Curaçao staat in de top drie van meest vervuilende landen ter wereld. Dat is te danken aan een roestige olieraffinaderij, die ondanks de noodkreten om schonere lucht koste wat het kost draaiende wordt gehouden. Is het na 100 jaar niet eens genoeg geweest?

Wanneer je vanuit Willemstad de Julianabrug op rijdt, zie je de raffinaderij al liggen: 600 hectare aan fabrieken en rokende schoorstenen, dat het hele schiereiland Isla in beslag neemt. In het midden ligt een asfaltmeer, gevormd door een afgesloten deel van de baai vol te kieperen met vloeibaar teer en chemisch afval. Aan de horizon drijven donkergrauwe wolken en met het raam open, ruik je wat je ziet. Zonder de cijfers te kennen is het al duidelijk dat hier minstens een handjevol milieuvoorschriften wordt overschreden.

De alarmerende vervuiling door de Isla raffinaderij wordt al jaren aangekaart door verschillende organisaties, maar toch blijft elke vorm van handhaving uit. Volgend jaar stopt het contract van de Venezolaanse staatsoliemaatschappij, Petróleos de Venezuela (PdVSA), die de raffinaderij nu in gebruik heeft. Voor milieuorganisaties lijkt dit het ideale moment om eindelijk in actie te komen, maar het eilandbestuur stelt de toekomst van de Isla voorop.

 Beeld: Caroline Castendijk 

Waar rook is, is Isla

De Isla raffinaderij is een nalatenschap van Shell. In 1918 koos de oliereus Curaçao als locatie, vanwege de perfecte ligging voor de kust van Venezuela. Daar waren kort daarvoor enorme oliebronnen ontdekt, en met het Panamakanaal om de hoek lag ook de rest van de wereld binnen handbereik. Voor Curaçao betekende de komst van Shell een behoorlijk economische impuls, want in de glorieuze jaren die volgden bood olieraffinage werkgelegenheid aan een groot deel van de eilandbevolking. Na verloop van tijd begonnen de zaken echter terug te lopen vanwege toenemende concurrentie en een lagere marktwaarde voor aardolie. Bovendien kwam er meer aandacht voor het klimaat, waardoor Shell in 1985 besloot de raffinaderij weer van de hand te doen.

De regering van Curaçao had geen andere keus dan de Isla over te nemen, voor het symbolische bedrag van één Antilliaanse gulden. Zo konden de werknemers hun baan houden en bleef de economie overeind staan. In ruil kreeg Shell totale vrijwaring van eventuele milieuschadeclaims die zich in de toekomst zouden aandienen.

Curaçao steekt nu, na Qatar, met kop en schouders boven andere landen uit als het gaat om de uitstoot van CO2 per hoofd van de bevolking. Dat wordt aangegeven in een rapport van de Key World Energy Statistics. Het lokale CBS stelt de ecologische voetafdruk van het eiland vast op 26,4 ton aan broeikasgassen per capita. Ter vergelijking: voor een gemiddeld land in Europa is dat 6,7 ton.

Op Curaçao doen ze nog aan affakkelen, het verbranden van aardgassen die vrijkomen bij olieraffinage, wat in Europa verboden is vanwege de luchtverontreiniging die dit veroorzaakt. De gassen bestaan voor het grootste deel uit methaan (CH4), wat zonder verbranding veel meer schade zou aanrichten gezien het een 25 keer zo sterke werking heeft op het broeikaseffect als kooldioxide. Gassen zoals zwaveldioxide dragen hier niet aan bij, maar hebben wel invloed op de luchtkwaliteit en zorgen daarmee voor verschillende gezondheidsproblemen. De WHO schrijft een gemiddelde voor van 20 microgram per kubieke meter aan zwaveldioxide in de lucht. Dagelijkse luchtmetingen geven aan dat dit gemiddelde twee keer zo hoog is in Beth Chaim, de wijk die het dichtst bij de raffinaderij ligt.

Op Curaçao staat een dominante windrichting, de noordoost passaat, waardoor het gebied ten zuidwesten van de Isla continu de volle laag krijgt. Door het inademen van de fijne stofdeeltjes in de lucht kampen bewoners met allerlei gezondheidsproblemen. De stoffen zijn kankerverwekkend, veroorzaken geboorteafwijkingen, hartkwalen, longaandoeningen en een slechtere kwaliteit van het sperma. De huizen zijn bedekt met een groenige aanslag, afkomstig van giftige afvalstoffen. Schoonmaken heeft geen zin, na twee weken keert dit weer terug.

Voor de eilanders is dit geen nieuws. Al decennia lang stapelen de rapporten zich op, met daarin resultaten van veelvuldig onderzoek naar de gevolgen voor het klimaat en de gezondheid van de omwonenden. Deze kennis heeft tot nu toe weinig verandering in gang gezet.

Beeld: Henk Looman

De raffinaderij hoort erbij

Er zijn een paar opties: de Isla moderniseren of een nieuwe raffinaderij bouwen en doorgaan met (schonere) olieraffinage, of stoppen met productie en kiezen voor een duurzaam alternatief. Over een passend toekomstperspectief zijn de eilanders het over één ding eens, namelijk dat er een eind moet komen aan de extreme milieuvervuiling. Aan modernisatie en daarmee schonere productie, hangt volgens de autoriteiten een prijskaartje van drie miljard dollar.

Het meest gehoorde argument tegen een sluiting is het verlies van werkgelegenheid. Iedereen heeft wel een oom, broer, zwager of vriend die bij de raffinaderij werkt of heeft gewerkt, waardoor de Isla lijkt te zijn ‘vastgeroest’ op Curaçao. Veel eilanders, ook die zich onder de rook bevinden, vragen niet om het stopzetten van de raffinaderij maar enkel om schonere lucht. Caroline Castendijk, van de actiegroep ‘Stop Isla Now!,’ is het daarmee eens: ‘Wij zijn tegen de vervuiling. In ons hart willen we die oude zooi weg hebben, maar als de raffinaderij schoner zou produceren zijn wij allang blij.’ Castendijk organiseert kleinschalige protestacties, waaronder een maandelijkse protestmars langs het parlement. Via haar Facebookpagina houdt ze bijna 7000 volgers op de hoogte over de ontwikkelingen. Bijna dagelijks verschijnt er een update met het laatste nieuws. Op de vraag waarom Castendijk is begonnen met haar protestacties laat ze deze foto’s zien, gemaakt met haar mobieltje:

Ook milieuorganisaties pleiten niet direct voor een stop op de olieraffinage. Bewonersorganisatie ‘Clean Air Everywhere’ roept de overheid publiekelijk op tot het zorgen voor een ‘schone’ fabriek die voldoet aan de milieuvoorschriften en het verbeteren van de luchtkwaliteit. In samenwerking met de Stichting Milieu op Curaçao (SMOC) heeft zij al meerdere rechtszaken aangespannen tegen het wanbeleid van de regering. Tot nog toe zonder succes.

SMOC heeft als primair doel het handhaven van de milieuwetten. ‘Die wetten zijn in samenspraak met de raffinaderij opgesteld,’ zegt Arjan Linthorst, scheikundige en bestuurslid van SMOC sinds 2005. ‘De regels die ze hebben bepaald zijn uitermate zwak, en worden alsnog overtreden.’ Linthorst vervolgt dat de mensen die in de buurt wonen van de Isla vaak de armsten van de armsten zijn: ‘Dan kan je niet principieel gaan doen. De bevolking wordt zoet gehouden door de Isla.’ De stichting pleit voor een opknapbeurt van de raffinaderij, die volgens haar onderzoek voor een paar miljoen al heel wat schoner kan draaien. Dat is een ander bedrag dan de eerder genoemde drie miljard. SMOC heeft het onderzoek, dat vrijwillig is gedaan door experts op het gebied van olieraffinage, op een presenteerblaadje aangeboden, maar ook daar is nog niets mee gedaan.

Het is duidelijk dat Curaçao niet zomaar afstand neemt van olieraffinage. Sinds Shell is de raffinaderij in gebruik van de PdVSA, waarvan de licentie volgend jaar afloopt en vanuit financieel oogpunt niet wordt verlengd. Nieuwe investeerders staan niet bepaald in de rij en het blijft zoeken naar een bedrijf dat bereid is om de Isla zodanig te moderniseren, dat deze duurzamer zal produceren, á la de raffinaderijen van Pernis. Als Venezuela, het land met de grootste oliereserve ter wereld, niet verder kan met de Isla, wie dan wel? De meest voor de hand liggende investeerder was tot voor kort Guangdong Zhenrong Energy (GZE), een Chinese energiemaatschappij, maar ook zij hebben niet de financiële middelen om de Isla te moderniseren. Shell wist het vast allang: de fossiele industrie en daarmee olieraffinage loopt over niet al te lange tijd af.

Linthorst geeft aan dat op het eiland het vermogen om te handhaven ontbreekt: ‘De wil is er wel bij sommige ambtenaren, maar elke ambtenaar die er verstand van heeft wordt eruit gezet. Curaçao is een klein land en moet om tafel met de grote jongens. Uit China, of waar ze ook vandaan mogen komen. Net als de top van Shell kunnen zij technische expertise bieden en zouden bij wijze van spreken morgen al verbetering in gang kunnen zetten.’

Beeld: Henk Looman

Een groene stad

Terwijl er wordt gezocht naar een nieuwe investeerder voor de raffinaderij, bestaat er ook een veelbelovend, alternatief plan voor het Isla-complex. GreenTown is een duurzaam initiatief waarbij het schiereiland wordt omgetoverd tot een groene stad. Dit plan, bedacht door Sven Rusticus en Andres Casimiri, biedt ruimte voor nieuwe industrieën zoals een jachthaven, vrijhandelszone en visserij en levert naar schatting 16.000 nieuwe banen op. De ambitie is om de enorme uitstoot terug te brengen tot nul. Zelfs als Green Town deels kan worden gerealiseerd, is dit een droom die de Schottegatbaai weer één van de mooiste plekjes op Curaçao kan maken.

Na zijn studie in Delft werkte Rusticus op een raffinaderij van Shell in Australië. Toen hij een tijd op Curaçao kwam wonen, zag hij direct dat het daar niet pluis was: ‘er worden vervuilende gassen uitgestrooid over de mensen en over de zee, terwijl dat onnodig is. En dat allemaal door één grote fabriek.’ Rusticus schat de kansen voor GreenTown hoog in nu een overname van de Isla uitblijft. Hij legt uit: ‘De Venezolaanse olie toevoer is onzeker, de olie die daar vandaan komt is enorm dik en vergt heel veel energie om te verwerken. We moeten ons rot schamen dat Curaçao bovenaan staat wat betreft CO2 uitstoot maar tegelijkertijd onderaan bungelt als je kijkt naar inkomen per hoofd van de bevolking. Daar gaat duidelijk iets niet goed.’ Hij vervolgt dat Curaçao er verstandig aan zou doen meer autonomie te creëren en zelf de regie te houden door het gebied verder te ontwikkelen. Volgens hem is het een misvatting dat iedereen gelijk op straat zou staan bij een stop op de olieraffinage, want juist een plan zoals dat van GreenTown zorgt voor werkgelegenheid. In tegenstelling tot olieraffinage biedt dat op de lange termijn meer zekerheid.

GroenLinks Kamerlid Liesbeth Van Tongeren acht de plannen van GreenTown het meest kansrijk, gezien het aanbod in werkgelegenheid. In 2016 diende zij al een motie in met het verzoek aan de Nederlandse regering, om bij de autoriteiten op Curaçao het nut te benadrukken van een onderzoek naar de duurzame alternatieven zoals GreenTown, voor het Isla-complex. De motie werd met een grote meerderheid aan stemmen verworpen, maar het plan wint inmiddels steeds meer terrein. De plannen staan al jaren klaar, maar het is nog een klus om de overheid te overtuigen.

Minister-president Eugene Rhuggenaath heeft aangegeven de ideeën in overweging te nemen en vanuit het regeringsbeleid aan te vullen, indien GreenTown het mogelijk maakt om de raffinaderij tijdens de transitie naar een schoner eiland zo lang mogelijk open te houden. Het kan echter nog wel twee of drie jaar duren om alle roest en rotzooi op te ruimen, voordat deelgebieden van het terrein verder ontwikkeld kunnen worden. Rusticus weet inmiddels dat hij de raffinaderij niet dicht krijgt. ‘Dat is een heel ander gevecht’, zegt hij. Na zeven jaar vrijwillige inzet voor zijn plan kijkt hij juist verder, met een positief tegengeluid. Het wachten is nu op groen licht van de minister-president. ‘Dat kan over twee jaar zijn, maar het is al een hele prestatie dat we eindelijk in dialoog zijn met het eilandbestuur,’ aldus Rusticus.

Over ongeveer twee maanden organiseert GreenTown een conferentie, gefaciliteerd door de overheid, om te praten over dit transitietraject. Hierbij komen professionals bij elkaar, zoals ingenieurs van Royal Haskoning, duurzame energie experts en partijen die gespecialiseerd zijn in het schoonmaken van vervuild gebied of het ontmantelen van een raffinaderij.

Einde van het olietijdperk?

Er is onderzoek gedaan, er is bewijs geleverd voor de ernst van de situatie en er ligt een plan klaar voor een duurzame ontwikkeling van het Isla terrein. Toch blijft de raffinaderij, ondanks de ernstige milieu- en gezondheidsproblematiek, voorlopig door produceren en kan alleen het aflopen van een contract er voor zorgen dat hij stil komt te liggen. Wat er precies staat te gebeuren is nog niet duidelijk, maar het lijkt erop dat er dit jaar, na een ‘gouden eeuw’ van olieraffinage, eindelijk knopen worden doorgehakt.

Dominique van de Kamp

Dominique studeerde International Business & Languages aan de Hogeschool Utrecht en haalde haar Master in Social & Cultural Anthropology aan de Vrije Universiteit.

Losgezongen perspectieven

Door Paul Hoebink | 24 mei 2018

Als laatste reactie op de nota van minister Kaag, vandaag de beurt aan Paul Hoebink -kenner van de geschiedenis van het Nederlandse beleid bij uitstek. Wat valt de Nijmeegse wetenschapper op? Volgens Hoebink stelt de nota vooral teleur vanwege zijn oppervlakkige analyse en weinig vernieuwende aanpak.

Lees artikel

Verdienen aan de SDGs staat centraal in nota Kaag

Door Barbara van Paassen | 23 mei 2018

Na de eerste schrik over de enorme nadruk op eigenbelang in de nieuwe nota van Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking, ziet Barbara van Paassen van ActionAid nog een hoop kansen voor een goede uitwerking. Te beginnen met een gezamenlijke visie op ‘grondoorzaken’. Alleen dan investeert het nieuwe beleid écht in perspectief van diegenen die dit het hardst nodig hebben – in het bijzonder vrouwen.

Lees artikel

Nota Kaag loopt met een boog om grondoorzaken heen

Door Daniëlle Hirsch | 22 mei 2018

Het nieuwe beleid van minister Kaag lijkt zich vooral te richten op het versterken van het verdienmodel van Nederland, schrijft Danielle Hirsch, directeur van Both ENDS, in deze opiniebijdrage. Bovendien kiest de minister ervoor om met een grote boog om de kernopdracht van het Nederlandse klimaatdossier heen te lopen: minder fossiel.

Lees artikel