Door: Marc Broere
22 september 2017

Categorieën

Tags

Afgelopen dinsdag tijdens Prinsjesdag presenteerde het kabinet Rutte II  zijn afscheidscadeau aan Nederland op het gebied van ontwikkelingssamenwerking: het laagste budget sinds 1974. Marc Broere maakt de balans op van het mondiale beleid van dit kabinet, schrijft over hoe maatschappelijke organisaties verzuimden om een tegenstem te laten horen, en blikt vooruit naar de toekomst.

Niet alleen in Nederland, maar ook in Zweden werd afgelopen week de begroting voor 2018 bekendgemaakt. De Zweedse regering meldde trots dat het budget voor ontwikkelingssamenwerking het komende jaar zal stijgen naar 1% van het Bruto Nationaal Product. Dat is niet meer dan logisch, vinden de Zweden, gezien de enorme uitdagingen waar de wereld voor staat. Deze vereisen een grote inspanning van een ieder.

Hoe anders is het in Nederland. Het kabinet Rutte II presenteerde afgelopen dinsdag zijn afscheidscadeau aan ons land. Volgens OxfamNovib blijkt uit de Rijksbegroting dat het budget voor ontwikkelingssamenwerking niet meer zo laag is geweest sinds 1974. Paul van den Berg, politiek adviseur van Cordaid, twitterde: ‘Demissionair kabinet laat iedereen meeprofiteren van de groei, in Nederland…..’ Anderen wezen er nog haarfijn op dat van het toch al lage budget van minister Ploumen van Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking er ook nog een fiks bedrag gaat naar het Nederlandse bedrijfsleven en naar de opvang van asielzoekers in Nederland.

Na vijf jaar Rutte II kun je gerust stellen dat onder leiding van de VVD en de PvdA ‘de wereld’ weer een stukje verder verdween uit Nederland. Alle grote mondiale uitdagingen ten spijt, variërend van de vluchtelingencrisis tot de toenemende ongelijkheid in de wereld en de opwarming van de aarde: het behoorde niet tot de prioriteiten van het Nederlandse kabinet. Dit ligt overigens natuurlijk niet alleen aan de minister van Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking. Evenmin zegt het iets over de gedreven inzet van haar ambtenarenapparaat dat ook moet roeien met de riemen die het heeft. Het is vooral een trend die zich al over een langere periode voortzet in Nederland. Van koploper zijn we achterblijver geworden.

Steeds een stapje verder afglijden

Toen ik afgelopen dagen nog eens nadacht over hoe het mondiale beleid van Rutte II  de geschiedenis ingaat, realiseerde ik me dat ik eigenlijk al sinds het vertrek van Balkenende II in 2006 (met Agnes van Ardenne als minister voor Ontwikkelingssamenwerking) heb geschreven dat het dieptepunt nu wel is bereikt. Iedere keer moest ik daar weer op terugkomen, want na iedere kabinetswisseling bleek Nederland een stapje verder afgegleden en was er weer een nieuw dieptepunt bereikt. Onder de beide kabinetten van Mark Rutte ging het daarbij allang niet meer alleen om bezuinigingen op ontwikkelingssamenwerking, maar werd het Nederlandse beleid ten aanzien van bijvoorbeeld vluchtelingen in een aantal opzichten echt inhumaan; het Nederlandse beleid stak een grens over waarvan je je pakweg tien jaar geleden nooit had kunnen voorstellen dat dit in ons in ons land ooit zou kunnen gebeuren.

Zal ik het nog een keer durven te zeggen, dat het dieptepunt inmiddels bereikt is? Nee, zeker met de huidige partijen aan de onderhandelingstafel durf ik dat niet. Ik ben bang dat het vluchtelingenbeleid met CDA aan boord alleen nog maar inhumaner wordt en we nog veel meer schimmige afspraken, zoals de Turkije-deal, gaan krijgen. Ik heb ook niet het gevoel dat maatschappelijke organisaties in Nederland voldoende tegenmacht kunnen organiseren.

Tandeloze sector

Dat geldt overigens al helemaal niet voor de ontwikkelingssector. De reactie van branchevereniging Partos op de Rijksbegroting was er vooral een van een tandeloze sector die een gedateerd narratief hanteert; een sector die nu opeens op de valreep nog even hard gaat blaffen naar een demissionair kabinet, maar de afgelopen jaren niet in staat bleek om ook maar een klein deel van haar achterban van vele honderdduizenden mensen te mobiliseren en in actie te laten komen tegen de bezuinigingen op ontwikkelingssamenwerking en het mondiale beleid van Nederland. Als ik informateur of onderhandelaar was, zou ik niet het gevoel hebben dat dit nu een sterke maatschappelijke beweging is waarmee ik rekening moet houden in de kabinetsformatie en het nieuwe Regeerakkoord.

Bij iedere kabinetswisseling denk ik weer: de manier waarop ontwikkelingsorganisaties zich als sector positioneren in het debat over belangrijke mondiale vraagstukken kan niet slechter en het dieptepunt is nu wel bereikt. Maar iedere keer blijkt het toch weer slechter te kunnen. Waarmee ik overigens geen afbreuk wil doen aan het doorgaans uitmuntende werk dat de meeste organisaties ieder voor zich of in wisselende samenwerkingsverbanden in de praktijk doen. Het is soms alleen een beetje zoals met voetbal. Er zijn voetballers die wekelijks uitblinken bij hun eigen clubs, maar niet uit de verf komen bij het Nederlands elftal omdat de gekozen tactiek van de bondscoach en zijn technische staf verkeerd is.

Die tactiek was de afgelopen jaren -in voetbaltermen gesproken- er te veel een van massaal verdedigen en terugtrekken op de eigen helft met tien spelers achter de bal. Nu, in de blessuretijd van het demissionaire kabinet, komt er dan opeens een wanhoopsoffensief waarin de bal op goed geluk en zonder gedachte erachter met lange halen naar voren wordt gespeeld. Je hoeft geen hogere wiskunde te hebben gestudeerd of trainersdiploma van de KNVB te hebben om in te zien dat je met deze speelwijze nooit een kwalificatie voor het WK afdwingt of in dit geval een prominente plek in het nieuwe Regeerakkoord.

Nieuwe minister

Veel minder dan vorige keren ben ik nu bezig met de vraag wie de nieuwe minister op Ontwikkelingssamenwerking moet worden. Hoewel ik natuurlijk bij de borrel ook een heleboel namen voorbij hoor komen. Van Stientje van Veldhoven tot Petra Stienen en van Carola Schouten tot Joel Voordewind. Maar het is nu eigenlijk veel spannender om ook naar andere ministeries te kijken. Wie wordt bijvoorbeeld minister voor Defensie? En gaat dit ministerie, dat waarschijnlijk meer geld krijgt, zich weer actiever bewegen op het terrein van ontwikkelingssamenwerking? En stel dat er inderdaad aparte ministers voor Klimaat en Milieu en voor Immigratie en Integratie komen, zoals wordt gesuggereerd door diverse media, wat blijven er dan inhoudelijk nog aan belangrijke dossiers over voor ontwikkelingssamenwerking? Blijven hulp en handel aan elkaar gekoppeld of was dit een typisch experiment dat alleen kon gedijen in de combinatie van VVD met PvdA? Krijgen we misschien wel een staatssecretaris voor Ontwikkelingssamenwerking die zich vooral met noodhulp en ‘klassieke’ ontwikkelingssamenwerking gaat bezighouden.

Of worden we toch positief verrast en gaan de duurzame ontwikkelingsdoelen (SDG’s) een rode draad worden door alle ministeries heen. We gaan het als de voortekenen niet bedriegen binnenkort allemaal zien. Inmiddels tegen beter weten in, denk ik dit keer dan toch maar weer: we hebben het dieptepunt nu wel gehad, het kan alleen maar beter worden.

 

Marc Broere

Marc Broere is hoofdredacteur van Vice Versa. Daarnaast is hij auteur van een aantal boeken waaronder De Bewogen Beweging -50 jaar mondiale solidariteit (met Hans Beereends), Berichten over Armoede -een journalistieke kijk op ontwikkelingssamenwerking, en Minder Hypes, Meer Hippocrates -een positieve injectie voor de ontwikkelingssector (met Ellen Mangnus).

Respect voor bevallende vrouwen wereldwijd

Door Vice Versa | 18 december 2017

In 2010, toe zij voor het laatste deel van haar studie geneeskunde in Suriname zat, schreef Irene de Vries met regelmaat wegblogs voor Vice Versa, Nu, ruim zeven jaar later en onder andere na een intensieve periode als arts in een streekziekenhuis in Zambia, pakt ze de draad van het schrijven weer op. In deze eerste bijdrage breekt ze een lans voor bevallende vrouwen wereldwijd.

Lees artikel

Vrijdagmiddagborrel: Hoe inclusief zijn wij zelf?

Door Marc Broere | 15 december 2017

In de nieuwe Vice Versa veel aandacht voor diversiteit en inclusiviteit. In plaats van dat maatschappelijke organisaties hiervan de voordelen zien, blijken er vooral veel vooroordelen te zijn, schrijft Marc Broere in zijn Vrijdagmiddagborrel.

Lees artikel

Goede, betaalbare gezondheidszorg voor iedereen: een gedeelde ambitie voor 2030

Door Vice Versa | 12 december 2017

Ieder jaar, op 12 december, voeren organisaties actie voor het recht op goede en betaalbare gezondheidszorg voor iedereen. In deze opiniebijdrage pleit Petra van Haren (Cordaid) voor een verdubbeling van het Nederlandse ontwikkelingsbudget hiervoor.

Lees artikel