tegen zo’n twee miljard dollar aan transactiekosten. Ter vergelijking: de Europese Commissie reserveerde in 2008-2013 zo’n 21,9 miljard euro voor armoedebestrijding en ontwikkeling van de zogeheten ACP-landen (Afrika, Cariben en Stille Oceaan).

De bijdrage van de Afrikaanse diaspora reikt, aldus de Wereldbank, veel verder dan remittances. Te denken valt aan kennisuitwisseling, toegenomen handelsrelaties en betere toegang tot buitenlands kapitaal. Met haar aandeel in Afrika’s ontwikkeling in gedachten, zou je verwachten dat de diaspora een dikke vinger in de pap heeft van het ontwikkelingsbeleid van zowel de gast- als de herkomstlanden. Hoe realistisch is die verwachting?

Ministerie voor diasporazaken
Laat ik beginnen met een terugblik op één herkomstland. Een kleine tien jaar geleden schreef ik voor Vice Versa een artikel over Ghanese artsen in Engeland, Schotland en Nederland die tijdelijk terugkeerden om les te geven, onderzoek te doen of patiënten te behandelen. De IOM, het Ministerie van Buitenlandse Zaken en de Ghanese overheid hadden rond die periode de handen ineen geslagen in een zogenoemd migration for development in Africa (MIDA) programma. Daarin zag ik de erkenning van beide overheden dat de diaspora een stevigere rol kan spelen in de ontwikkeling van Afrika. De praktijk bleek weerbarstiger, om het eufemistisch te stellen.

Ondanks al hun goede bedoelingen en tastbare resultaten, voelden de ‘diasporans’ zich niet altijd welkom. Een enkeling ervoer zelfs regelrechte tegenwerking vanuit de autoriteiten in het moederland. De achtergeblevenen waardeerden de inzet van de diasporans en deelden hun onbegrip voor het gebrek aan politieke leiderschap en visie dat mede de oorzaak zou zijn van de leegloop in de Ghanese gezondheidszorg. Maar voor een ministerie voor diasporazaken – dus niet gericht op toeristen, maar op Ghanezen in den vreemde die iets wilden terugdoen – was het land te klein. ‘Waarom zou de overheid zich extra inzetten om mensen terug te lokken die uit vrije wil zijn vertrokken?’, beet het toenmalige hoofd Psychiatrie van de University of Ghana Medical School in Accra me toe. Zijn collega in Kumasi vond dat ‘remitted ponden, euro’s en dollars dit land niet zullen opbouwen’. Hij was ervan overtuigd dat de diaspora vanzelf zou terugkomen ‘als ze het hebben gemaakt, met pensioen gaan of wanneer de achterblijvers de weg hebben geëffend’. Tot zover herkomstland Ghana in 2006.

Een verbluffende nul
Hoe zit het met de gastlanden zoals Nederland? Wat is er in de afgelopen tien jaar veranderd aan hun houding jegens de diaspora’s rol in Afrika’s ontwikkeling? In de tussentijd hebben we vijf ministers of staatssecretarissen gehad voor ontwikkelingssamenwerking: drie van CDA huize en twee van de PvdA. Welke rol dichtten die bewindslieden de Afrikaanse diaspora in Nederland toe in hun ontwikkelingsbeleid? De naam van Agnes van Ardenne (CDA-minister van ontwikkelingssamenwerking van 2003 tot 2007), gekoppeld aan de woorden ‘diaspora’, ‘ontwikkeling’ en ‘Afrika’ levert in Google teleurstellend weinig resultaten op. Ik laat die zoekmachine links liggen en beperk me tot tweedekamer.nl en tik ook daar die zoektermen in. Het resultaat is een verbluffende nul. Dat zegt weliswaar iets over de prioriteiten van de minister en de OS-woordvoerders in de Tweede Kamer, maar zeker niet alles. Want het MIDA-Ghana project voor de gezondheidszorg ging in 2002 van start en werd in 2007 zelfs uitgebreid met aandacht voor personeelsbeleid.

Bij opvolger Bert Koenders (PvdA, 2007-2010) levert tweedekamer.nl drie kamerstukken op waarin ‘diaspora, ontwikkeling en Afrika’ voorkomen. De beleidsnotitie Internationale Migratie en Ontwikkelingsbeleid uit 2008 telt zes prioriteiten en is veruit de interessantste ‘hit’. Daarin komt de Afrikaanse diaspora nog voor in de beleidsprioriteiten, en zegt Koenders projecten te steunen die de herkomstlanden versterken in hun pogingen om de diaspora te betrekken bij ontwikkeling. Ook spreekt zijn notitie van meer samenwerking met diaspora- en migrantenorganisaties bij ontwikkeling. De voortgangsrapportage internationale migratie en ontwikkeling uit 2009-2010 borduurt vruchtbaar voort op die beleidsnotitie.

Minder prioriteiten
Van maart tot oktober 2010 neemt minister van Buitenlandse Zaken Maxime Verhagen (CDA) tijdelijk de honneurs waar. Deze periode heeft geen noemenswaardige gevolgen voor de rol die Nederland de diaspora toedicht in Afrika’s ontwikkeling.

In het daarop volgende tijdperk neemt staatssecretaris Ben Knapen (CDA, 2010-2012) het stokje over. De zoektermen ‘Knapen, diaspora, ontwikkeling en Afrika’ levert op tweedekamer.nl vier resultaten op. De staatssecretaris zet het beleid van voormalig minister Koenders voort. Nederland ziet nog steeds een grote rol weggelegd voor de diaspora in de ontwikkeling van herkomstlanden en steunt die landen bij het formuleren van een diaspora- en ontwikkelingsbeleid.

Ook minister Ploumen van Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking (PvdA, 2012-heden) gaat aanvankelijk uit van Koenders’ notitie. Wel laat zij twee prioriteiten vallen en richt ze zich op opvang in de regio, versterken van migratiemanagement en betrekken van de diaspora en het bevorderen van vrijwillige terugkeer. De zoektermen leveren bij haar twee resultaten op. Ploumen wil de beleidsterreinen actualiseren, schreef ze eind vorig jaar in deze Kamerbrief. En begin dit jaar, gaf ze aan dat het kabinet “geen voorstander is van instelling van een adviesraad van diaspora en migranten”. Er zouden genoeg contacten zijn met individuen, al dan niet gespitst op thema’s of landen. Dus verschuift de minister haar focus naar ‘samenwerking met de overheden van herkomstlanden, met als doel bevordering van “brain gain” door migratie.’ De programma’s voor specifieke diaspora- of migrantenorganisaties die dit jaar aflopen, worden niet verlengd. Zo wil de minister versnippering van subsidiegelden tegengaan. Lopende programma’s in 2016/2017 worden te zijner tijd geëvalueerd.

Vanaf de zijlijn
Eind 2015 lijkt de interesse vanuit de Nederlandse regering en het parlement om de diaspora te betrekken in de ontwikkeling van Afrika een vrij theoretische aangelegenheid. Samenwerking met de diaspora geniet weliswaar een voorkeur, maar zal onder de huidige minister niet worden geïnstitutionaliseerd. Ervaringen uit het verleden leren namelijk dat zulke pogingen een te grote beheerslast met zich meebrengen in relatie tot de baten. Het ziet er dus naar uit dat, wat Nederland betreft, de rol die de diaspora vervult in de ontwikkeling van Afrikaanse herkomstlanden voornamelijk beperkt blijft tot de marges. Vanaf de zijlijn kunnen individuele diasporans ponden, dollars en euro’s blijven sturen, maar ze hoeven er niet op te rekenen dat ze structureel mogen meedenken of –beslissen over hoe hun gelden beter in kunnen worden gepast in de ontwikkeling van Afrika. Zelfs de inspanningen van gastlanden om de kosten van de geldzendingen te verlagen, zijn minimaal. Nederland komt niet verder dan een verwijzing naar “een sterke lobby onder leiding van de Wereldbank, VN en IOM”.

En een herkomstland als Ghana? Dat opende vorig jaar een Bureau voor Diasporazaken. Een kleine troost is dat het Diasporabureau niet is gevestigd bij het ministerie van Toerisme, maar bij Buitenlandse Zaken en Regionale Integratie.

Vrijdagmiddagborrel: Halbe en Tom, of toch Sigrid?

Door Marc Broere | 20 oktober 2017

Wie staan er volgende week allemaal op het bordes als het nieuwe kabinet gepresenteerd wordt? Inmiddels lijkt duidelijk wie de poppetjes op het terrein van onze buitenlandpolitiek en ontwikkelingssamenwerking zullen zijn. Maar wordt het Halbe en Tom, of Halbe en Sigrid?

Lees artikel

De Nacht van de Wetenschapper

Door Vice Versa | 19 oktober 2017

Op woensdagavond 15 november organiseren NWO-WOTRO Science for Development en Vice Versa de Nacht van de Wetenschapper. Een avondvullend programma over de rol van de wetenschapper in het publieke en politieke debat en in samenwerking met de overheid, NGO’s en het bedrijfsleven.

Lees artikel

‘Leren van evalueren’: de hoogtepunten

Door Ayaan Abukar | 16 oktober 2017

Stellen impactevaluaties de juiste vragen? Tijdens de bijeenkomst ‘Leren van Evalueren’ stond deze vraag centraal. Een van de (vele) conclusies: evalueren kan creatiever – het is immers niet alleen een kunde, maar ook een kunst. Een verslag.

Lees artikel