Door: Marc Broere
9 februari 2018

Categorieën

Tags

In zijn vorige column opperde Marc Broere de suggestie om voortaan alle Nederlandse ontwikkelingssamenwerking via de VN te besteden. Dat heeft hij geweten! De reacties stroomden binnen.

Vorige week probeerde ik naar aanleiding van een positief rapport van de evaluatiedienst IOB over de Nederlandse steun aan de VN-ontwikkelingorganisaties een discussie op gang te brengen en opperde ik de gedachte om voortaan alle Nederlandse ontwikkelingssamenwerking via de Verenigde Naties te besteden.

Dat heb ik geweten!

De column werd bovengemiddeld goed gelezen en ik kreeg veel reacties. De mooiste was van Evert-Jan Brouwer van Woord en Daad die mij op twitter meteen benoemde tot Onafhankelijke Gezant van de VN voor de Inspectie van Maatschappelijke Organisaties in Nederland. Een eervolle functie!

De meeste mensen die reageerden waren het zeer oneens met wat ik had geschreven, maar het leidde wel tot een leuke inhoudelijke discussie. Zo schreef een medewerker van een grote Nederlandse ontwikkelingsorganisatie: ‘De VN is vooral goed in grootschalige programma’s, maar niet inzetbaar voor tailor-made programma’s op gemeenschapsniveau.’

Een ander voegde daar aan toe: ‘De VN zijn soms verworden tot een stroperig en log conglomeraat die slagkracht missen. En als het gaat om resultaten, heb je toch een diversiteit aan financieringskanalen nodig.’ Een manager van een gespecialiseerde hulporganisatie formuleerde het nog stelliger:  ‘Mijn  God. niet aan denken. Vreselijke geldverslindende mologgen.’ En een collega-journalist voegde toe: ‘Als er iets niet efficiënt is, is het de VN.’

Ik kreeg ook een aantal interessante suggesties van hoe het Nederlandse ontwikkelingsgeld dan wél het beste besteed zou kunnen worden. Zo schreef een voormalige Europarlementariër van GroenLinks: ‘Maak het rechtstreeks over aan de bevolking van Malawi in de vorm van een basisinkomen. Zoals Give Directly dat nu 12 jaar lang gaat doen in Kenia. Ook Kate Raworth pleit hiervoor in haar bestseller Doughnuts Economics. ‘ En een geëngageerde violist die ik al vanaf mijn middelbare schooltijd ken, schreef: ‘Alles besteden aan lobby voor eerlijke handel en scholing.’

Reacties vanuit VN-medewerkers

Ook een aantal mensen die zelf bij VN-ontwikkelingsorganisaties werken, reageerden. Zo schreef iemand die voor de VN in een gebied met veel conflicten werkt:  ‘Ook hier een vrij overtuigd nee. In onze programma’s zien we dat NGO’s, lokaal en internationaal, beter functioneren en presteren dan VN-agencies. Helaas.’

Een andere ervaren VN-medewerkster reageerde heel uitgebreid. Ze stelde: ‘Ik werk zelf voor Unicef. Hoewel dat een van de meeste efficiënte VN-organisaties is, zijn er fundamentele zaken die niet okee zijn wat betreft de structuur. Denk aan wat je zelf al zegt over de buitensporige salarissen van de stafmedewerkers en sommige consultants. Deze constructie wordt in stand gehouden, waardoor de VN zelf een grote begunstigde  van ontwikkelingsgeld dreigt te worden. Een groot werkvoorzieningsconstructie voor hen die niet meer anders kunnen en vooral willen. En waar passie, professionaliteit en ethiek plaats heeft gemaakt voor allerhande voordelen en privileges die komen met het blauwe paspoort. Dit is nogal ironisch is als je bedenkt dat equity (gelijkwaardigheid) het core fundament van de VN is.’

En ze voegde daar nog aan toe: ‘Daarnaast is ontwikkelingshulp politiek. Dat geldt voor zowel de VN als voor Nederland. Wil je naar een sector die drijft op competentie en verandering, en dat is de basis van ontwikkelingssamenwerking, dan heb je innovatie en zeggenschap nodig. Je wilt geen monopolie in deze sector. Ik heb jaren gewerkt voor kleinere ontwikkelingsorganisaties (Nederlands, Deens, Zweeds, Noors) die veel innovatiever zijn, minder merkgericht en kosten-effectiever. Met de VN heb je meer power, maar kun je het niet altijd inzetten voor effectieve hulp en ontwikkeling ter plekke.’

Overigens schreef ik mijn column voordat ik afgelopen woensdag naar een indrukwekkende uitzending van Zembla op de Nederlandse televisie keek, die ging over verkrachtingen door VN-vredessoldaten in de Centraal Afrikaanse Republiek. De manier waarop de VN dit in de doofpot probeerde te stoppen en ook de zeer slappe respons van Unicef tot op de dag van vandaag, bekoelde ook mijn enthousiasme voor de VN enigszins.

Cliffhanger

Een van de weinige mensen van wie ik bijval kreeg was een ervaren Nederlandse ontwikkelingsdeskundige die in België werkt. Hij schreef:  ‘Uitstekend idee om verder over te spreken en denken. Hier in België is nogal wat consternatie over hetzelfde soort balletje dat minister De Croo en zijn kabinet opgegooid hebben om hele landenbudgetten uit te besteden aan anderen. En dan gaat het niet alleen om de VN-organisaties, maar bijvoorbeeld ook aan het Duitse agentschap GIZ. Het roept in elk geval de terechte vraag naar de eigen toegevoegde waarde op; een vraag waar maar erg weinigen een antwoord op kunnen of durven geven.’

Die laatste opmerking is een interessante cliffhanger die zeker om een vervolg vraagt! Ondertussen heb ik na één week al voldoende te rapporteren aan mijn nieuwe baas Evert Jan Brouwer. Ik zal uiteraard een gepeperde factuur bijsluiten volgens de zeer lucratieve dagtarieven van de VN.

 

Marc Broere

Marc Broere is hoofdredacteur van Vice Versa. Daarnaast is hij auteur van een aantal boeken waaronder De Bewogen Beweging -50 jaar mondiale solidariteit (met Hans Beereends), Berichten over Armoede -een journalistieke kijk op ontwikkelingssamenwerking, en Minder Hypes, Meer Hippocrates -een positieve injectie voor de ontwikkelingssector (met Ellen Mangnus).

Vrijdagmiddagborrel: Over ophef en ongelijkwaardigheid

Door Marc Broere | 16 februari 2018

Hoewel we mooie termen als internationale samenwerking hebben bedacht, blijft ongelijkwaardigheid tussen donor en ontvanger de rode draad binnen ontwikkelingssamenwerking. Daarom moet je altijd extra beducht blijven voor excessen, schrijft Marc Broere in zijn Vrijdagmiddagborrel.

Lees artikel

Duurzame palmolie draait om landrechten

Door Joris Tielens | 15 februari 2018

Niet ontbossing is het grote probleem in Indonesië, maar gebrekkige landrechten, stellen een milieu-activist èn de directeur van IDH in Indonesië. Over de aanpak verschillen ze van mening, maar allebei zien ze een grote rol voor de overheid.

Lees artikel

De paradox van palmolie

Door Dominique van de Kamp | 14 februari 2018

Palmolie: een wondermiddel waar we bijna niet zonder kunnen en een bestanddeel met bedenkelijke bijwerkingen. In aanloop naar het grote palmoliedebat op 16 februari zoekt Dominique van de Kamp uit hoe en waarin we de olie in het dagelijks leven tegenkomen – en kunnen vermijden.

Lees artikel