Foto door Nathan Forget

Foto door Nathan Forget

Met het oog op de Amerikaanse presidentsverkiezingen vandaag blikten afgelopen donderdag experts Fawaz Gerges en Tamara Wittes in de Rode Hoed terug op acht jaar Amerikaans buitenlandbeleid onder president Barrack Obama. Ondanks een geplande heroriëntering naar Azië blijven de Verenigde Staten nog sterk verwikkeld in de conflicten in het Midden-Oosten. Naar verwachting zal dit ongeacht de uitslag van de presidentsverkiezingen niet snel minder worden in de toekomst.

‘Het Obama Doctrine’ komt voort uit een interview afgelopen maart in The Atlantic, waarin de Amerikaanse president zijn buitenlandse beleid uiteenzette. Kort gezegd komt het Obama doctrine neer op het vermijden van de grootschalige interventies in het Midden-Oosten van zijn voorganger en een heroriëntering van de Amerikaanse beleidsfocus van het Midden-Oosten naar Azië. Uit het artikel in The Atlantic blijkt dat Obama de kosten en baten van de grote Amerikaanse betrokkenheid in het Midden-Oosten niet tegen elkaar vindt opwegen.

Afgelopen donderdag spraken Fawaz Gerges, hoogleraar internationale betrekkingen aan de London School of Economics, en Tamara Wittes, directeur van afdeling Midden-Oosten van het befaamde Brookings Institution, op de door het ministerie Buitenlandse Zaken georganiseerde Henriëtte van Lynden-lezing. Volgens Gerges zag Obama zijn kosten-batenanalyse bevestigd door tegenvallers tijdens zijn eerste termijn. Het gaat om de mislukte poging om de vredesbesprekingen tussen Israël en de Palestijnen nieuw leven in te blazen in 2010, die de relatie tussen Obama en de Israëlische premier Binyamin Netanyahu verzuurde, en de chaos die volgde op de Westerse interventie in Libië in 2011.

‘In 2008 was er sprake van een onder-investering in Azië en een over-investering in het Midden-Oosten’, aldus Tamara Wittes. De Amerikaanse interventies in het Midden-Oosten waren dermate kostbaar dat de Verenigde Staten onvoldoende in konden spelen op kansen en uitdagingen in andere regio’s,  waaronder Azië. De opkomst van China als economische en militaire wereldmacht zorgt daar voor spanningen met Amerikaanse bondgenoten in de regio. Om die reden volgde Obama een koers waarin minder nadruk gelegd zou worden op het Midden-Oosten door de terugtrekking van Amerikaanse troepen en middelen uit de impopulaire oorlogen in Afghanistan en Irak. De strijd tegen al-Qaeda en andere extremistische groepen werd doorgezet via minder kostbare middelen, zoals drones en de inzet van speciale eenheden.

 

Controverse

Obama’s buitenlandbeleid is controversieel gebleken in binnen en buitenland. Voorstanders roemen zijn geduldpolitiek en langetermijndenken, en met name zijn openingen met Cuba en Iran. Met deze staten hadden de V.S. al decennia geen officiële betrekkingen. Tegelijkertijd is de opening met Iran hem op grote kritiek komen te staan, waaronder vanuit Israël en Saudi-Arabië, Amerika’s belangrijkste bondgenoten in het Midden-Oosten. Deze staten zien in een versterkt Iran een directe bedreiging.

Critici wijzen ook op de weigering van Obama om in 2013 zijn nadrukkelijk opgelegde rode lijn aan het adres van president Bashar al-Assad tegen het gebruik van chemische wapens in Syrië kracht bij te zetten. Volgens hen heeft de geloofwaardigheid van de V.S. hierdoor ernstige schade opgelopen. In het artikel in The Atlantic verdedigt Obama zijn beslissing. Door de druk om gewapend in te grijpen te weerstaan wist hij te voorkomen dat de V.S. in het zog van de Syrische burgeroorlog getrokken zou worden. Zo wist hij een nieuwe, kostbare interventie te voorkomen.

Maar volgens Gerges heeft deze episode wel degelijk een slag toegebracht aan de relatie tussen de V.S. en vooral haar Arabische bondgenoten in de regio, die wel betrokken waren bij de Syrische burgeroorlog en graag een grotere rol voor Amerika hadden gezien. De relatie tussen de V.S. en autocratisch geregeerde landen als Saudi-Arabië, de Verenigde Arabische Emiraten (V.A.E.) en Jordanië stond al onder druk. De machthebbers van deze landen waren ontsteld door de snelheid waarmee Obama de in 2011 afgezette Egyptische president en Amerikaanse bondgenoot Hosni Mubarak liet vallen. Met name Saudi-Arabië en de V.A.E. zijn sinds 2013 een actievere koers  gaan varen, met de Saudisch-geleide interventie in Jemen als beste voorbeeld.

 

Valkuilen

Ondanks de geplande heroriëntering naar Azië is de Amerikaanse betrokkenheid bij conflicten in het Midden-Oosten tijdens Obama’s tweede termijn gegroeid. Volgens Tamara Wittes was een onderdeel van het Obama doctrine dat Amerikaanse partners meer de lasten voor hun eigen veiligheid zouden moeten dragen. Met name na de Arabische Lente in 2011 ontbrak het in het Midden-Oosten echter aan de voorwaarden die nodig zouden zijn voor een verminderde Amerikaanse rol in de regio, aldus Wittes: een stabiele regionale orde en betrouwbare regionale partners.

Tijdens de interventie in Libië was het Amerikaanse credo nog leading from behind. De V.S. namen een coördinerende rol in terwijl Amerika’ Europese bondgenoten het leeuwendeel van de bombardementen verrichten.  Met de toegenomen instabiliteit in het Midden-Oosten en de opkomst van Islamitische Staat (I.S.) is dat geen optie meer. Saudi-Arabië en Iran zijn verwikkeld in een bittere geopolitieke machtsstrijd in het Midden-Oosten. Met de aanslagen in Parijs en Brussel van afgelopen jaar is bovendien gebleken dat de situatie in de regio ook de grenzen van het Midden-Oosten overschrijdt en een veiligheidsrisico is geworden voor Amerikaanse bondgenoten in Europa.

 

Na het Obama doctrine

In acht jaar tijd is de situatie in het Midden-Oosten drastisch veranderd. Er is geen overkoepelende crisis meer. De Amerikaans-geleide oorlog tegen terreur heeft plaatsgemaakt voor verschillende aan elkaar verwante crises in de regio, waarin de V.S. voorlopig nog enige tijd betrokken zullen zijn. Aan de vooravond van de Amerikaanse presidentsverkiezingen zullen velen zich afvragen wat er na het Obama Doctrine zal komen.

Van de Democratische presidentskandidaat Hillary Clinton is bekend dat haar een actievere Amerikaanse rol in de regio voor ogen staat. Volgens Gerges is Clinton eerder dan Obama bereid om gebruik te maken van de bedreiging van geweld. The Atlantic bericht dat Clinton in een vroeg stadium van de vijandelijkheden in Syrië voorstander was van het bewapenen van de rebellen. Dat Obama het naliet om een geloofwaardige gevechtsmacht op te bouwen, bestaande uit diegenen die aan de basis van de protesten tegen al-Assad stonden, creëerde volgens Clinton een vacuüm dat door jihadisten kon worden opgevuld.

Tijdens een verkiezingsdebat met de Republikeinse presidentskandidaat Donald Trump afgelopen oktober noemde zij het instellen van een vliegverbod boven Syrië als een concrete stap om Syrische burgers te beschermen en een einde te brengen aan de vijandelijkheden. Trump had zich eerder ook al voor een dergelijke nofly zone uitgesproken. Het is echter de vraag in hoeverre dit nu nog haalbaar is sinds Rusland diezelfde maand geavanceerde luchtafweersystemen in Syrië heeft opgesteld.

Trump heeft tijdens zijn campagne zijn bereidheid uitgesproken om moslims en in het bijzonder Syrische vluchtelingen, die hij gezien het risico van infiltratie door I.S. een Trojaans Paard noemde, de toegang tot de V.S. te verbieden. Hiermee haalde hij zich de woede van veel moslims op de hals. Met zijn voornemen om in onderhandelingen tussen Israël en de Palestijnen The Neutral Guy’ te spelen oogstte hij lof onder Arabische commentatoren, maar het is de vraag of dit de relatie met Israël goed zal doen.

Volgens Gerges zal de geschiedenis mild zijn voor Obama, als de president die zijn land weerhield van nieuwe, grootschalige interventies. Het staat echter vast dat de volgende president concrete stappen zal moeten nemen om het vertrouwen van de Amerikaanse bondgenoten in het Midden-Oosten te herstellen.

Arjan Breukel

Arjan Breukel is recent afgestudeerd als arabist en Midden-Oostendeskundige en schrijft voor de redactie van Vice Versa over actualiteiten in het Midden-Oosten.

Losgezongen perspectieven

Door Paul Hoebink | 24 mei 2018

Als laatste reactie op de nota van minister Kaag, vandaag de beurt aan Paul Hoebink -kenner van de geschiedenis van het Nederlandse beleid bij uitstek. Wat valt de Nijmeegse wetenschapper op? Volgens Hoebink stelt de nota vooral teleur vanwege zijn oppervlakkige analyse en weinig vernieuwende aanpak.

Lees artikel

Verdienen aan de SDGs staat centraal in nota Kaag

Door Barbara van Paassen | 23 mei 2018

Na de eerste schrik over de enorme nadruk op eigenbelang in de nieuwe nota van Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking, ziet Barbara van Paassen van ActionAid nog een hoop kansen voor een goede uitwerking. Te beginnen met een gezamenlijke visie op ‘grondoorzaken’. Alleen dan investeert het nieuwe beleid écht in perspectief van diegenen die dit het hardst nodig hebben – in het bijzonder vrouwen.

Lees artikel

Nota Kaag loopt met een boog om grondoorzaken heen

Door Daniëlle Hirsch | 22 mei 2018

Het nieuwe beleid van minister Kaag lijkt zich vooral te richten op het versterken van het verdienmodel van Nederland, schrijft Danielle Hirsch, directeur van Both ENDS, in deze opiniebijdrage. Bovendien kiest de minister ervoor om met een grote boog om de kernopdracht van het Nederlandse klimaatdossier heen te lopen: minder fossiel.

Lees artikel