Door: Marc Broere
6 oktober 2017

Categorieën

Tags

Ongeveer 600.000 Nederlanders zijn direct betrokken bij een kleinschalig ontwikkelingsproject. Het is jammer dat de minister voor Ontwikkelingssamenwerking en Buitenlandse Handel dit PI niet ziet als volwaardig onderdeel van het maatschappelijk middenveld in Nederland, schrijft Marc Broere.

‘Het bedrag dat de Nederlandse overheid tegenwoordig nog geeft aan ontwikkelingssamenwerking is ongeveer de helft van wat we jaarlijks roken, slikken en spuiten.’ Lambert Grijns weet als geen ander hoe hij de soms moeilijke materie van zijn werkterrein kan vertalen naar Jip en Janneke taal. De topambtenaar van het ministerie van Buitenlandse Zaken (hoofd van de Directie Sociale Ontwikkeling en speciaal ambassadeur SRGR en Aids) hield afgelopen zaterdag een bevlogen toespraak op de Partin jaardag. Partin is de branchevereniging voor kleinschalige particuliere initiatieven binnen de ontwikkelingssamenwerking -in jargon ook wel het PI genoemd- en telt 315 lidorganisaties.

Ruim 240 mensen waren op een regenachtige zaterdag naar Apeldoorn gekomen voor een inspirerende en bovendien uitstekend georganiseerde dag. Het is echt jaren geleden dat ik op een zaterdagochtend tussen het treinstation en de locatie een hele optocht van mensen zag die op weg waren naar een bijeenkomst over ontwikkelingssamenwerking. Alleen dat laat al zien hoezeer dit onderdeel binnen de ontwikkelingssamenwerking vitaal en levend is. Wetenschapper Lau Schulpen vertelde later op de dag dat ongeveer 4% van de Nederlandse bevolking direct betrokken is bij een kleinschalig ontwikkelingsproject in wat we vroeger ‘ontwikkelingslanden’ noemden. Vaak gaat het dan om onderwijs of gezondheidsprojecten. Dan heb je het over maar liefst 600.000 Nederlanders.

Ondanks zijn mooie oneliners en speech werd het Lambert Grijns niet makkelijk gemaakt. Hij werd bestookt met een aantal kritische en vooral verongelijkte vragen uit de zaal. Waarom mogen alleen de grote ontwikkelingsorganisaties, zoals OxfamNovib en Cordaid, met de minister aan tafel zitten? Waarom de kleine niet? Grijns legde geduldig uit dat het een politieke beslissing is om vanuit zijn ministerie alleen de grotere organisaties te subsidiëren en niet de kleine. ‘Het is aan jullie zelf om je stem bij de politiek te laten horen’, zei hij. ‘Daar is een kabinetswisseling een uitgelezen moment voor.’ Om er vervolgens aan toe te voegen: ‘Het enige wat ik als ambtenaar kan doen is jullie uitnodigen een keer te komen praten.’

Maar hiermee was de kous nog niet af. Na zijn toespraak werd Grijns in de wandelgangen zo’n beetje belaagd door enkele mensen, waaronder de voorzitter van Partin, die op verongelijkte toon verder verhaal kwamen halen. Vanuit de optiek van hoffelijk gastheerschap verdient dit geen schoonheidsprijs. Ook vanuit het oogpunt van het voeren van een effectieve lobby lijkt me dit geen verstandige strategie. Zeker Lambert Grijns verdient zo’n bejegening niet omdat hij bekend staat als een van de meest betrokken en toegankelijke ambtenaren van het ministerie. Bovendien had hij net het initiatief genomen om het PI uit te nodigen voor een gesprek. Tel dan je zegeningen. Neem de uitnodiging om op gesprek te komen met beide handen aan en bewaar je inhoudelijke argumenten voor dat gesprek.

Geen boter bij de vis

Toch kan ik me de frustratie van het Particulier Initiatief ook wel enigszins voorstellen. Keer op keer worden al die vele duizenden Nederlanders die zich vrijwillig inzetten voor projecten door iedere minister van Ontwikkelingssamenwerking bewierookt en krijgen ze een opgestoken duim. Maar er komt nooit echt boter bij de vis. Niet van de minister, maar ook -uitgezonderd van Wilde Ganzen- niet meer van de grote ontwikkelingsorganisaties die tien jaar geleden vrijwel allemaal nog loketten hadden waar kleinschalige initiatieven konden aankloppen. Deze zijn de afgelopen jaren vanwege de bezuinigingen allemaal gesloten. Bovendien is ook de NCDO als financierder van dergelijke initiatieven weggevallen.

Het is maar zeer de vraag of dit beleid van zowel het ministerie als van de grote ontwikkelingsorganisaties verstandig is. Zoals ik al schreef: maar liefst 600.000 Nederlanders zijn betrokken bij een kleinschalig ontwikkelingsproject. Als je er vanuit gaat dat via een ieder van hen zeker twee of drie andere mensen ook direct bereikt worden, dan spreek je over een enorm aantal mensen in de Nederlandse samenleving. Dan hebben we het over een slapend en onzichtbaar draagvlak dat door de professionele ontwikkelingssector over het hoofd wordt gezien en alleen maar wakker gekust hoeft te worden om een beweging vóór ontwikkelingssamenwerking in de Nederlandse samenleving te vormen.

Verder vind ik het jammer en eveneens een gemiste kans dat het ministerie het Particulier Initiatief niet ziet als volwaardig onderdeel van het maatschappelijk middenveld in Nederland en daar niet net als bij andere maatschappelijke organisaties ook middelen voor ter beschikking stelt. Juist de minister voor Ontwikkelingssamenwerking zou deze groep moeten herkennen en erkennen als belangrijke bondgenoot. Het PI kan draagvlak voor ontwikkelingssamenwerking creëren op plekken in de samenleving die nooit worden bereikt door de minister zelf, hoe mooi de resultatenrapportages van het ministerie ook zijn.

Iets moois uitkomen

Ik vind het heel positief dat Lambert Grijns nu het initiatief heeft genomen om met het Particulier Initiatief in gesprek te gaan en hoop dat er iets moois uit gaat komen. Als we weer echt een vuist voor ontwikkelingssamenwerking willen maken, dan heb je dit PI nodig. Bovendien, als je ze negeert gaan ze zich afzetten tegen het ministerie en de grote organisaties, en ondermijnt dat alleen maar het draagvlak voor ontwikkelingssamenwerking. Ik weet dat Partin een paar jaar geleden namens 85 kleine organisaties een eenmalige schenking van 500.000 euro heeft aangevraagd bij de Postcodeloterij om een professionaliseringslag te maken en de zichtbaarheid van het Particulier Initiatief  binnen de ontwikkelingssamenwerking te vergroten. Deze aanvraag werd toen helaas afgewezen. Ik zou tegen Partin willen zeggen: ga deze aanvraag updaten en gebruik hem als basis voor het gesprek met Lambert Grijns. En waarom zou het ministerie wel geld geven aan de branchevereniging van de ‘professionele’ ontwikkelingssector Partos voor hun innovatieprogramma The Spindle en niet aan Partin? Dat is een verhaal dat eigenlijk niet te verkopen is, te meer ook omdat Partin qua lidorganisaties meer dan drie keer zo groot is als Partos.

Maar één belangrijke tip nog aan de voorzitter van Partin. Stop alsjeblieft met dat Calimero gedag, met die eeuwig verongelijkte toon. Dat werkt echt averechts. Je hebt bovendien inhoudelijke argumenten genoeg om het ministerie ervan te overtuigen dat een kleine investering in het Particulier Initiatief een enorme impact kan hebben in het geven van een boost aan het draagvlak voor ontwikkelingssamenwerking.

 

 

Marc Broere

Marc Broere is hoofdredacteur van Vice Versa. Daarnaast is hij auteur van een aantal boeken waaronder De Bewogen Beweging -50 jaar mondiale solidariteit (met Hans Beereends), Berichten over Armoede -een journalistieke kijk op ontwikkelingssamenwerking, en Minder Hypes, Meer Hippocrates -een positieve injectie voor de ontwikkelingssector (met Ellen Mangnus).

Respect voor bevallende vrouwen wereldwijd

Door Vice Versa | 18 december 2017

In 2010, toe zij voor het laatste deel van haar studie geneeskunde in Suriname zat, schreef Irene de Vries met regelmaat wegblogs voor Vice Versa, Nu, ruim zeven jaar later en onder andere na een intensieve periode als arts in een streekziekenhuis in Zambia, pakt ze de draad van het schrijven weer op. In deze eerste bijdrage breekt ze een lans voor bevallende vrouwen wereldwijd.

Lees artikel

Vrijdagmiddagborrel: Hoe inclusief zijn wij zelf?

Door Marc Broere | 15 december 2017

In de nieuwe Vice Versa veel aandacht voor diversiteit en inclusiviteit. In plaats van dat maatschappelijke organisaties hiervan de voordelen zien, blijken er vooral veel vooroordelen te zijn, schrijft Marc Broere in zijn Vrijdagmiddagborrel.

Lees artikel

Goede, betaalbare gezondheidszorg voor iedereen: een gedeelde ambitie voor 2030

Door Vice Versa | 12 december 2017

Ieder jaar, op 12 december, voeren organisaties actie voor het recht op goede en betaalbare gezondheidszorg voor iedereen. In deze opiniebijdrage pleit Petra van Haren (Cordaid) voor een verdubbeling van het Nederlandse ontwikkelingsbudget hiervoor.

Lees artikel