Door: Marc Broere
2 februari 2018

Categorieën

Tags

Zou het geen goed idee zijn om het hele Nederlandse budget voor internationale samenwerking over te maken aan de ontwikkelingsorganisaties van de Verenigde Naties? Marc Broere denkt er hardop over na in deze Vrijdagmiddagborrel.

Afgelopen week verscheen de IOB evaluatie naar de Nederlandse samenwerking met de ontwikkelingsorganisaties van de Verenigde Naties in de periode 2012-2015. De drie grootste ontvangers van Nederlandse hulp zijn de UNDP, Unicef en UNFPA die in totaal 70 procent van onze bijdrage krijgen. Sinds 2011 is de bereidheid van de Nederlandse overheid om financieel bij te dragen echter fors gedaald. De bijdragen aan UNDP en UNICEF bijvoorbeeld waren in 2015 nog maar een derde van wat het in 2011 was. Daarvoor in de plaats is een grotere focus op de eigen Nederlandse prioriteiten gekomen.

De IOB betreurt dat want de evaluatiedienst van het ministerie van Buitenlandse Zaken is overwegend positief over het werk van de VN-ontwikkelingsorganisaties. Vanwege de schaal waarop de VN opereert en omdat veel programma’s op regionaal of nationaal niveau worden uitgevoerd, hebben de VN-organisaties een veel groter bereik dan mogelijk is via bilaterale hulp of NGO’s. Wel kraakt de IOB ook een aantal kritische noten. De mate waarin de organisaties inzicht verschaffen in de effectiviteit van hun activiteiten verschilt namelijk nogal. Er is bovendien nog genoeg ruimte om efficiënter te werken, schrijft de IOB.

Interessant is ook de vergelijking die in de evaluatie gemaakt wordt met de recente Peer Review van de Nederlandse ontwikkelingssamenwerking. Hierin constateert ook OESO-DAC het risico dat de grotere concentratie op de Nederlandse prioriteiten ten koste gaat van de traditioneel grote nadruk op versterking van het multilaterale systeem. De IOB signaleert precies dezelfde spanning. Nederland wil de brede VN-rol op het gebied van ontwikkelingssamenwerking en vredesopbouw steunen, maar haar financiering in belangrijke mate focussen op haar eigen speerpunten. ‘Het is niet goed mogelijk gebleken deze doelstellingen ten tijde van bezuinigingen op OS in de praktijk te combineren. Daarvoor zijn scherpere keuzes nodig’, aldus de IOB.

Balletje opgooien

Om toch eens even een balletje op te gooien. Waarom gaan we het Nederlandse ontwikkelingsbudget voortaan niet gewoon helemaal aan de Verenigde Naties overmaken? Is dat niet veel effectiever dan een heel apparaat aan bilaterale hulp en ondersteuning van NGO’s (via tenders en strategische partnerschappen) in stand te houden? Bram van Ojik opperde als partijleider van GroenLinks voor de vuist weg al eens de suggestie om helemaal te stoppen met bilaterale hulp en dit deel van het budget via de ontwikkelingsorganisaties van de VN te besteden. Dit idee heeft het programma van GroenLinks bij de laatste verkiezingen bij mijn weten uiteindelijk niet gehaald. Toch is het best een interessante gedachte om eens verder over na te denken.

En hoe verstandig is het dat de overheid ongeveer een kwart van het ontwikkelingsbudget via het maatschappelijk kanaal blijft besteden? Zou het ook voor NGO’s zelf niet veel beter zijn dat ze eindelijk eens op kamers gaan wonen en zelfstandig worden in plaats van zo onder de vleugels van hun ouders (de overheid) te blijven? Dan hoeven ze niet meer altijd braaf en onderdanig  ja te knikken tegen hun ouders omdat ze  bang zijn dat hun zakgeld anders weer verlaagd wordt.

Ook voor het maatschappelijk draagvlak voor internationale samenwerking in Nederland kan mijn gedachtenlijn voordelen hebben. Zeker jongeren vinden de VN sexy  -kijk naar de massale belangstelling in ons land voor de Nacht van de VN, de verkiezing van de VN-jongerenvertegenwoordiger, het optreden van VN-baas António Guterres in College Tour, en ook deze week de uitverkochte bijeenkomst in het Paard van Troje over de Veiligheidsraad. Dit terwijl veel jongeren waarschijnlijk nog nooit van ICCO, Hivos of SNV gehoord hebben.

Vastgeroest

Aan de ene kant vind ik het een verkeerde gedachte die ik nu opschrijf omdat ik, naast dat ik een overtuigd voorstander ben van publieke steun aan ontwikkelingssamenwerking, ook voor een krachtige Nederlandse ontwikkelingssector ben. Daarnaast weet ik dat er op de VN ook best het nodige aan te merken is. De VN is bureaucratisch en gedraagt zich in landen soms als een soort van koloniale bezetter. Om nog maar niet te spreken van de salarissen van de medewerkers van VN-ontwikkelingsorganisaties in het veld die vaak buitensporig hoog zijn in vergelijking met hun collega’s van andere organisaties.

Maar tegelijkertijd heeft concentratie en coördinatie van de wereldwijde geldstromen voor internationale samenwerking ook grote schaalvoordelen. En laten we eerlijk zijn: sommige organisaties uit het maatschappelijk middenveld in Nederland zijn inmiddels zo vastgeroest dat er geen beweging meer in te krijgen is. En nog veel meer organisaties lijken soms wel een levenslange gevangenisstraf uit te zitten in het huidige subsidiesysteem. Ze plooien zich moeiteloos naar de volgende beleidsprioriteiten van weer een nieuwe minister (zelfs als meerderjarigen laten ze hun ouders bepalen welke kleren ze aan moeten trekken)  en praten ondertussen in zo’n onbegrijpelijk jargon dat ze niet meer aan hun buurman of medereiziger in de trein kunnen uitleggen wat voor werk ze nu eigenlijk doen.

Waarom dus niet gewoon ons ontwikkelingsbudget veel meer of nagenoeg helemaal via de VN-kanalen besteden?Dan kunnen we onze invloed ook aanwenden om inhoudelijke verbeteringen door te voeren en deze organisaties nog effectiever te maken. Het resterende bedrag dat overblijft investeren we dan in mondiaal burgerschap in Nederland. Dan gaan we wekelijks interessante inhoudelijke bijeenkomsten organiseren in het land over belangrijke vraagstukken als vrede en veiligheid, het klimaat, mensenrechten, armoede, ongelijkheid en uitsluiting, en daar het label VN op plakken. Aan het draagvlak onder jongeren voor deze thema’s zou dat een enorme boost kunnen geven.

Voor Nederlandse NGO’s betekent dit allerminst dat hun taken erop zitten. Sommigen hebben honderdduizenden donateurs die ze nog beter kunnen betrekken bij hun werk dan nu het geval is, anderen kunnen met hun inhoudelijke expertise moeiteloos meedingen naar internationale fondsen, weer anderen maken allang deel uit van internationale netwerken en koepels met wie ze gezamenlijk hun speerpunten en campagnethema’s bepalen. En natuurlijk zijn er dan nog de relatief nieuwe financiers zoals vermogensfondsen en filantropen die juist de waakhondfunctie van NGO’s in Nederland waarderen en daarin willen investeren.

Of ik het zelf eens ben met wat ik heb opgeschreven weet ik niet, maar zou het niet een interessante gedachte zijn om hier eens verder over door te denken?

Marc Broere

Marc Broere is hoofdredacteur van Vice Versa. Daarnaast is hij auteur van een aantal boeken waaronder De Bewogen Beweging -50 jaar mondiale solidariteit (met Hans Beereends), Berichten over Armoede -een journalistieke kijk op ontwikkelingssamenwerking, en Minder Hypes, Meer Hippocrates -een positieve injectie voor de ontwikkelingssector (met Ellen Mangnus).

Vrijdagmiddagborrel: Over ophef en ongelijkwaardigheid

Door Marc Broere | 16 februari 2018

Hoewel we mooie termen als internationale samenwerking hebben bedacht, blijft ongelijkwaardigheid tussen donor en ontvanger de rode draad binnen ontwikkelingssamenwerking. Daarom moet je altijd extra beducht blijven voor excessen, schrijft Marc Broere in zijn Vrijdagmiddagborrel.

Lees artikel

Duurzame palmolie draait om landrechten

Door Joris Tielens | 15 februari 2018

Niet ontbossing is het grote probleem in Indonesië, maar gebrekkige landrechten, stellen een milieu-activist èn de directeur van IDH in Indonesië. Over de aanpak verschillen ze van mening, maar allebei zien ze een grote rol voor de overheid.

Lees artikel

De paradox van palmolie

Door Dominique van de Kamp | 14 februari 2018

Palmolie: een wondermiddel waar we bijna niet zonder kunnen en een bestanddeel met bedenkelijke bijwerkingen. In aanloop naar het grote palmoliedebat op 16 februari zoekt Dominique van de Kamp uit hoe en waarin we de olie in het dagelijks leven tegenkomen – en kunnen vermijden.

Lees artikel