Door: Marc Broere
9 juni 2017

Categorieën

Tags

Met een ware borstroffel kondigde Allert van den Ham zijn vertrek aan als topman van SNV. Is de tevredenheid die hij over zijn eigen prestaties heeft terecht of is Van den Ham juist de personificatie van de verkeerde richting waar een deel van de Nederlandse ontwikkelingssector is ingeslagen?

Een paar weken geleden maakte Allert van den Ham bekend dat hij in de loop van het jaar zijn functie van topman bij ontwikkelingsorganisatie SNV zal neerleggen. In 2011 werd hij gevraagd om in zijn eigen woorden  ‘het voortouw te nemen in het proces dat SNV moest omvormen tot een onafhankelijke kwaliteitsspeler in het internationale ontwikkelingsveld’.  SNV was op dat moment een organisatie die zwaar onder vuur lag vanwege de weigering van de vorige directeur om zijn salaris omlaag te brengen. Dit salaris was ruim 30.000 euro hoger dan de zogeheten DG-norm die binnen ontwikkelingsorganisaties als maximum richtlijn wordt gehanteerd.

Zes jaar later blikt Van den Ham in een schrijven aan zijn netwerk, dat bol staat van managementjargon, tevreden terug op zijn eigen prestaties en kondigt hij zijn afscheid aan. Hij schrijft dat de organisatiestructuur van SNV is versimpeld waardoor de organisatie slagvaardiger kan opereren, de kosten zijn gedaald, transparantie en accountability de hoekstenen van het beleid zijn geworden en dat SNV onder zijn leiding de omslag heeft gemaakt naar een marktgerichte benadering. Daarnaast, zo schrijft Van den Ham, is SNV financieel kerngezond en is het vertrouwen in de organisatie terug. ‘Met andere woorden, de verwachtingen die we in 2011 koesterden zijn meer dan waargemaakt.’

Doorgeschoten in verzakelijking

Het is een verhaal waar feitelijk niets op af te dingen valt. Van den Ham heeft aan de ene kant ook daadwerkelijk een prima prestatie geleverd omdat SNV vlak voor zijn komst nog het zwarte schaap van de ontwikkelingsfamilie van Nederland was en het imago van een verkwistend vorstenhuis had. Van den Ham laat nu bij zijn vertrek een organisatie met een bloeiende portefeuille aan programma’s achter die door 75 nationale en internationale donoren wordt ondersteund. De afhankelijkheid van de Nederlandse overheid is daarbij helemaal teruggebracht. Ook wist hij de organisatie te versoberen door bijvoorbeeld het reizen voor directieleden per business class af te schaffen en de organisatie te verhuizen naar een veel goedkoper kantoorpand.

Toch heb ik wat gemengde gevoelens over het al te positieve bericht van de SNV-topman. Dat komt niet eens zozeer door de nogal opschepperige toon die me bovenal doet denken aan een gorilla die een borstroffel doet: kijk mij eens even het mannetje zijn. Mijn ongemakkelijke gevoel heeft te maken met het feit dat er ook nog een andere kant van de medaille is die onderbelicht blijft en de prestaties van Van den Ham toch wat nuanceren. Onder zijn leiding is SNV namelijk te ver doorgeschoten in verzakelijking en alleen maar verder afgedreven van haar wortels in de Nederlandse samenleving.

Toen Allert van den Ham in 2011 aantrad, beloofde hij dat SNV zich weer actief met het debat over ontwikkelingssamenwerking in Nederland zou gaan bemoeien. Met haar inhoudelijke expertise en veldkantoren  in Afrika en Azië zou de organisatie dat debat kunnen voeden met verhalen en argumenten uit de praktijk. Van deze ambitie heb ik de afgelopen zes jaar helaas niets teruggezien. SNV hield zich volledig afzijdig van de discussie over de kwaliteit en kwantiteit van de Nederlandse ontwikkelingssamenwerking en stond met haar rug naar onze samenleving gekeerd.

Verder hanteerde Van den Ham in zijn reorganisatiestrategie één heldere stelregel: alles wat geen geld opleverde werd afgestoten. SNV-deskundigen werden consultants die zichzelf met hoge dagvergoedingen moesten terugverdienen. Voor waardevolle en ervaren experts die niet in deze rat race meekonden en niet goochem genoeg waren hun eigen geld binnen te brengen was geen plaats meer in de organisatie. Zo krijg je inderdaad een financieel gezonde organisatie, maar of deze strategie ook past bij de kernwaarden van een ontwikkelingsorganisatie?

Onder leiding van Van den Ham is SNV misschien wel hét symbool van een nieuw soort zakelijkheid binnen de OS-sector geworden; een stroming die vindt dat je een maatschappelijke organisatie als een bedrijf kunt runnen en ook het vocabulaire van een bedrijf moet overnemen. Maar waarin verschil je dan nog van een accountancybureau of een ander winstgedreven bedrijf?

Op het schild gehesen

Het heeft me altijd verbaasd dat het type bestuurder als Allert van den Ham door de huidige elite binnen de ontwikkelingssamenwerking voortdurend op het schild wordt gehesen en als positief voorbeeld gepresenteerd wordt van hoe innovatief de sector is. Ik denk dat dit een grove overschatting is en dat juist een ander soort leiderschap geprezen zou moeten worden binnen het werkveld van mondiale samenwerking. Zelf vind ik dat vooral het leiderschap van mensen zou moeten worden geprezen die in tegenstelling tot Van den Ham wél over de schaduw van hun eigen organisatie heenkijken en anderen mee op sleeptouw nemen; het leiderschap van mensen die hun nek durven uit te steken en het mondiale beleid van Nederland kritisch volgen, ook al worden ze daardoor als lastig gezien door onze overheid en maakt het hun kansen binnen subsidiekaders kleiner; het soort leiderschap waarin een organisatie haar eigen vakmensen koestert, ook als ze niet ieder uurtje declarabel zijn.

Zodra zijn opvolger is gevonden gaat Van den Ham als landendirecteur in Laos aan de slag om, zoals hij dat schrijft, ‘dicht bij de praktijk’ te staan en ‘mensen te steunen om zich op duurzame wijze aan armoede te ontworstelen’. Ik hoop vooral ook dat Allert zichzelf daar uit het managementkeurslijf weet te ontworstelen en zich weer met de inhoud van het vak kan gaan bezighouden. Maar bovenal hoop ik dat SNV de wijsheid heeft, nu het financieel weer gezond is, te kiezen voor een nieuwe topman of topvrouw die zich actief bemoeit met de discussie over Nederland in relatie tot de wereld.

Marc Broere

Marc Broere is hoofdredacteur van Vice Versa. Daarnaast is hij auteur van een aantal boeken waaronder De Bewogen Beweging -50 jaar mondiale solidariteit (met Hans Beereends), Berichten over Armoede -een journalistieke kijk op ontwikkelingssamenwerking, en Minder Hypes, Meer Hippocrates -een positieve injectie voor de ontwikkelingssector (met Ellen Mangnus).

‘Kan er iemand Zorgpersoneel als ontwikkelingsproject nemen?’

Door Selma Zijlstra | 21 november 2017

Gisteren vond het Global Health Café over het wereldwijde tekort aan zorgpersoneel plaats. Afrikaanse experts benadrukten het belang van investeringen in zorgpersoneel – ook via ontwikkelingshulp. Alleen moet dat wel op de juiste manier gebeuren.

Lees artikel

‘Adopteer een SDG’: méér dan zes maanden vrolijke aandacht

Door Linde-Kee van Stokkum | 20 november 2017

Komende woensdag en donderdag staat de begrotingsbehandeling van minister Kaag van Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking op de agenda. Volgens Linde-Kee van Stokkum is het initiatief ‘Adopteer een SDG’ een goede gelegenheid om scherpte in de begrotingsbehandelingen aan te brengen.

Lees artikel

Vrijdagmiddagborrel: De jonge generatie wetenschappers biedt hoop

Door Marc Broere | 17 november 2017

Tijdens de Student Research Award afgelopen woensdag bleek het merendeel van de excellente scripties over thema’s als armoede, ongelijkheid en klimaatverandering te gaan. Onder studenten en jonge wetenschappers zijn mondiale vraagstukken hot. Dat biedt hoop, schrijft Marc Broere.

Lees artikel