Door: Marc Broere
20 oktober 2017

Categorieën

Tags

Wie staan er volgende week allemaal op het bordes als het nieuwe kabinet gepresenteerd wordt? Inmiddels lijkt duidelijk wie de poppetjes op het terrein van onze buitenlandpolitiek en ontwikkelingssamenwerking zullen zijn. Maar wordt het Halbe en Tom, of Halbe en Sigrid?

De gezichten van het kabinet Rutte III beginnen in steeds rapper tempo vorm te krijgen. Iedere dag krijgen we wel één of twee nieuwe namen te horen. Ik was afgelopen maandag al aan deze column begonnen en toen had ik een heel stuk geschreven over Arie Slob (ChristenUnie) als de belangrijkste kanshebber om minister voor Ontwikkelingssamenwerking te worden. Dit overigens zeer positief getinte stuk heb ik moeten deleten omdat het inmiddels vast lijkt te staan dat D66 deze ministerspost krijgt en Tom de Bruijn de belangrijkste kandidaat is. Althans ….tot gisteravond. Toen kreeg ik tijdens onze masterclass leiderschap door Samira Rafaela rond half 9 een whats app bericht van Danielle Hirsch van BothEnds. ‘Op Joop! staat Sigrid Kaag. Voor OS. Handel naar Halbe’, schreef ze.

Het bericht was overgenomen van RTL Nieuws en afkomstig van Frits Wester -niet bepaald de minste bron. Het oorspronkelijke bericht luidde:  ‘De vooraanstaande Nederlandse diplomate Sigrid Kaag (D66) wordt naast VVD’er Halbe Zijlstra minister van Buitenlandse Zaken. Over de verdeling van hun portefeuilles wordt nog overlegd, melden bronnen aan RTL Nieuws. Kaag (55) leidde in 2013 en 2014 namens de Verenigde Naties de missie die Syrië moest ontdoen van chemische wapens. Ze is nu speciaal coördinator in Libanon voor de VN, de organisatie waarvoor ze sinds 1994 werkt.’

De website Joop! had daar nog aan toegevoegd. ‘ Over de verdeling van hun portefeuilles wordt nog overlegd, maar gezien haar expertise en affiniteit lijkt een nadruk op Ontwikkelingssamenwerking voor de hand te liggen. Zijlstra zou zich dan op Buitenlandse Handel kunnen toeleggen.’

Tom de Bruijn

Als dit nieuws zou kloppen, kan ik ook mijn stuk over Tom de Bruijn weggooien. Over hem had ik overigens het volgende geschreven.

Dan Tom de Bruijn. In tegenstelling tot Halbe Zijlstra is hij wél een zwaargewicht op het gebied van het buitenland. Alleen ligt deze ervaring niet op politiek maar op diplomatiek vlak. De Bruijn is 69 jaar en zou daarmee de oudste minister voor Ontwikkelingssamenwerking uit de geschiedenis worden. Hij studeerde politieke wetenschappen in Geneve, oorlogsstudies aan het Kings College in Londen en Rechtsgeleerdheid in Utrecht. Na zijn afstuderen trad hij in 1977 meteen in dienst bij het ministerie van Buitenlandse Zaken. De Bruijn klom op indrukwekkende wijze op in de hiërarchie en werd in 1992 echt topambtenaar toen hij de functie directeur-generaal Europese samenwerking kreeg. Tussen 2003-2011 was hij de Nederlandse permanente vertegenwoordiger en gevolgmacht ambassadeur bij de EU in Brussel.

Van 2011-2014 was De Bruijn  zogeheten ‘Staatsraad’, -een adviserende functie bij de Raad van State- om pas in 2014 toen hij de pensioengerechtigde leeftijd al had bereikt aan zijn politieke loopbaan te beginnen. De Bruijn werd toen wethouder van D66 in Den Haag waar hij de portefeuilles Financiën, Verkeer, en Vervoer en Milieu onder zich heeft.  

Als je zijn lange lijst van nevenfuncties bekijkt -vooral veel bestuurslidmaatschappen-  staat daar niets tussen dat op enige belangstelling voor ontwikkelingssamenwerking duidt. Ook als je in de zoekmachine Google de combinatie ‘Tom de Bruijn ontwikkelingssamenwerking’ intikt, komen er geen hits tevoorschijn, behalve dan van de afgelopen dagen over zijn mogelijke ministerschap.

Toch lijkt me dit een hele sterke keuze. Mijn eerste reactie was overigens: waarom Halbe Zijlstra en niet Tom de Bruijn als minister van Buitenlandse Zaken? Dat was veel logischer geweest als je de profielen naast elkaar legt. Daarna dacht ik: zowel DGIS als de sector van internationale samenwerking mogen zichzelf in de handen knijpen dat zo’n ervaren topdiplomaat nu als politicus op het terrein van ontwikkelingssamenwerking (en mogelijk buitenlandse handel) zijn entree binnen de politiek maakt. Een verstandige en ervaren man is precies wat we nodig hebben om tegenwicht te kunnen bieden aan het gedachtegoed van Halbe Zijlstra.

Maar hoe gedateerd is dit inmiddels? Overigens kan ik in deze laatste alinea uitstekend de woorden Tom de Bruijn door Sigrid Kaag vervangen. Dan blijft de teneur van mijn verhaal nog gewoon overeind.

Halbe Zijlstra

Wat ik heb kunnen laten staan was het eerste deel van mijn oorspronkelijke column. Die ging namelijk over Halbe Zijlstra als belangrijkste kandidaat voor Buitenlandse Zaken. Als we de ‘krant van Wakker Nederland’ -De Telegraaf- mogen geloven, wordt de huidige fractievoorzitter van de VVD vrijwel zeker de nieuwe minister van Buitenlandse Zaken. Al dan niet dus in een duobaan met Sigrid Kaag. De VVD doet daarmee precies hetzelfde als tijdens de samenstelling van Rutte I: de belangrijkste secondant van Mark Rutte tijdens de formatiebesprekingen krijgt als beloning het ministerschap van Buitenlandse Zaken.

Eerst was dat Uri Rosenthal en nu klaarblijkelijk dus Halbe Zijlstra. Voor beiden geldt dat ze geen noemenswaardig politiek profiel hebben op het gebied van buitenlandpolitiek. Rosenthal wordt zelfs gezien als de slechtste minister uit Rutte I en bleek de internationale diplomatie nauwelijks machtig te zijn. Ook voor Zijlstra is het nog een blanco pagina in zijn politieke loopbaan. Op het CV van Zijlstra -zo schreef Evert Jan Brouwer ooit op deze site- prijkt een studiereis naar Midden-Amerika als zijn belangrijkste ervaring in het buitenland. Ik vind het jammer dat de VVD geen ervaren en sterke buitenlandwoordvoerder naar voren schuift op deze post, zoals Han ten Broeke of Hans van Baalen. Die weten in ieder geval hoe de internationale politiek in elkaar steekt, iets dat me geen overbodige luxe lijkt in de turbulente wereld van vandaag de dag.

Van een andere kant bekeken: als ons nieuwe buitenlandbeleid inderdaad echt primair gericht gaat zijn op het voorkomen van migratiestromen naar Nederland, valt de keuze voor Halbe Zijlstra wel te begrijpen. Hij past dan perfect in het profiel. Eerder voerde Zijlstra in Rutte I een keiharde sanering door van ons cultuurbeleid. Nu mag hij het migratiebeleid gaan saneren.

Acute bedreiging

Hoe Zijlstra over dit onderwerp denkt, is algemeen bekend. Precies twee jaar geleden vertelde hij tegen het AD dat de toestroom van vluchtelingen een ‘acute bedreiging’ vormt voor de Nederlandse welvaartstaat en onze sociale voorzieningen. Het mes moet in de opvang, betoogde Zijlstra, en een versobering van voorzieningen voor vluchtelingen moet voorkomen dat meer mensen doorreizen naar ons land. Zijlstra zei  letterlijk:  ‘Er is een run op Nederland, die moeten we stoppen. Want de zorgkosten lopen op, de woningmarkt loopt vast. Dat kunnen we niet accepteren. We moeten naar een minimumniveau voor deze vluchtelingen. Het is mijn dure plicht als politicus om ons eigen welvaartsniveau, waar hard voor gewerkt is, te beschermen.’

Hij stelde voor om naar Deens voorbeeld vluchtelingen in de eigen regio al te ontmoedigen. ‘Kijk naar Denemarken, daar slaagt een vergelijkbare aanpak ook. Je ziet zelfs dat de overheid daar in Libanon advertenties laat plaatsen met de boodschap dat afreizen geen zin heeft. En het werkt.’ Ook de opvang in Nederland van asielzoekers moest soberder, zei de VVD-voorman. ‘Zij kunnen best toe met leefgeld van een paar tientjes in containerachtige woningen. Niet langer met uitgebreide huishoudelijke hulp en meerdere toelages. Nu loopt het per gezin soms op tot 2000 euro. Het is onhoudbaar voor ons land om dat te bieden.’

Wat uit het interview vooral bleef hangen, waren Zijlstra’s opmerkingen over de medische zorg. ‘Als mensen aandoeningen hebben of er is spoedeisende hulp nodig, dan helpen we hen gewoon. Maar plastische chirurgie, ooglidcorrecties, borstverkleiningen of -vergrotingen, een complete tandrenovatie. Dat soort zaken: echt niet. Veel gebeurt dat niet, maar het gebeurt.’ Overigens bood Zijlstra voor die laatste opmerkingen in een door de VVD zelf online gezette video zijn excuses aan omdat er nog nooit borstvergrotingen waren vergoed aan vluchtelingen. Maar de spinning had toen het werk al gedaan.

Tamelijk heftig

Eergisteren las ik een opvallend positief portret van Zijlstra in het AD die zijn kandidatuur steunt. Hij zou beter zijn dan we denken. Toch blijven er twee passages uit het artikel hangen die me verontrusten. Het AD refereert aan een artikel dat Zijlstra in 2015 geschreven heeft in Liberaal Reveil waarin hij stelt dat de gordel van instabiliteit om Europa heen in het oosten en het zuiden moet worden beveiligd. Daarom moet pragmatischer worden omgegaan met dictators: je moet er zaken mee kunnen doen, schrijft hij.

De andere passage uit het stuk stelt dat Zijlstra als minister van Buitenlandse Zaken zijn energie zal steken in het afbreken van buitenlandse verdragen. Dit wordt beweerd door zijn voormalige fractiewoordvoerder Henri Kruithof. Deze zegt letterlijk: ‘Waar hij (Zijlstra) echt helemaal horendol van wordt, dat zijn mensenrechtenverdragen die de vrijheid van het Nederlandse handelen in de weg staan.’ U leest het goed: onze nieuwe minister wordt ‘horendol’ van mensenrechtenverdragen.

Ik realiseer me dat dit een warrige Vrijdagmiddagborrel is geworden die misschien in de loop van de dag alweer achterhaald is. Zelf ben ik het grootste deel van de dag offline omdat ik met een paar mensen ga wandelen en daarna in Ermelo een late lunch ga genieten thuis bij Bas de Gaay Fortman, oud-politicus van de PPR (een van de voorlopers van GroenLinks) en emeritus-hoogleraar Mensenrechten. De laatste jaren is Bas bovenal auteur van de boeken Moreel Erfgoed en -samen met zijn kleinzoon-  De Grondwetwijzer. Ik ben erg benieuwd om zijn visie te horen op wat we kunnen verwachten van dit kabinet op het gebied van mondiale solidariteit en het respecteren van verdragen over mensenrechten. En stiekem hoop ik dat als ik weer online ben er berichten op het internet circuleren dat Halbe Zijlstra helemaal overvleugeld is door Sigrid Kaag en slechts een bijrol op Buitenlandse Zaken gaat spelen.

 

 

 

Marc Broere

Marc Broere is hoofdredacteur van Vice Versa. Daarnaast is hij auteur van een aantal boeken waaronder De Bewogen Beweging -50 jaar mondiale solidariteit (met Hans Beereends), Berichten over Armoede -een journalistieke kijk op ontwikkelingssamenwerking, en Minder Hypes, Meer Hippocrates -een positieve injectie voor de ontwikkelingssector (met Ellen Mangnus).

Respect voor bevallende vrouwen wereldwijd

Door Vice Versa | 18 december 2017

In 2010, toe zij voor het laatste deel van haar studie geneeskunde in Suriname zat, schreef Irene de Vries met regelmaat wegblogs voor Vice Versa, Nu, ruim zeven jaar later en onder andere na een intensieve periode als arts in een streekziekenhuis in Zambia, pakt ze de draad van het schrijven weer op. In deze eerste bijdrage breekt ze een lans voor bevallende vrouwen wereldwijd.

Lees artikel

Vrijdagmiddagborrel: Hoe inclusief zijn wij zelf?

Door Marc Broere | 15 december 2017

In de nieuwe Vice Versa veel aandacht voor diversiteit en inclusiviteit. In plaats van dat maatschappelijke organisaties hiervan de voordelen zien, blijken er vooral veel vooroordelen te zijn, schrijft Marc Broere in zijn Vrijdagmiddagborrel.

Lees artikel

Goede, betaalbare gezondheidszorg voor iedereen: een gedeelde ambitie voor 2030

Door Vice Versa | 12 december 2017

Ieder jaar, op 12 december, voeren organisaties actie voor het recht op goede en betaalbare gezondheidszorg voor iedereen. In deze opiniebijdrage pleit Petra van Haren (Cordaid) voor een verdubbeling van het Nederlandse ontwikkelingsbudget hiervoor.

Lees artikel